Getypt afschrift van een ambtelijke brief (Bladzijde 2).
Origineel
Getypt afschrift van een ambtelijke brief (Bladzijde 2). 8 maart 1941. Bladz. No. 2 van brief No. 37/15/1 H. d.d. 8 Maart 1941.
Bovendien verzocht men te willen bevorderen:
III. dat de mogelijkheid voor de leden van het Agrarisch Front werd geopend om op de Centrale Markt te vergaderen in de groote veilingzaal van de Nederlandsche Veilling, welke zaal vroeger voor de importveilingen van zuidvruchten werd gebruikt, doch welke thans leeg staat.
IV. dat er telefoons worden aangebracht op de marktkantoren van de Chefs der verschillende groote dagmarkten (dit betreft de marktkantoren in de Albert Cuypstraat; Ten Katestraat en Noordermarkt).
V. dat een arbeidsraad zou worden ingesteld, waarin zitting zouden nemen vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers op de Centrale Markt, welke raad eens per maand zou moeten vergaderen om eventueele geschillen op te lossen.
VI. dat op de Centrale Markt een aanplakbord zou worden aangebracht, bestemd voor het doen van mededeelingen van het Agrarisch Front.
Ten aanzien van deze punten merk ik het volgende op:
I. Tot nu toe zijn dergelijke gegevens nimmer aan particulieren (personen of vereenigingen) verstrekt. (Zie hieromtrent laatstelijk het besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 29 November 1940 No. 1066 L.M.1940).
II. het publiceeren van statistische gegevens is voorloopig stopgezet (zie hieromtrent de mededeeling van den Secretaris-Generaal, waarnemend Hoofd van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart, neergelegd in de brieven van Burgemeester en Wethouders d.d. 22 Juli 1940 No. 584 en 15 November 1940 No. 979 meer speciaal het gestelde in den brief van 22 Juli 1940 waarin wordt meegedeeld, dat "uit den aard der zaak met de samenstelling der statistieken voor ambtelijk gebruik kan worden voortgegaan".
III. bedoelde ingebruikgeving zal uiteraard gratis moeten geschieden; van verhuring kan naar mijn meening geen sprake zijn in verband met de bestemming der markt en in verband hiermede de vrijstelling der grondbelasting.
IV. dit verzoek wordt door het Agrarisch Front gedaan in verband met de wenschelijkheid, dat het bestuur steeds contact kan hebben met bovengenoemde ambtenaren van mijn dienst, adviseurs van het Front (ten aanzien van de telefoonaansluiting der marktkantoren kan ik opmerken, dat hierop dezerzijds herhaaldelijk is aangedrongen; schriftelijk laatstelijk in mijn rapport van 15 Juni 1940 No. 20/23/1 M.; voor den ambtelijken dienst heeft zich de behoefte aan telefoonaansluiting met de marktkantoren, in het bijzonder in den laatsten tijd, sterk doen gevoelen).
Ten aanzien van de punten V en VI bestaat dezerzijds geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Het document is een ambtelijke reactie op een reeks verzoeken van het Agrarisch Front. De kern van de tekst draait om de groeiende invloed en de infrastructurele behoeften van deze organisatie binnen de Amsterdamse markten (met name de Centrale Markt, de huidige locatie van het Food Center Amsterdam).
De verzoeken variëren van het gebruik van leegstaande veilingzalen voor vergaderingen tot het installeren van telefoons in marktkantoren (Albert Cuyp, Ten Katestraat, Noordermarkt) en het oprichten van een arbeidsraad. Opvallend is dat de ambtelijke reactie enerzijds wijst op beperkingen (geen publicatie van statistieken aan derden), maar anderzijds meegaand lijkt op logistiek gebied (gratis gebruik van zalen om fiscale redenen en het ondersteunen van de wens voor telefoonaansluitingen). Dit document stamt uit maart 1941, een klein jaar na de Duitse inval en slechts enkele weken na de Februaristaking. De context is die van de vroege bezettingsjaren waarin de gelijkschakeling (Gleichschaltung) van het maatschappelijk leven volop gaande was.
Het Agrarisch Front was de landbouworganisatie van de NSB, die tot doel had de gehele agrarische sector en voedselvoorziening onder nationaalsocialistische controle te brengen. De brief illustreert hoe dergelijke organisaties probeerden door te dringen in de haarvaten van de gemeentelijke diensten en infrastructuur. Het vermelden van de beperking op statistische gegevens (punt II) duidt op de toenemende geheimhouding van economische data door de bezetter en het Nederlandse bestuur tijdens de oorlog.