Handgeschreven brief / verzoekschrift.
Origineel
Handgeschreven brief / verzoekschrift. 5 september 1941. J. v.d. Kar, Nieuwe Prinsengracht 102 III, Amsterdam. A’dam 5/9 /41
Weled Heer mi. Insp.
Ondergeteekende verzoekt UEd
zeer beleefd mijn plaats in de
Albert Cuypstraat niet in te trekken
daar er jongens zijn die net zoo
lang als ik in de werkverschaffing
zijn en hun plaatsen niet ingetrok
ken zijn. Ik hoop dat UEd mij
mijn verzoek niet zult weigeren
Bij voorbaat mijn dank
Met UEd
Hoogachting
J. v.d. Kar
N. Prinsengracht
102 III
Amsterdam C.
№ 25/115/M. 1941 6/9 In deze brief verzoekt J. v.d. Kar de autoriteiten om zijn "plaats" op de Albert Cuypstraat (waarschijnlijk een marktplaats of een specifiek toegewezen werkplek) te mogen behouden. Hij voert als argument aan dat er sprake is van ongelijkheid: hij noemt andere "jongens" die even lang in de "werkverschaffing" zitten als hij, maar wiens plaatsen niet zijn ingetrokken.
De toon van de brief is uiterst beleefd en formeel, wat gebruikelijk was voor verzoekschriften aan officiële instanties in die tijd. De afkorting "UEd" staat voor "Uw Edelachtbare". De vermelding van "werkverschaffing" duidt erop dat de afzender via een overheidsproject aan het werk was gesteld, een systeem dat tijdens de crisisjaren en de bezetting veelvuldig werd ingezet voor werklozen. Het document is gedateerd op 5 september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context van de Tweede Wereldoorlog is hier cruciaal:
- De Albert Cuypmarkt: Tijdens de bezetting werden markten streng gereguleerd. Voor Joodse marktkooplieden werd het steeds moeilijker om hun beroep uit te oefenen.
- De Afzender: De achternaam "Van der Kar" kwam veelvuldig voor binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam. De Nieuwe Prinsengracht lag in het hart van de toenmalige Joodse buurt.
- Anti-Joodse maatregelen: In de loop van 1941 namen de beperkingen voor Joden snel toe. Vanaf begin 1941 mochten Joodse marktkooplieden in Amsterdam alleen nog op speciaal aangewezen "Joodsche markten" staan. Het intrekken van een plaats op de reguliere Albert Cuypstraat past in dit patroon van uitsluiting.
- Werkverschaffing: Hoewel de werkverschaffing oorspronkelijk bedoeld was als werkloosheidsbestrijding, werd dit systeem door de bezetter steeds vaker misbruikt als instrument voor dwangarbeid en controle, wat uiteindelijk uitmondde in de inzet van Joodse mannen in werkkampen.
Deze korte, beleefde brief is daarmee een aangrijpend getuigenis van een individu dat probeert zijn levensonderhoud en rechtmatige plek in de stad te behouden, terwijl de mazen van de bezettingswetgeving zich steeds nauwer om de Joodse bevolking sluiten. J. v.d. Kar N. Prinsengracht