Archiefdocument
Origineel
( 2
en de dag[en] voor de Israëlitische
feestdagen van de hem thans ver-
leende vergunning, welke dan in
dien zin gewijzigd moet worden,
gebruik kan blijven maken.
Ik geef U beleefd in over-
weging [doorstreept: hieromtrent] ^omtrent het bovenstaande^ eveneens het
oordeel in te winnen van den
[doorstreept: Heer] Hoofdcommissaris van Politie
[paraaf]
[in rood potlood: v/z] De tekst is een voortzetting van een voorstel om een reeds verleende vergunning aan te passen. De kern van de tekst betreft het faciliteren van een persoon ("hem") om gebruik te kunnen blijven maken van zijn vergunning tijdens de "Israëlitische feestdagen" (Joodse feestdagen). De schrijver suggereert dat de bestaande vergunning in die zin gewijzigd dient te worden.
Er wordt een formeel advies gegeven aan de ontvanger ("U") om over deze kwestie ook het oordeel te vragen van de Hoofdcommissaris van Politie. De tekst bevat typische ambtelijke correcties: "hieromtrent" is vervangen door het specifiekere "omtrent het bovenstaande", en de aanspreektitel "Heer" voor de Hoofdcommissaris is geschrapt om de tekst zakelijker te maken. Dit document is zeer waarschijnlijk afkomstig uit een gemeentelijk of provinciaal archief. De term "Israëlitisch" was tot het midden van de 20e eeuw de gangbare officiële aanduiding voor de Joodse geloofsgemeenschap in Nederland.
Dergelijke verzoeken om aanpassing van vergunningen hielden vaak verband met de Winkelsluitingswet of verordeningen betreffende de Zondagsrust. Voor Joodse ondernemers of burgers werden soms uitzonderingen gemaakt zodat zij hun religieuze verplichtingen konden nakomen (zoals het vieren van feestdagen of het houden van de Sabbat) zonder hun economische rechten te verliezen. De betrokkenheid van de politie (Hoofdcommissaris) wijst erop dat de vergunning betrekking heeft op zaken van openbare orde, marktwezen of publieke aanwezigheid. Marktwezen Politie
Samenvatting
De tekst is een voortzetting van een voorstel om een reeds verleende vergunning aan te passen. De kern van de tekst betreft het faciliteren van een persoon ("hem") om gebruik te kunnen blijven maken van zijn vergunning tijdens de "Israëlitische feestdagen" (Joodse feestdagen). De schrijver suggereert dat de bestaande vergunning in die zin gewijzigd dient te worden.
Er wordt een formeel advies gegeven aan de ontvanger ("U") om over deze kwestie ook het oordeel te vragen van de Hoofdcommissaris van Politie. De tekst bevat typische ambtelijke correcties: "hieromtrent" is vervangen door het specifiekere "omtrent het bovenstaande", en de aanspreektitel "Heer" voor de Hoofdcommissaris is geschrapt om de tekst zakelijker te maken.
Historische Context
Dit document is zeer waarschijnlijk afkomstig uit een gemeentelijk of provinciaal archief. De term "Israëlitisch" was tot het midden van de 20e eeuw de gangbare officiële aanduiding voor de Joodse geloofsgemeenschap in Nederland.
Dergelijke verzoeken om aanpassing van vergunningen hielden vaak verband met de Winkelsluitingswet of verordeningen betreffende de Zondagsrust. Voor Joodse ondernemers of burgers werden soms uitzonderingen gemaakt zodat zij hun religieuze verplichtingen konden nakomen (zoals het vieren van feestdagen of het houden van de Sabbat) zonder hun economische rechten te verliezen. De betrokkenheid van de politie (Hoofdcommissaris) wijst erop dat de vergunning betrekking heeft op zaken van openbare orde, marktwezen of publieke aanwezigheid.