Ambtelijk advies/memo (handgeschreven).
Origineel
Ambtelijk advies/memo (handgeschreven). 23 juli 1941. Waarschijnlijk een ambtenaar/opzichter van de afdeling Marktwezen (ondertekend door P. Bakker). [Linksboven:]
Advies op No: 25/84/2 d.d. 18/7 41.
[Rechtsboven:]
Den Inspecteur
afd: Marktwezen
Alhier
[Midden:]
Naar aanleiding van het verzoek van Joh. Taan.
pl: No: 1605 Afd. Knijpschaar alhier dien het volgende.
Taan verzocht uitstel van plaatsbezetten voor den
tijd van 6 weken. M. i. kan zijn verzoek worden ingewilligd
daar hij schrijft met Augustus weer op de markt te komen.
Marktgeld is op Zaterdag 19 Juli betaald.
[Rechtsonder:]
Amsterdam 23/7 41.
[Handtekening: P. Bakker] Dit document is een intern ambtelijk advies binnen de afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam. De strekking is een positief advies met betrekking tot een verzoek van een marktkoopman, Johannes (Joh.) Taan.
Taan, die staanplaats nummer 1605 bezet in de afdeling "Knijpschaar" (vermoedelijk een specifieke sector op een van de Amsterdamse markten, mogelijk gerelateerd aan de handel in gereedschap of messen), heeft gevraagd om zes weken afwezig te mogen zijn. De ambtenaar die het advies schrijft (P. Bakker), stelt voor dit verzoek in te willigen ("M.i. [mijns inziens] kan zijn verzoek worden ingewilligd").
Als argumenten voor dit positieve advies worden gegeven:
1. De koopman heeft aangegeven in augustus weer terug te keren.
2. De financiële verplichtingen (het marktgeld) zijn tot en met zaterdag 19 juli voldaan, wat duidt op een betrouwbare vergunninghouder. Het document dateert van juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode stonden de Amsterdamse markten onder streng toezicht.
De "Afd. Knijpschaar" verwijst naar een specifieke indeling van de markt; Amsterdamse markten waren vaak opgedeeld in sectoren op basis van de aard van de goederen.
De context van 1941 is saillant: in deze periode werden Joodse marktkooplieden door de bezetter stelselmatig van de algemene markten verdreven en naar specifieke "Joodse markten" gedwongen. Hoewel dit specifieke document een routineus administratief verzoek lijkt, vonden dergelijke beslissingen plaats in een tijd van toenemende restricties en bureaucratische controle op de burgerbevolking en hun middelen van bestaan. Of Joh. Taan direct door deze maatregelen werd getroffen is uit dit document niet op te maken, maar de strikte registratie van aanwezigheid en betaling was essentieel voor het behoud van een marktvergunning in die tijd. P. Bakker Gemeente Amsterdam Marktwezen