Ambtelijke correspondentie / Rapportage.
Origineel
Ambtelijke correspondentie / Rapportage. 8 maart 1941. Onbekend (vermoedelijk de Directeur van de Centrale Markt Amsterdam). D/HG.
extra
37/15/1 M.
8 Maart 1941.
Opdracht Deutsche Zivil-
verwaltung en verzoeken
van Agrarisch Front
den Heer Burgemeester
van
A m s t e r d a m .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat ik op Donderdag 6 Maart jl. te 4 uur n.m. ben ontboden bij den heer Rodegro van de Deutsche Zivilverwaltung, Dienstelle Van Miereveldstraat 1 alhier. De heer Rodegro droeg mij op binnen 14 dagen een plan te ontwerpen en aan hem voor te leggen, waarbij op de Centrale Markt zooveel mogelijk een scheiding wordt gemaakt tusschen de Joden en de Christenen; mij werd tevens opgedragen bij de voorbereiding van dit plan zoo nauw mogelijk samen te werken met het Agrarisch Front.
Voordat bovenbedoelde bespreking plaatsvond, had de heer Helms, aardappelgrossier op de Centrale Markt en stedelijk leider van het Agrarisch Front te Amsterdam mij telefonisch om een onderhoud gevraagd voor hem en den heer De Hartog, op Vrijdag 7 Maart jl. te 10 uur v.m., waarbij de heer Helms refereerde aan het onderhoud, dat ik met den heer Rodegro zou hebben.
Op 7 Maart jl. vond het onderhoud met het Bestuur van het Agrarisch Front plaats, waarbij, behalve bovengenoemde twee heeren nog verschenen de heer Knigge en de ambtenaren van mijn dienst Joghems (chef-marktopzichter), Van Moerkerken (chef-marktopzichter) en Vrij (marktopzichter), welke ambtenaren leden en tevens adviseurs van het Agrarisch Front bleken te zijn.
Bij dit onderhoud hebben de heeren van het Agrarisch Front, in verband met het bovenstaande, verzocht te mogen ontvangen:
I. een lijst van grossiers, kleinhandelaren en personeel van deze categorieën, die toegang hebben tot de Centrale Markt; een en ander te splitsen in Christenen en Joden.
II. het overleggen van de statistieken van aanvoer op de Centrale Markt. Dit document is een cruciaal bewijsstuk van de vroege bureaucratische uitvoering van de Jodenvervolging in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het illustreert de directe bemoeienis van de Deutsche Zivilverwaltung (het Duitse civiele bestuur onder Seyss-Inquart) met de economische infrastructuur van de stad.
Enkele opvallende punten uit de tekst:
1. Gedwongen Segregatie: De term "zooveel mogelijk een scheiding" tussen "Joden en Christenen" (waarbij 'Christenen' hier als synoniem voor 'niet-Joden' of 'Ariërs' wordt gebruikt) toont aan dat de bezetter al vroeg in 1941 overging tot fysieke en economische apartheid op vitale plekken zoals de Centrale Markt.
2. Collaboratie van het Agrarisch Front: Het document onthult de actieve rol van het Agrarisch Front (de landbouworganisatie van de NSB). Zij traden op als uitvoerders en adviseurs voor de Duitsers.
3. Infiltratie van de Ambtenarij: Zeer saillant is de vermelding dat drie marktopzichters (Joghems, Van Moerkerken en Vrij) niet alleen ambtenaren waren, maar ook leden en adviseurs van het nazi-gezinde Agrarisch Front. Dit wijst op de "nazificatie" van het gemeentelijk apparaat van binnenuit.
4. Informatieverzameling: De vraag naar lijsten gesplitst op religie/afkomst (Joods vs. "Christen") was de administratieve voorbereiding op verdere uitsluiting en uiteindelijke deportatie. Maart 1941 was een kantelpunt in de bezetting van Nederland. De Februaristaking (25-26 februari 1941), het eerste grootschalige openlijke protest tegen de Jodenvervolging, was net bloedig neergeslagen. Als reactie verhardde het Duitse bewind.
De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was het kloppend hart van de voedselvoorziening in Amsterdam. Door Joden hier te isoleren of de toegang te ontzeggen, raakte de bezetter de Joodse gemeenschap direct in hun levensonderhoud en voedselzekerheid. De burgemeester aan wie dit geschreven is, Edward Voûte, was door de Duitsers aangesteld na het ontslag van burgemeester De Vlugt en stond bekend als een meegaand functionaris die de Duitse verordeningen nauwgezet uitvoerde.