Administratieve notitie/intern schrijven betreffende scheepvaartbewegingen.
Origineel
Administratieve notitie/intern schrijven betreffende scheepvaartbewegingen. [Stempel linksboven in paars:]
CENTRALE
BOEKHOUDING
[Referentienummer bovenaan in paars:]
№ 37/5/I M. 1941 9/1
[Hoofdtekst in zwart/grijs handschrift:]
Schippersstaat 301 van 24 December 1940
meldt in de rubriek : "Schepen niet in lading of
lossing
Onderneming J. Kallewaard Hoogeveen 24/12 154 ton.
Vertrouwen J. Kramer 24/12 124 ton.
Blijkens dagrapport 302 dd 27 December zijn
beide schepen in lossing gegaan. en
werd er kade-geld voorbetaald resp op quitantie
0249 en 0251.
Op dagrapport 303 van 28 December
komen beide schepen weer voor in de
rubriek : " Schepen niet in lading of lossing
Gaarne hieromtrent even een nadere toelichting.
Aen den Chef C M
[Rode handgeschreven notitie rechtsonder, diagonaal:]
Schippers
Kallewaard & Kramer
zijn op 27 dec in lossing gegaan
en hebben beland. Op 31 dec
zijn ze leeg gekomen, maar konden
door ijsgang niet vertrekken. In Rapport no 2..
van Controleur v. d. Broek zijn de
echter op 28 Dec alweer als
onder schepen niet in lossing geplaatst.
A. dam, 7 Jan 1941
[handtekening onleesbaar]
8/1 '41
[Stempels en parafen rechtsonder:]
Gezien [geschreven]
[paraaf]
- 7 JAN. 1941 [stempel] Dit document is een intern memo van de 'Centrale Boekhouding', gericht aan de 'Chef C.M.'. De kern van het schrijven is een onregelmatigheid in de administratie van twee binnenvaartschepen: de Onderneming van schipper Kallewaard en de Vertrouwen van schipper Kramer.
De ambtenaar constateert een tegenspraak in de dagrapporten:
1. Op 24 december (staat 301) liggen de schepen stil (niet in lading of lossing).
2. Op 27 december (rapport 302) zijn ze begonnen met lossen en is er kadegeld betaald.
3. Op 28 december (rapport 303) staan ze plotseling weer te boek als "niet in lading of lossing".
De rode kanttekening (gedateerd 7 januari 1941 vanuit Amsterdam) verklaart de situatie: de schepen waren op 31 december weliswaar leeg, maar konden de haven niet verlaten vanwege ijsgang. De verwarring in de rapportage van 28 december lijkt te komen door een administratieve herplaatsing door een controleur (v.d. Broek), terwijl de schepen feitelijk nog aanwezig waren maar hun status (lossen) reeds voltooid was. Dit document stamt uit de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1941). In deze periode was een strikte controle op de distributie en het vervoer van goederen essentieel voor zowel de bezetter als de Nederlandse overheid (die onder toezicht bleef functioneren).
De winter van 1940-1941 was zeer streng, wat de ijsgang verklaart die in de rode tekst genoemd wordt. De binnenvaart was de ruggengraat van het transport; bevroren kanalen en rivieren leidden tot grote logistieke problemen en administratieve hoofdpijn, zoals in dit document zichtbaar is. De 'Centrale Boekhouding' hield scherp toezicht op liggelden en kadegelden (fiscale controle), waarbij elke dag dat een schip in de haven lag verantwoord moest worden. De nauwkeurigheid waarmee deze kleine administratieve discrepantie wordt opgevolgd, getuigt van de bureaucratische precisie in die tijd. J. Kallewaard J. Kramer