Archief 745
Inventaris 745-354
Pagina 9
Dossier 17
Jaar 1941
Stadsarchief

Officieel verslag (Resumé) van een bespreking.

Aan: Wethouder voor de Levensmiddelen (Amsterdam).

Origineel

Officieel verslag (Resumé) van een bespreking. Wethouder voor de Levensmiddelen (Amsterdam). Behoort bij brief No.37/15/22 M. d.d. 20 November 1941 aan den heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.

R e s u m é van een bespreking van den directeur van het Marktwezen, den heer G.F. Sixma, den gemeentelyken adviseur, den heer F. van Meurs, den bedryfschef, den heer Jac. Broerse, den wnd. secretaris, den heer H.A. van Duinhoven met vertegenwoordigers der Joodsche groothandelaren, gevestigd op de Centrale Markt, namelyk de heeren: J. Wynschenk, M. Wynschenk, B. Polak, M. Mok, Italiaander, J. Presser, Hagenaar en Hakker op Dinsdag 10 November 1941 ten kantore van den dienst van het Marktwezen.

O n d e r w e r p : Ariseering Centrale Markt.

De Directeur zet de situatie uiteen. Ingevolge het bepaalde in de Verordening van 15 September jl. inzake het deelnemen van Joden aan de markten heeft de Gemeente thans een plan tot ariseering der Centrale Markt voorbereid, waarby dus als uitgangspunt is aangenomen, dat er een absolute scheiding op de Centrale Markt moet komen tusschen den niet-Joodsche, en de, Joodsche, groot- en kleinhandel. Hiertoe zou tot Joodsche markt worden bestemd een terrein aan de Keucheniusstraat met een stuk kade, een en ander zooals op een situatieschets in rood is aangegeven.

De Joodsche handel wyst erop, dat de verhouding van het aantal Joodsche groothandelaren (50) tegenover het aantal Joodsche kleinhandelaren (200) zeer ongunstig is, zoodat de perspectieven voor den groothandel wel zeer slecht zyn. Ongetwyfeld zullen een aantal Joodsche grossiers moeten afvallen. Bovendien is het zeer de vraag, of de Joodsche groothandel na 1 December a.s. nog handel zal kunnen koopen op de veilingen. Op dien datum loopt namelyk de toestemming af van de Overheid, dat Joden nog aan de veilingen mogen deelnemen en er is thans omtrent de eventueele toewysing van producten aan deze grossiers nog niets bekend.
Men is van meening, dat alle Joodsche groothandelaren op de Centrale Markt (op het speciale Joodsche gedeelte) gevestigd willen blyven, doch /dat daar voor allen geen bestaansmogelykheid is. Iedere Joodsche grossier individueel zal dit echter moeten bezien, of hy aan de Joodsche markt zal deelnemen of niet.

De Joodsche vertegenwoordigers wyzen er voorts op, dat op het ontworpen terrein geenerlei beschutting of pakhuisruimte aanwezig is, terwyl een dergelyke beschutting niet in korten tyd is aan te brengen, zoodat de handel in de open lucht zal moeten plaatsvinden. Men dringt er daarom op aan, tydelyk pier E met het pakhuis ter beschikking te stellen, in afwachting van de inrichting van het terrein (het zgn. sportterrein) aan de Keucheniusstraat.

De Directeur schetst de hieraan verbonden bezwaren en wyst erop, dat deze mogelykheid niet aan de orde is.

De handel verzoekt, teneinde toch eenigs beschutting te hebben, de aan de veiling in gebruik gegeven loods op pier E, welke momenteel vrywelyk niet wordt benut, tydelyk in gebruik te mogen nemen. Men kan dan de ontwikkeling gedurende den winter gadeslaan en daarnaar eventueele maatregelen voor het sportterrein beter beoordeelen.

