Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 26 mei 1941. E. de Leeuw, Snoekjesgracht 3, Amsterdam. Directeur van de afdeling Marktwezen, Amsterdam. (Noot: De originele spelling en interpunctie zijn aangehouden.)
[Linksboven stempel/aantekening]: No 33/41/1 M.1941 26/5
[Rechtsboven]: 26 Mei 1941
WelEd Heer
Directeur
m. Turp [?]
afd. Marktwezen
alhier
Mijn heer
By deze deel ik uEld even het volgende mede.
Op heden den 26 Mei word mij door Uw ambtenaar
afd Westerstraat een plaats aangewezen.
maar daar ik op moment door omstandighede
niet kan komen versoek ik U beleefd, die
plaats een paar weken voor mij vast te houden
zal ook zorgen voor de noodige foto's
Hopende UEd aan mijn verzoek kan
voldoen.
Zoo verblijf ik mij
Hoogachtend E de Leeuw
Snoekjesgracht 3 = A dam
N.B. ben ook bereid
het wekelijks marktgeld
daarnaar te betalen De brief is een formeel verzoek van een marktkoopman of -vrouw genaamd E. de Leeuw. De afzender heeft op die dag een staanplaats toegewezen gekregen op de markt in de Westerstraat (Amsterdam). Vanwege niet nader genoemde "omstandighede" kan de afzender de plek niet direct innemen en vraagt de directeur van het Marktwezen om de plek enkele weken gereserveerd te houden.
Opvallend is de bereidheid van de afzender om het wekelijkse marktgeld alvast vooruit of door te betalen om de plek niet te verliezen. Ook wordt er verwezen naar de "noodige foto's", wat duidt op de administratieve vereisten voor marktvergunningen in die tijd. Het document dateert van mei 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context van de locatie en de afzender is hier cruciaal. De Snoekjesgracht lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. In mei 1941 waren de anti-Joodse maatregelen in volle gang.
Slechts enkele maanden voor deze brief had de Februaristaking plaatsgevonden en was de Jodenbuurt tijdelijk afgesloten. Vanaf de zomer van 1941 werden Joodse marktkooplieden steeds vaker geweerd van de reguliere Amsterdamse markten (zoals de Westerstraat) en gedwongen naar specifieke "Joodse markten" (zoals op het Waterlooplein of de Gaaspstraat). Dit verzoek om een plaats "vast te houden" moet mogelijk gezien worden in het licht van de toenemende onzekerheid en de administratieve hindernissen die specifiek voor Joodse burgers werden opgeworpen, zoals de verplichte legitimatiebewiezen met pasfoto's. De brief toont de poging van een individu om onder moeilijke omstandigheden een legaal inkomen te behouden. E. de Leeuw Marktwezen