Getypt verslag of beleidsstuk (pagina 4).
Origineel
Getypt verslag of beleidsstuk (pagina 4). Niet expliciet vermeld op deze pagina, maar op basis van de inhoud te dateren in de periode 1941-1942 (Duitse bezetting van Nederland). - 4 -
een cantine, zooals op terreinen der Centrale Markt door Marcanti
wordt geëxploiteerd, vestigen met Joodsch (??) personeel.
Personeel.
Een vraagpunt is: moet verboden worden, dat Joodsch personeel bij niet-Joden werkt en omgekeerd?
Financieele consequenties.
De bedragen, welke aanvankelijk als pakhuis-huren zullen
worden gederfd, verminderd met de opbrengsten van plaatsgelden worden
geraamd op rond f 20.000,-.
De plaatsing van hekwerken etc. zal een uitgave in eens
eischen van naar voorloopige raming f 2.000,- à f 3.000,-.
Aan de Keucheniusstraat zullen 2 portiers voor den morgendienst en 1 portier voor den middagdienst noodig zijn. Deze kunnen
voorloopig worden gerecruteerd uit de Ventcontrôleurs. Extra kosten
brengt deze maatregel dus voorloopig niet mede. Dit document is een ambtelijk verslag betreffende de inrichting en exploitatie van een specifieke locatie, zeer waarschijnlijk een afgezonderde markt voor Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog.
De kernpunten uit de tekst zijn:
1. Segregatie van personeel: Er wordt gedelibereerd over de vraag of Joods en niet-Joods personeel gemengd mag werken. Dit weerspiegelt de actieve invoering van de rassenwetten en de stap-voor-stap uitsluiting van Joden uit het openbare leven.
2. Financiële raming: Het document begroot het verlies aan huurinkomsten ("pakhuis-huren") tegenover de nieuwe "plaatsgelden". Er is sprake van een aanzienlijk geraamd tekort van 20.000 gulden.
3. Fysieke afscheiding: Er is sprake van de aanschaf van "hekwerken", wat duidt op de fysieke afsluiting van het terrein van de buitenwereld.
4. Bewaking: Er wordt voorzien in portiers bij de Keucheniusstraat, waarbij men kosten bespaart door bestaande "Ventcontrôleurs" in te zetten. De inhoud van dit document wijst direct naar de oprichting van de Joodse Markt in Amsterdam. Vanaf medio 1941 werden Joodse kooplieden en marktkooplieden door de Duitse bezetter gedwongen hun beroep uit te oefenen op speciaal daarvoor aangewezen locaties, gescheiden van de niet-Joodse bevolking.
De genoemde locaties bevestigen dit:
* De Centrale Markt: De groothandelsmarkt in Amsterdam-West.
* Marcanti: Een bekend uitgaanscentrum/kantine nabij de Centrale Markt.
* Keucheniusstraat: Een straat die direct grenst aan het terrein van de Centrale Markthallen.
Het document illustreert de bureaucratische kille wijze waarop de isolatie van de Joodse bevolking werd georganiseerd. Men hield zich bezig met de financiële exploitatie en de logistiek van de uitsluiting (hekken en portiers), terwijl de fundamentele vraag over het verbod op gemengd werken ("Joodsch personeel bij niet-Joden") een louter beleidsmatig "vraagpunt" was geworden in de uitvoering van de antisemitische maatregelen van de bezetter.