De Directeur wyst erop, dat deze loods door de Duitsche Weermacht voor de veiling is afgestaan als compensatie voor ruimte, welke de Weermacht in de emballageloods der veiling heeft in beslag genomen, en dat in het voorjaar ten behoeve van den export * Kernproblematiek: Het document verslaat de actieve uitvoering van de segregatie ("Ariseering") op de Amsterdamse Centrale Markt tijdens de Duitse bezetting. Joodse handelaren worden fysiek geïsoleerd van niet-Joodse handelaren.
* Logistieke uitsluiting: Er wordt een specifiek, minderwaardig terrein aangewezen aan de Keucheniusstraat. De Joodse vertegenwoordigers maken bezwaar tegen het gebrek aan faciliteiten (geen pakhuizen, handel in de open lucht) en de economische onhaalbaarheid (slechte verhouding tussen groot- en kleinhandel).
* Houding van de instanties: De Directeur van het Marktwezen (Sixma) treedt op als uitvoerder van de antisemitische maatregelen van de bezetter. Hij wijst verzoeken om betere faciliteiten (zoals pier E) resoluut af met een beroep op de belangen van de Duitsche Weermacht.
* Rechteloosheid: Uit de tekst spreekt de grote onzekerheid van de Joodse handelaren, die op het punt staan hun toegang tot de veilingen te verliezen (per 1 december 1941), wat hun economische doodvonnis betekende. Dit document dateert uit november 1941, een cruciale fase in de uitsluiting van Joden uit de Nederlandse samenleving. De genoemde "Verordening van 15 September" (Verordening 189/1941) verbood Joden de toegang tot openbare markten, tenzij het specifiek voor Joden aangewezen locaties betrof.

De Centrale Markt in Amsterdam-West was het logistieke hart van de voedselvoorziening. Door de "Ariseering" werden Joodse ondernemers niet alleen sociaal geïsoleerd, maar ook economisch gewurgd. Veel van de in dit document genoemde personen (zoals de heren Wynschenk, Polak en Mok) behoorden tot bekende Joodse families in de Amsterdamse markthandel; velen van hen zouden later in de oorlog worden gedeporteerd en vermoord. De genoemde directeur, G.F. Sixma, bleef tijdens de bezetting in functie en voerde de Duitse bevelen strikt uit.

Samenvatting

  • Kernproblematiek: Het document verslaat de actieve uitvoering van de segregatie ("Ariseering") op de Amsterdamse Centrale Markt tijdens de Duitse bezetting. Joodse handelaren worden fysiek geïsoleerd van niet-Joodse handelaren.
  • Logistieke uitsluiting: Er wordt een specifiek, minderwaardig terrein aangewezen aan de Keucheniusstraat. De Joodse vertegenwoordigers maken bezwaar tegen het gebrek aan faciliteiten (geen pakhuizen, handel in de open lucht) en de economische onhaalbaarheid (slechte verhouding tussen groot- en kleinhandel).
  • Houding van de instanties: De Directeur van het Marktwezen (Sixma) treedt op als uitvoerder van de antisemitische maatregelen van de bezetter. Hij wijst verzoeken om betere faciliteiten (zoals pier E) resoluut af met een beroep op de belangen van de Duitsche Weermacht.
  • Rechteloosheid: Uit de tekst spreekt de grote onzekerheid van de Joodse handelaren, die op het punt staan hun toegang tot de veilingen te verliezen (per 1 december 1941), wat hun economische doodvonnis betekende.

Historische Context

Dit document dateert uit november 1941, een cruciale fase in de uitsluiting van Joden uit de Nederlandse samenleving. De genoemde "Verordening van 15 September" (Verordening 189/1941) verbood Joden de toegang tot openbare markten, tenzij het specifiek voor Joden aangewezen locaties betrof.

De Centrale Markt in Amsterdam-West was het logistieke hart van de voedselvoorziening. Door de "Ariseering" werden Joodse ondernemers niet alleen sociaal geïsoleerd, maar ook economisch gewurgd. Veel van de in dit document genoemde personen (zoals de heren Wynschenk, Polak en Mok) behoorden tot bekende Joodse families in de Amsterdamse markthandel; velen van hen zouden later in de oorlog worden gedeporteerd en vermoord. De genoemde directeur, G.F. Sixma, bleef tijdens de bezetting in functie en voerde de Duitse bevelen strikt uit.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Cosman Waterlooplein "
A. Cosman Waterlooplein "
A. Poortje Uilenburg
A. Poortje Uilenburg
A. Poortje Uilenburg
A.v. Velzen Uilenburg "
A.v. Velzen Uilenburg "
B.A.Bouw
Barend Barend Uilenburg
Barend Barend Uilenburg
B. Barend Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Meents Uilenburg
B. Meents Uilenburg
B. Moffie Waterlooplein "
B. Moffie Waterlooplein "
B. Nebig Uilenburg
B. Nebig Uilenburg
B. Nebig Uilenburg
P. Langendijkstr Uilenburg 7
B. van Thijn Waterlooplein "
B. van Thijn Waterlooplein "
B. van Thijn Waterlooplein "
B. Wittenburg Uilenburg
C.Pas
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6