Ambtsbericht/Interne notitie op voorgedrukt formulier ("Bijblad van:").
Origineel
Ambtsbericht/Interne notitie op voorgedrukt formulier ("Bijblad van:"). De Controleur (van de Dienst Marktwegen). Den Heer Inspecteur Marktwegen te Amsterdam. [In kader linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 10/4/21 1941
DOORGEZONDEN: 5/8
[Handgeschreven aantekeningen rechtsboven]
mi. Insp.
685
Ik lak [?]
spoedig na veradvies
thd 11/8 '41
[Adressering]
Den Heer Inspecteur
Marktwegen
Amsterdam
[Tekst]
In overleg met U, heeft Fransman alsnog om een standplaats verzocht aan de oostzijde van de Blasiusstraat. Fransman zou dan over J. Pots komen te staan met hetzelfde artikel. Pots zou geen bezwaar maken wat concurrentie betreft, daar een ieder toch zijn eigen clientèle heeft. M. i. zou met het verlenen van een standplaats aan J. Fransman op betreffende plaats de zaak opgelost zijn, temeer omdat hij inderdaad een van de bekende venters uit de Camperstraat en omgeving is.
Amsterdam 12/8. 1941
De Controleur,
[Handtekening: Saman?]
[Voetnoot links]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document betreft een ambtelijk advies over de toewijzing van een standplaats op de markt/straat in de Blasiusstraat te Amsterdam. De controleur adviseert de inspecteur om in te stemmen met het verzoek van een zekere Fransman.
Opvallend is de pragmatische toon: de controleur meldt dat de directe "concurrent", J. Pots, geen bezwaar heeft omdat beide venters hun eigen vaste klantenkring hebben. Daarnaast wordt het verzoek ondersteund door het feit dat Fransman een bekende verschijning is in de nabijgelegen Camperstraat, wat suggereert dat hij een gevestigde lokale ondernemer is. Het document dateert van augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De genoemde locaties (Blasiusstraat en Camperstraat) liggen in de Oosterparkbuurt in Amsterdam-Oost. Dit was een buurt met een aanzienlijke Joodse populatie en veel Joodse straatventers.
De naam "Fransman" is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam (mogelijk Joseph Fransman). In 1941 werden de beperkingen voor Joodse marktkooplieden en venters door de bezetter steeds verder aangescherpt. Vanaf september 1941 (kort na de datum van dit document) mochten Joodse verkopers enkel nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" staan. Dit document bevindt zich dus op het breukvlak van de reguliere marktordening en de naderende volledige uitsluiting van Joodse ondernemers uit het openbare economische leven. J. Fransman J. Pots M. No Marktwegen (Inspecteur) Marktwegen te (Inspecteur)
Samenvatting
Het document betreft een ambtelijk advies over de toewijzing van een standplaats op de markt/straat in de Blasiusstraat te Amsterdam. De controleur adviseert de inspecteur om in te stemmen met het verzoek van een zekere Fransman.
Opvallend is de pragmatische toon: de controleur meldt dat de directe "concurrent", J. Pots, geen bezwaar heeft omdat beide venters hun eigen vaste klantenkring hebben. Daarnaast wordt het verzoek ondersteund door het feit dat Fransman een bekende verschijning is in de nabijgelegen Camperstraat, wat suggereert dat hij een gevestigde lokale ondernemer is.
Historische Context
Het document dateert van augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De genoemde locaties (Blasiusstraat en Camperstraat) liggen in de Oosterparkbuurt in Amsterdam-Oost. Dit was een buurt met een aanzienlijke Joodse populatie en veel Joodse straatventers.
De naam "Fransman" is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam (mogelijk Joseph Fransman). In 1941 werden de beperkingen voor Joodse marktkooplieden en venters door de bezetter steeds verder aangescherpt. Vanaf september 1941 (kort na de datum van dit document) mochten Joodse verkopers enkel nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" staan. Dit document bevindt zich dus op het breukvlak van de reguliere marktordening en de naderende volledige uitsluiting van Joodse ondernemers uit het openbare economische leven.