Archief 745
Inventaris 745-350
Pagina 281
Dossier 24
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven verzoekschrift.

1 november 1941. Van: F. Hessels. Dossier: 118

Origineel

Handgeschreven verzoekschrift. 1 november 1941. F. Hessels. [Bovenaan in stempel en pen:]
№ 25 / 45 / 1 M. 1941 3/11

A’dam 1-11-1941.

Mijnheer. N. v. L. p.

Daar ik vernomen heeft dat de markten
gedeeltelijk ontruimd word. Zoo wou ik
U vragen of ik in de gunst mag vallen voor
een plaats en liefst Albert cuypstraat daar ik
altyd in de handel ben geweest tot mijn
trouwen en daarna Steun trok. Vanwege
ik Invalide ben en nu weer de handel
in wil daar ik geen steun meer wil trekken
en zelf in mijn onderhoud wil voorzien.
Zoo hoop ik dan dat U daar gunstig over
zult beschikken en dat U me dan een
bewijs kan verstrekken dat ik een mark
kaart kan krijgen voor in te koopen daar
ik geen ventvergunning heeft zodoende
wil ik dan op de markt staan. Hoopende
een gunstig antwoord van U temogen
ontvangen. Zoo blijf ik in afwachting.

afz. F. Hessels.
2e Jac van Campenstraat No 118 I.
A’dam. Z. * Taal en stijl: De brief is geschreven in een formele, maar grammaticaal incorrecte stijl (bijv. "ik vernomen heeft", "ontruimd word", "U temogen"). Dit wijst op een schrijver uit de arbeidsklasse die probeert een officiële instantie correct aan te spreken.
* Inhoud: F. Hessels verzoekt om een marktplaats, bij voorkeur op de Albert Cuypmarkt. Hij voert aan dat hij vroeger altijd in de handel heeft gezeten, maar na zijn huwelijk in de "Steun" (werkloosheidsuitkering) terechtkwam. Omdat hij invalide is maar niet langer afhankelijk wil zijn van de uitkering, wil hij weer gaan handelen.
* Juridisch aspect: Hij vraagt specifiek om een "mark kaart" (marktkaart) om goederen te kunnen inkopen, omdat hij niet beschikt over een ventvergunning (een vergunning om langs de deuren te gaan). Dit document is historisch zeer beladen vanwege de datum: 1 november 1941. In deze periode van de Duitse bezetting van Nederland werden Joodse Amsterdammers systematisch uit het openbare leven en de economie verdreven.

De zinsnede "dat de markten gedeeltelijk ontruimd word" verwijst direct naar de maatregelen van de bezetter om markten "Jodenvrij" te maken. Sinds september 1941 mochten Joden in Amsterdam alleen nog op specifiek aangewezen markten staan. Hierdoor kwamen er op grote markten zoals de Albert Cuypmarkt plaatsen vrij.

F. Hessels, vermoedelijk een niet-Joodse Amsterdammer, probeert in dit gat te springen. De brief illustreert hoe gewone burgers, gedreven door armoede of de wens om uit de uitkering te komen, profiteerden (vrijwillig of onvrijwillig) van de uitsluiting van hun Joodse medeburgers tijdens de bezetting. De Albert Cuypstraat lag in de Pijp, een buurt die destijds een aanzienlijke Joodse bevolking kende. F. Hessels

Samenvatting

  • Taal en stijl: De brief is geschreven in een formele, maar grammaticaal incorrecte stijl (bijv. "ik vernomen heeft", "ontruimd word", "U temogen"). Dit wijst op een schrijver uit de arbeidsklasse die probeert een officiële instantie correct aan te spreken.
  • Inhoud: F. Hessels verzoekt om een marktplaats, bij voorkeur op de Albert Cuypmarkt. Hij voert aan dat hij vroeger altijd in de handel heeft gezeten, maar na zijn huwelijk in de "Steun" (werkloosheidsuitkering) terechtkwam. Omdat hij invalide is maar niet langer afhankelijk wil zijn van de uitkering, wil hij weer gaan handelen.
  • Juridisch aspect: Hij vraagt specifiek om een "mark kaart" (marktkaart) om goederen te kunnen inkopen, omdat hij niet beschikt over een ventvergunning (een vergunning om langs de deuren te gaan).

Historische Context

Dit document is historisch zeer beladen vanwege de datum: 1 november 1941. In deze periode van de Duitse bezetting van Nederland werden Joodse Amsterdammers systematisch uit het openbare leven en de economie verdreven.

De zinsnede "dat de markten gedeeltelijk ontruimd word" verwijst direct naar de maatregelen van de bezetter om markten "Jodenvrij" te maken. Sinds september 1941 mochten Joden in Amsterdam alleen nog op specifiek aangewezen markten staan. Hierdoor kwamen er op grote markten zoals de Albert Cuypmarkt plaatsen vrij.

F. Hessels, vermoedelijk een niet-Joodse Amsterdammer, probeert in dit gat te springen. De brief illustreert hoe gewone burgers, gedreven door armoede of de wens om uit de uitkering te komen, profiteerden (vrijwillig of onvrijwillig) van de uitsluiting van hun Joodse medeburgers tijdens de bezetting. De Albert Cuypstraat lag in de Pijp, een buurt die destijds een aanzienlijke Joodse bevolking kende.

Genoemde Personen 1

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6