Administratief bijblad/notitiekaart betreffende marktwezen.
Origineel
Administratief bijblad/notitiekaart betreffende marktwezen. 8 januari 1941 tot 21 januari 1941. [Stempel linksboven:]
B I J B L A D V A N :
M. No. 26 / 2 / 1 193 41
DOORGEZONDEN: 13/1-'41.
[Hoofdtekst:]
Mej. J. Sternfeld pl. 31 Dapperstraat
8/1 '41 gewaarschuwd om
achterstallig marktgeld te voldoen.
Van bedanken niets bekend.
v. H.K. [initialen]
De ambtenaren dienen geregeld [rechts:] 13/1 '41
na te gaan of in het brieven-
busje van het posthuis [rechts:] Hr Renz
Dapperstraat brieven van [rechts:] rapport
marktkooplieden worden ge- [rechts:] 15-1.41
deponeerd. Door dit busje voor [rechts:] dethier?
m.i. moet worden aangenomen
dat Mej. Sternfeld in December 1940
voor haar plaats heeft bedankt.
T.K. marktambtenaren hiertoe opdracht 21-1-'41
gegeven. dethier? [rechtsonder:] de Heer
[Onderaan gedrukte tekst:]
Alg. Zaken Model No. 4
10.000-10-1937-1016 Dit document is een administratieve notitie over een marktkoopvrouw, Mejuffrouw J. Sternfeld, die een staanplaats (pl. 31) had op de Dappermarkt in Amsterdam. De kern van de zaak is een misverstand over achterstallig marktgeld.
- Op 8 januari 1941 wordt zij gemaand te betalen omdat de administratie niet weet dat zij haar plaats heeft opgezegd ("Van bedanken niets bekend").
- Op 13 januari 1941 wordt een nieuwe instructie geformuleerd: ambtenaren moeten het brievenbusje bij het posthuis in de Dapperstraat beter controleren.
- Op 15 januari 1941 volgt een rapport (waarschijnlijk van Hr. Renz) waaruit geconcludeerd wordt dat Sternfeld waarschijnlijk al in december 1940 via dat specifieke busje haar plaats had opgezegd ("bedankt").
- Op 21 januari 1941 wordt de zaak afgesloten met een instructie aan de marktambtenaren, ondertekend door 'de Heer'. Het document dateert van januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De naam Sternfeld duidt zeer waarschijnlijk op een Joodse marktkoopvrouw. Dit is een cruciale periode: kort na deze datum (februari 1941) vonden de eerste grote razzia's plaats en werden Joodse Amsterdammers steeds verder uit het openbare leven en de economie verdrongen.
Dat een marktkoopvrouw in december 1940 haar plaats "bedankt" (opzegt), kan te maken hebben met de toenemende restricties en de dreigende sfeer voor Joodse ondernemers. De bureaucratische verwarring over een brievenbusje in de Dapperstraat laat zien hoe informele communicatiewegen van kooplieden botsten met de formele administratie van de gemeente in een tijd van grote maatschappelijke omwenteling. J. Sternfeld M. No Marktwezen