Ambtelijke brief (waarschijnlijk een doorslag of kopie voor het archief).
Origineel
Ambtelijke brief (waarschijnlijk een doorslag of kopie voor het archief). 15 oktober 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktdienst Amsterdam). Den Heer L. Halberstadt, Van Woustraat 53 I, Amsterdam-Zuid. [Handgeschreven linksboven, potlood:] 1 ex.
[Handgeschreven middenboven, blauw potlood:] Verzonden [onleesbaar]
[Handgeschreven rechtsboven, blauw potlood:] M de Boer
[Getypt rechtsboven:] HG.
den Heer L.Halberstadt,
Van Woustraat 53 I,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 17.
25/131/1 M. 15 October 1941.
U gelieve het aan U in bruikleen afgestane snoer met toe-
behooren, voor de kramenverlichting op de markt Albert Cuypstraat
ten spoedigste in te leveren bij den dienstdoenden marktambtenaar
van bovengenoemde markt.
De Directeur, De brief is een korte, zakelijke sommatie aan de heer L. Halberstadt om een in bruikleen ontvangen snoer voor de verlichting van een marktkraam onmiddellijk in te leveren bij de marktmeester van de Albert Cuypmarkt.
De toon is formeel en gebiedend ("U gelieve... ten spoedigste in te leveren"). De aanwezigheid van de aantekening "Verzonden" en de paraaf "HG." duidt op een administratieve afhandeling binnen een gemeentelijke instantie. Het adres van de ontvanger (Van Woustraat 53) bevindt zich in de directe nabijheid van de Albert Cuypmarkt in de Amsterdamse Pijp. Dit document dateert uit oktober 1941, een cruciale periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In de herfst van 1941 werden de anti-Joodse maatregelen drastisch aangescherpt. Op 15 september 1941 werden Joden via een verordening nagenoeg volledig uit het openbare leven geweerd; zij mochten onder andere niet meer deelnemen aan reguliere markten.
De heer L. Halberstadt was een Joodse Amsterdammer. Het feit dat hij gesommeerd werd zijn verlichtingsmateriaal "ten spoedigste" in te leveren, houdt vrijwel zeker verband met het verbod voor Joodse kooplieden om nog langer op de Albert Cuypmarkt te staan. Joodse marktkooplieden werden gedwongen hun nering te verplaatsen naar speciaal aangewezen 'Joodse markten' of moesten hun werkzaamheden volledig staken. Deze brief is een concreet voorbeeld van hoe de uitsluiting van de Joodse bevolking via ambtelijke weg tot in de kleinste materiële details (zoals een verlichtingssnoer) werd uitgevoerd. L. Halberstadt