Officiële brief/kennisgeving.
Origineel
Officiële brief/kennisgeving. 17 september 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer J. de Rooy, Eerste Jacob van Campenstraat 24 hs, Amsterdam-Zuid. [Linksboven, gestempeld:]
25/109/2 M.
[Midden boven, getypt:]
HG.
[Rechtsboven, handgeschreven:]
M. de Leer [?]
[Midden boven, handgeschreven over tekst:]
Verzonden 17/9
[Rechtsonder de datum:]
17 September 1941.
den Heer J.de Rooy,
Eerste Jacob van Campenstraat 24 hs
Amsterdam-Zuid.
Wijk 14.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 20 Augustus jl.
verleen ik U hierby tot wederopzegging toestemming zich op Uw
plaats op de markt(en) Albert Cuypstraat
te laten bystaan - niet vervangen - door Uw moeder.
De Directeur, In dit document verleent de directeur (waarschijnlijk van het Amsterdamse Marktwezen) een formele vergunning aan de heer J. de Rooy. Op basis van een verzoek van De Rooy van 20 augustus 1941, mag hij zich op zijn marktplaats aan de Albert Cuypstraat laten bijstaan door zijn moeder.
Er worden twee belangrijke juridische voorwaarden gesteld:
1. "Tot wederopzegging": De toestemming is niet permanent en kan op elk moment door de autoriteiten worden ingetrokken.
2. "Bystaan - niet vervangen": Dit is een cruciaal onderscheid. De vergunninghouder moet zelf aanwezig blijven; zijn moeder mag hem enkel helpen, maar zijn taak niet volledig overnemen in zijn afwezigheid. Het document dateert van september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de bureaucratie rondom economische activiteiten en openbare markten streng. Voor elke wijziging in de bedrijfsvoering, hoe klein ook (zoals hulp van een familielid), was schriftelijke toestemming van de overheid nodig.
De locatie, de Albert Cuypmarkt in de wijk De Pijp, was en is een van de belangrijkste markten van Amsterdam. In de loop van 1941 werden de maatregelen tegen Joodse marktkooplieden steeds strenger; zij werden uiteindelijk verbannen naar specifieke "Joodse markten" of mochten helemaal niet meer handelen. Hoewel deze specifieke brief een routineuze administratieve handeling lijkt, illustreert het de totale controle van de overheid op het dagelijks leven tijdens de bezettingsjaren. De vermelding "Wijk 14" duidt op de administratieve indeling van de stad door de marktdienst. J. de Rooy M. de Leer Marktwezen