Handgeschreven memo/notitie betreffende economische restricties.
Origineel
Handgeschreven memo/notitie betreffende economische restricties. 1e De Joodsche bevolking van A'dam bedraagt 10%. Theoretisch houden
zy dus 10% van den totalen aanvoer van groente + fruit moeten hebben
2e De fruithandel was voor veel meer dan 10% in Joodsche handen,
de groentehandel echter voor minder dan 10%. -
3e Het is derhalve onjuist om den Joodschen groentehandel 10% te geven
dat zou te veel zijn. -
4e Een verbod dat joden koopen bij Arische zaken zou een erg
groot aantal Arische zaken met belangrijke Jodenclientèle
dupeeren. -
Om in verband met bovenstaande, de groente- + fruithandel zoo
goed mogelijk te kunnen beheerschen, dienen navolgende maatregelen
te worden genomen:
A De Joodsche groothandel (grossiers) moet volkomen worden
geliquideerd
B De toegang tot de C.M. moet worden verboden aan grossiers
en kleinhandel
C De bevoorrading van den Joodsche kleinhandel moet
geschieden via en door Joden aangewezen Joodsche-Commissie
D Deze Joodsche-bevoorradings commissie moet accepteeren
de soorten en de hoeveelheden die hij door een op te stellen
Arische Commissie van Arische Grossiers krijgt toegewezen. -
E Het is deze Joodsche kleinhandelaren commissie verboden
anders dan van en middels deze Arische Grossiers-
commissie te koopen.
Aantal Joodsche Grossiers } + 40
" " Kleinhandelaren }
+ marktkooplieden } + 160
Geleiden. toewijzen.
Je weniger - um so besser Dit document is een kille, bureaucratische uitwerking van de economische uitsluiting van Joden in Amsterdam tijdens de bezetting. De tekst hanteert een schijnlogica: omdat Joden 10% van de bevolking vormen, zouden zij ook slechts recht hebben op 10% van de handelswaar. De auteur merkt echter op dat in de praktijk (vooral in de fruithandel) dit aandeel veel hoger lag, en stelt daarom voor dit drastisch in te perken.
Opvallend is punt 4, waar een pragmatische afweging wordt gemaakt: een direct verbod voor Joden om bij 'Arische' winkels te kopen wordt ontraden, niet uit mededogen, maar om de omzet van die Arische winkeliers te beschermen.
Het voorgestelde systeem (A t/m E) beoogt de totale controle:
1. Liquidatie: De Joodse groothandel moet verdwijnen.
2. Isolatie: Joden worden verbannen van de Centrale Markt (C.M.).
3. Afhankelijkheid: Joodse winkeliers mogen alleen nog voorraden ontvangen via een speciale commissie, die op haar beurt volledig afhankelijk is van wat een 'Arische' commissie hen toewijst. Dit document past in de bredere context van de Arisierung (arisering) van de Nederlandse economie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na de inval in 1940 voerden de nazi's stapsgewijs verordeningen in om Joden uit het economische leven te verdrijven.
De "C.M." in de tekst verwijst naar de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, destijds het logistieke hart van de voedselvoorziening. De Joodse gemeenschap had van oudsher een groot aandeel in de Amsterdamse straathandel en markten. Door de groothandel te "liquideren" en de kleinhandel te onderwerpen aan een Arische commissie, werd de Joodse bevolking niet alleen economisch geruïneerd, maar ook afhankelijk gemaakt voor hun eerste levensbehoeften.
De Duitse slotzin "Je weniger - um so besser" (hoe minder, hoe beter) onderstreept de uiteindelijke intentie van de opsteller: het volledig zuiveren van de sector van Joodse invloeden.