Officiële brief/kennisgeving.
Origineel
Officiële brief/kennisgeving. 22 februari 1941. Directie van het Marktwezen, Amsterdam. Den Heer C. de Mooy, Centrale Markt D 19, Amsterdam-West. [Handgeschreven aantekening bovenaan:]
Verzonden 22/2-'41
DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.
No. 37/7/7 M.
Amsterdam-West, 22 Februari 1941.
Jan van Galenstraat 14.
Aan den Heer C.de Mooy,
Centrale Markt D 19,
Amsterdam-West.
In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw rekening zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te Uwen behoeven of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.
De Directeur, Deze brief is een formele mededeling van de Directie van het Marktwezen aan een huurder van een pakhuisruimte op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de brief bestaat uit drie punten:
1. Toezending contract: De officiële overdracht van het geregistreerde huurcontract.
2. Onderhoudsplicht: De huurder wordt gewezen op artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek (destijds van kracht), waarin staat dat kleine herstellingen (zoals ruiten en sloten) voor rekening van de huurder komen.
3. Reclameverbod: Een expliciete herinnering aan de regel dat er zonder schriftelijke toestemming geen borden of reclame-uitingen aan of op het pand geplaatst mogen worden.
De toon is uiterst zakelijk en hoffelijk ("heb ik de eer U", "verzoek U beleefd"), wat kenmerkend is voor de ambtelijke correspondentie uit die periode. De brief is gedateerd op 22 februari 1941, een kleine negen maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de inhoud puur administratief en civielrechtelijk lijkt, vond de verzending plaats in een zeer roerige week in Amsterdam: de brief is geschreven op de zaterdag vóór de uitbraak van de Februaristaking (25 en 26 februari 1941).
De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat vormden het hart van de voedseldistributie in Amsterdam. In deze periode was de controle op de markt en de pakhuizen door de bezetter en de gemeente uiterst streng vanwege de toenemende schaarste en distributiemaatregelen. De strikte handhaving van regels over 'aankondigingen' en 'borden' in artikel 8 van het contract kreeg in oorlogstijd waarschijnlijk een extra politieke lading, om te voorkomen dat er ongeautoriseerde pamfletten of uitingen op de gebouwen werden geplaatst. C. de Mooy M. Marktwezen