Handgeschreven ambtelijke notitie/brief.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie/brief. 16 februari 1939. III
vergunningen voor de Albertcuypstraatmarkt uit-
te breiden, hetgeen nu geenszins gewenscht is,
gezien de minder aangename ervaring, die opgedaan
is met de overige verleende soortgelijke vergunningen,
dan komt het mij noodzakelijk voor als voorwaarde
te stellen, dat Polak een plaats toegewezen krijgt
in den zgn. bakhoek, d.w.z. 3e markt naar Andriessen,
nl. plaats 264.
Tenslotte geef ik U in overweging te bewerkstelligen,
dat de bakvergunningen ten name van G. de Vos,
K. de Graaff en M. G. Ostendorp, wegens geen gebruik-
making, worden ingetrokken.
Amsterdam, 16 Febr. 39
[Handtekening, mogelijk: Vonschuber] Het document betreft een ambtelijk advies over het beheer van marktvergunningen op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. De tekst bevat twee hoofdzaken:
1. Toewijzing standplaats: Er wordt geadviseerd een zekere heer Polak een specifieke standplaats (nummer 264) toe te wijzen in de "bakhoek", onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat het aantal vergunningen niet verder wordt uitgebreid. De schrijver motiveert dit door te verwijzen naar eerdere negatieve ervaringen met soortgelijke vergunningen.
2. Intrekking vergunningen: Er wordt voorgesteld om de ongebruikte "bakvergunningen" van drie personen (G. de Vos, K. de Graaff en M. G. Ostendorp) in te trekken. In de jaren 30 was de Albert Cuypmarkt al de belangrijkste dagmarkt van Amsterdam. Het marktwezen viel onder streng gemeentelijk toezicht om overlast te beperken en de handel te reguleren. De "bakhoek" was de aangewezen plek voor kooplieden die ter plekke voedsel bereidden (zoals visbakkers).
De datum, februari 1939, plaatst dit document in een roerige periode vlak voor de Duitse bezetting. De vermelding van de naam "Polak" is historisch interessant; hoewel het hier om een reguliere administratieve kwestie lijkt te gaan, zouden marktvergunningen voor Joodse kooplieden vanaf 1941 het doelwit worden van verregaande anti-Joodse maatregelen door de bezetter. G. Ostendorp G. de Vos K. de Graaff Marktwezen
Samenvatting
Het document betreft een ambtelijk advies over het beheer van marktvergunningen op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. De tekst bevat twee hoofdzaken:
1. Toewijzing standplaats: Er wordt geadviseerd een zekere heer Polak een specifieke standplaats (nummer 264) toe te wijzen in de "bakhoek", onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat het aantal vergunningen niet verder wordt uitgebreid. De schrijver motiveert dit door te verwijzen naar eerdere negatieve ervaringen met soortgelijke vergunningen.
2. Intrekking vergunningen: Er wordt voorgesteld om de ongebruikte "bakvergunningen" van drie personen (G. de Vos, K. de Graaff en M. G. Ostendorp) in te trekken.
Historische Context
In de jaren 30 was de Albert Cuypmarkt al de belangrijkste dagmarkt van Amsterdam. Het marktwezen viel onder streng gemeentelijk toezicht om overlast te beperken en de handel te reguleren. De "bakhoek" was de aangewezen plek voor kooplieden die ter plekke voedsel bereidden (zoals visbakkers).
De datum, februari 1939, plaatst dit document in een roerige periode vlak voor de Duitse bezetting. De vermelding van de naam "Polak" is historisch interessant; hoewel het hier om een reguliere administratieve kwestie lijkt te gaan, zouden marktvergunningen voor Joodse kooplieden vanaf 1941 het doelwit worden van verregaande anti-Joodse maatregelen door de bezetter.