Getypte doorslag van een ambtelijke brief/advies.
Origineel
Getypte doorslag van een ambtelijke brief/advies. 24 juli 1941 (verzonden op 25 juli 1941). De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Publieke Werken of de Marktdienst te Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier"). [Rechtsboven handgeschreven:] M. de Meer [?]
[Rechtsboven getypt:] VD/HG.
[Linksboven handgeschreven, schuin:] Verzonden 25/7
[Midden boven:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
18/4/22 M. 2 24 Juli 1941.
Wijziging standplaatsvergunning
ten name van B. Santen.
Onder terugzending van de met Uw kantbrieven d.d. 18 Juni en 19 Juli jl. om advies ontvangen stukken no. 5/153 L.M. 1941 en no. 5/188 L.M. 1941 heb ik de eer U te berichten, dat adressant als oud-Camperstraatventer op 9 Mei jl. onder no. 1007 L.M. 1940 een standplaatsvergunning is verleend in de Blasiusstraat tegenover perceel 131 om daarvan van Maandag tot en met Vrijdag en op Zondag gebruik te maken. Omdat hij op deze plaats naar zijn oordeel niet in voldoende mate zijn brood kan verdienen verzoekt hij te worden overgeplaatst naar de andere zijde van de Blasiusstraat, waar hij de verkoopgelegenheid gunstiger acht. Voor de plaats, die hij verlangt, is door den Regeeringscommissaris op 9 Mei jl. onder no. 1007 L.M. 1940 vergunning verleend aan S. Frank om daar op Vrijdag en den dag voor de Israëlitiesche feestdagen mierikwortelen te verkoopen. Mijnerzijds bestaat geen bezwaar, dat aan adressant voor de overige dagen vergunning voor het onderhavige punt wordt verleend, waarbij hij dan wellicht op Vrijdag en den dag voor de Israëlitiesche feestdagen van de hem thans verleende vergunning, welke dan in dien zin gewijzigd moet worden, gebruik kan blijven maken.
Ik geef U beleefd in overweging omtrent het bovenstaande eveneens het oordeel in te winnen van den Hoofdcommissaris van Politie.
De Directeur, Dit document is een ambtelijk advies over een ogenschijnlijk kleine administratieve zaak: het verplaatsen van een verkoopkar in een Amsterdamse straat.
- De kern van het verzoek: B. Santen, een voormalig venter uit de Camperstraat, heeft een standplaats in de Blasiusstraat (Oosterparkbuurt). Omdat de zaken daar slecht gaan, wil hij naar de overkant van de straat verhuizen.
- De complicatie: De gewenste plek is op vrijdagen en vooravonden van Joodse feestdagen al vergeven aan een andere venter, S. Frank, die daar mierikswortel verkoopt (een essentieel ingrediënt voor de Joodse rituele maaltijd, de Seder).
- De oplossing: De Directeur stelt voor om de vergunningen te combineren: Santen mag de nieuwe plek de hele week gebruiken, behalve op de dagen dat Frank er staat. Op die specifieke dagen moet Santen dan waarschijnlijk terug naar zijn oude plek of een andere regeling treffen.
- Taalgebruik: Het document hanteert de typische, afstandelijke en uiterst beleefde ambtelijke taal van die tijd ("heb ik de eer U te berichten", "Mijnerzijds bestaat geen bezwaar"). Hoewel de brief over een alledaagse marktvergunning lijkt te gaan, is de historische context van juli 1941 cruciaal:
- Bezetting en Jodenvervolging: Nederland is ruim een jaar bezet door nazi-Duitsland. De genoemde locaties (Camperstraat, Blasiusstraat) lagen in een buurt met veel Joodse inwoners. De namen Santen en Frank zijn veelvoorkomende Joodse namen in Amsterdam. De verwijzing naar "Israëlitiesche feestdagen" en de verkoop van mierikswortel bevestigt de Joodse achtergrond van de betrokkenen.
- Inperking van bewegingsvrijheid: In 1941 werden Joodse Amsterdammers steeds meer geïsoleerd. Joodse straatventers werden uit 'arische' markten en buurten geweerd en mochten vaak alleen nog in specifieke wijken of op aangewezen plekken staan. Het feit dat Santen een "oud-Camperstraatventer" wordt genoemd, kan erop duiden dat hij door eerdere maatregelen zijn oorspronkelijke plek al was kwijtgeraakt.
- Bestuurlijke controle: De bemoeienis van de "Regeeringscommissaris" wijst op het nazificatieproces van het Nederlandse bestuur, waarbij lokale autonomie werd ingeperkt door door de bezetter aangestelde functionarissen.
- De Politie: De suggestie om de Hoofdcommissaris van Politie te raadplegen onderstreept hoe nauwgezet de controle op straatverkopers (en met name Joodse burgers) in deze periode was. Kort na dit document, in september 1941, zouden Joden geheel worden uitgesloten van openbare markten. Dit document legt dus een van de laatste momenten vast waarop Joodse kleine ondernemers nog probeerden hun brood te verdienen binnen het ambtelijke systeem, vlak voordat zij volledig rechteloos werden gemaakt.