Administratieve notitie/beschikking betreffende een marktvergunning.
Origineel
Administratieve notitie/beschikking betreffende een marktvergunning. [Linksboven in kader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 33/59/1 1941
DOORGEZONDEN: 17/9-'41.
[Rechtsboven, handgeschreven]
H. Dessaur pl. no Westerstraat
[Handtekening] H. de Wolff
Marktambtenaar
Contrôleur
om advies / om rapport / ~~ter kennisneming~~ [onderstreept]
[Midden, handgeschreven tekst]
Aan H. Dessaur kan m.i.
worden toegestaan om zijn
plaats op de markt aan de Westerstraat
gedurende drie maanden niet in te nemen.
Hij moet echter zorg dragen, dat het
ook tijdens zijn afwezigheid verschuldigde
marktgeld wekelijks wordt betaald.
19-9-'41 [Handtekening/Naam] de Haar
[Rechtsonder, handgeschreven tekst]
6-10-'41
de Haar
Tegen dit verzoek
is mij geen enkel
bezwaar.
27-9-'41 [Paraaf]
[Linksonder, aantekeningen en stempels]
acc.
[Handtekening] Middelburgh
33/59/2 M [in rood]
[Paraaf] 10/10 '41
15/10/41 [Paraaf]
[Voetnoot gedrukt]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een intern ambtelijk schrijven van de gemeente Amsterdam (waarschijnlijk de Dienst van het Marktwezen). Het betreft een verzoek van een marktkoopman, H. Dessaur, om zijn vaste staanplaats op de Westerstraatmarkt gedurende drie maanden onbezet te laten.
De ambtelijke molen is in de kantlijn en onder de tekst zichtbaar:
1. 17-9-1941: De marktcontroleur H. de Wolff stuurt de zaak door voor advies.
2. 19-9-1941: Ambtenaar 'de Haar' adviseert positief: het is toegestaan de plaats drie maanden niet in te nemen, mits het marktgeld wekelijks wordt doorbetaald.
3. 27-9-1941: Een controle of tweede akkoord waarbij wordt vermeld dat er "geen enkel bezwaar" is.
4. Oktober 1941: Definitieve goedkeuring ("acc.") en administratieve verwerking onder nummer 33/59/2. De datering van dit document (september/oktober 1941) is historisch zeer relevant. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De naam Dessaur is een bekende Joodse familienaam in Amsterdam.
In de loop van 1941 werden de maatregelen tegen Joodse burgers steeds strenger. Vanaf september 1941 werden Joden stapsgewijs geweerd van openbare markten en parken. In november 1941 volgde een definitief verbod voor Joden om op niet-Joodse markten te staan; zij werden verwezen naar specifieke "Joodse markten" (zoals op het Waterlooplein en de Gaaspstraat). Het verzoek van H. Dessaur om drie maanden afwezig te mogen zijn van de Westerstraatmarkt valt exact samen met deze periode van uitsluiting. Hoewel het document puur droog-administratief oogt, weerspiegelt het mogelijk de persoonlijke onzekerheid of gedwongen terugtrekking van een Joodse ondernemer in de vroege fase van de Holocaust. H. Dessaur H. de Wolff M. No Gemeente Amsterdam Marktwezen