Ambtelijk dossierstuk of memo, waarschijnlijk afkomstig van een gemeentelijke of gewestelijke arbeidsinstantie (bijvoorbeeld het Arbeidsbureau).
Origineel
Ambtelijk dossierstuk of memo, waarschijnlijk afkomstig van een gemeentelijke of gewestelijke arbeidsinstantie (bijvoorbeeld het Arbeidsbureau). November en december 1941. [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 26/37/1 1941
14/11-'41.
DOORGEZONDEN:
[Handgeschreven tekst rechtsboven]
W.F. Koedijk pz. 198 Dapperstraat
m.i. oproepen en informeeren
of zoon op eigen initiatief
of in werkverschaffing naar
Duitschland is gegaan.
B 17/11 '41
deBoer
[Kleine aantekening onder bovenstaande tekst]
Zo ja, welke plaats?
[Handgeschreven tekst midden]
Is niet in werkverruiming
naar Duitschland.
Plaats moet worden ingetrokken.
K. zal zich z.z.t. opnieuw laten inschrijven.
[Aantekeningen rechterzijde]
Opg p. 10 ½ uur 21/11 '41
Mnd 21/11 '41
Kennisgenomen J Renz
zie c:w: 24 - 29-11-'41
[Aantekeningen linkerzijde]
opbergen B 3/12 '41
Jh 6/12 '41
Jh. Renz
Ter Kennisneming B 22/11 '41
[Stempels en tekst onderzijde]
GEZIEN DE INSPECTEUR, deBoer
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document betreft een administratieve navraag naar de verblijfplaats en werksituatie van de zoon van W.F. Koedijk, wonende aan de Dapperstraat 198 (vermoedelijk Amsterdam). Inspecteur De Boer geeft op 17 november 1941 de opdracht om uit te zoeken of de zoon vrijwillig of via de officiële werkverschaffing naar Duitsland is vertrokken.
Uit de latere aantekeningen blijkt dat de zoon niet via de "werkverruiming" naar Duitsland is gegaan. Er wordt geconcludeerd dat zijn inschrijving op de huidige plaats moet worden ingetrokken en dat hij (Koedijk) zich zo spoedig mogelijk (z.z.t.) opnieuw moet laten inschrijven. Verschillende functionarissen, waaronder J. Renz, hebben het stuk voor kennisgeving aangenomen en voorzien van instructies voor archivering ("opbergen"). Het document dateert uit het najaar van 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De arbeidsinzet (Arbeitseinsatz) was in deze fase nog niet volledig dwingend voor alle mannen, maar de druk om in Duitsland te gaan werken nam snel toe. De overheid probeerde via de Arbeidsbureaus grip te krijgen op de arbeidsreserve.
Termen als "werkverschaffing" en "werkverruiming" verwezen naar door de overheid georganiseerde werkprojecten, die door de bezetter steeds vaker werden ingezet om arbeidskrachten voor de Duitse oorlogsindustrie te ronselen. Administratieve controles zoals in dit document waren essentieel voor de bezetter om te voorkomen dat mannen aan de arbeidsplicht ontsnapten of buiten het officiële systeem om werkten. De Dapperstraat is een bekende straat in de Amsterdamse Dapperbuurt, een wijk die tijdens de bezetting zwaar getroffen werd door wegvoeringen. De Boer (Inspecteur) J. Renz M. No W.F. Koedijk