Archief 745
Inventaris 745-354
Pagina 116
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Administratief rapport/brief (doorslag van een typoscript).

Van: Vermoedelijk de directie van de Centrale Markt Amsterdam.

Origineel

Administratief rapport/brief (doorslag van een typoscript). Vermoedelijk de directie van de Centrale Markt Amsterdam. Bladz. 3
~~XXXXX~~ 3
37/15/8
Amsterdam.

1 April x41
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen

E. De grossiers in bloemen bezetten plaatsen op het terrein ten Noorden van het entréegebouw; hoofdzakelijk des zomers verkoopen zij daar op drie dagen der week hun bloemen.

Vooropgesteld moet worden, dat de situatie op de Centrale Markt geheel anders ligt, dan op het Abattoir, waar, zooals U bekend zal zijn, kortgeleden een vrijwel absolute scheiding is ingevoerd tusschen het Joodsche en niet-Joodsche element. Op het Abattoir vindt sedert geruimen tijd geen normalen handel plaats, doch wordt het beschikbare slachtvee door een Commissie toegewezen; het abattoir dient voor het slachten van dieren en het verwerken van vleesch en vleeschafvallen. De Centrale Markt dient echter voor den groothandel en wel in aardappelen, groenten en fruit, welke normaal in groote verscheidenheid worden aangevoerd. Iedere handelaar (grossier) kan zich naar behoefte in de productiecentra van het land (in hoofdzaak op de veilingen) voorzien van alle producten, die daar worden aangeboden (met in acht neming van de ter zake gestelde maximumprijzen enz.); hij verkoopt zijn goederen op de Centrale Markt aan iederen kleinhandelaar, die daaraan behoefte heeft. Op dezelfde wijze verkoopen de tuinders hun zelf geteelde producten, terwijl de veiling de haar hoofdzakelijk door producenten in het land geconsigneerde producten aan den kleinhandel veilt.

Een scheiding, zooals die op het Abattoir is bewerkstelligd, acht ik voor de Centrale Markt niet aangewezen. Het zou dan namelijk, gezien de indeeling van het terrein, noodig zijn, dat de Joodsche grossiers op pier E zouden worden geplaatst (welk terrein, na afgerasterd te zijn een aparten toegang zou moeten krijgen aan de 2e Keucheniusstraat), waarbij naar mijn meening het plan om hen op het Noordelijk gedeelte van deze pier op open plaatsen te vestigen, de voorkeur zou verdienen boven het plan, om ook het pakhuis E bij dit terrein te trekken. In het laatste geval zouden namelijk 15 niet-Joodsche grossiers, die thans in pakhuis E zijn gevestigd, daaruit verdreven moeten worden. Zij zouden dan hun zaken op andere deelen der markt weder moeten trachten op te bouwen; bovendien zouden dan ± 100 "droge" tuinders moeten worden verplaatst. De nadeelen voor de gemeente (huurderving, rente, afschrijving en onderhoud van uit te voeren werken, kosten voor personeel in verband met bewaking toegang 2e Keucheniusstraat) schat ik in beide gevallen op globaal ƒ 25.000,- per jaar, aannemende, dat de Joodsche grossiers voor het grootste gedeelte op de markt zouden blijven gevestigd.

Een concentratie der Joodsche grossiers op pier E zou tot gevolg hebben, dat er in de plaatsen en pakhuizen in de hal en op de pieren hiaten zouden ontstaan, hetgeen voor verschillende niet-Joodsche zaken funeste gevolgen zou kunnen hebben; als gevolg van een en ander zou het langzaam gegroeide evenwicht op de Centrale Markt ernstig worden verbroken.

Bovendien moet met de waarschijnlijkheid rekening worden gehouden, dat de Joodsche grossiers (die in hoofdzaak georienteerd zijn op den groothandel in fruit) zich buiten de Centrale Markt in pakhuizen zouden gaan vestigen en van daaruit zaken zouden gaan doen. Verschillende grossiers hebben reeds, naast hun bedrijf op de Centrale Markt, bedrijfsruimte elders. In dit document adviseert een (niet bij naam genoemde) ambtenaar of directeur de Amsterdamse wethouder over de praktische uitvoering van anti-Joodse segregatiemaatregelen op de Centrale Markt. De kern van het betoog is een afwijzing van een strikte fysieke scheiding tussen Joodse en niet-Joodse handelaren, zoals die kort daarvoor bij het Abattoir was doorgevoerd.

De argumenten zijn puur bedrijfseconomisch en logistiek van aard:
1. Verschil in marktwerking: Het Abattoir werkt met een toewijzingssysteem, terwijl de Centrale Markt een vrije groothandel is.
2. Logistieke complexiteit: Het concentreren van Joodse handelaren op 'Pier E' zou fysieke aanpassingen vereisen (afrastering, nieuwe ingang aan de 2e Keucheniusstraat).
3. Financiële schade: De auteur schat de kosten en gederfde inkomsten voor de gemeente op ƒ 25.000,- per jaar.
4. Marktevenwicht: Er wordt gevreesd voor "hiaten" in de markthallen die de zaken van niet-Joodse handelaren zouden schaden.
5. Vrees voor decentralisatie: De auteur waarschuwt dat Joodse handelaren de markt mogelijk zouden verlaten om vanuit externe pakhuizen te opereren, waardoor de gemeente de controle (en inkomsten) verliest. Dit document dateert van april 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland en slechts enkele weken na de Februaristaking. Het illustreert de kille, bureaucratische wijze waarop de uitsluiting van Joodse burgers werd besproken binnen het Amsterdamse ambtenarenapparaat.

Terwijl de bezetter steeds strengere anti-Joodse verordeningen uitvaardigde, probeerden Nederlandse functionarissen deze soms te stroomlijnen of te vertragen, niet noodzakelijkerwijs uit humanitaire overwegingen, maar om de economische orde en gemeentelijke financiën te beschermen. De term "Joodsche element" en de plannen voor afrastering tonen aan hoe genormaliseerd de segregatie op dat moment al was in de ambtelijke correspondentie. Kort na deze periode zouden de maatregelen tegen Joodse ondernemers verder verscherpen, uitmondend in de volledige onteigening van hun zaken via de zogeheten "Omnia-Treuhand".

Samenvatting

In dit document adviseert een (niet bij naam genoemde) ambtenaar of directeur de Amsterdamse wethouder over de praktische uitvoering van anti-Joodse segregatiemaatregelen op de Centrale Markt. De kern van het betoog is een afwijzing van een strikte fysieke scheiding tussen Joodse en niet-Joodse handelaren, zoals die kort daarvoor bij het Abattoir was doorgevoerd.

De argumenten zijn puur bedrijfseconomisch en logistiek van aard:
1. Verschil in marktwerking: Het Abattoir werkt met een toewijzingssysteem, terwijl de Centrale Markt een vrije groothandel is.
2. Logistieke complexiteit: Het concentreren van Joodse handelaren op 'Pier E' zou fysieke aanpassingen vereisen (afrastering, nieuwe ingang aan de 2e Keucheniusstraat).
3. Financiële schade: De auteur schat de kosten en gederfde inkomsten voor de gemeente op ƒ 25.000,- per jaar.
4. Marktevenwicht: Er wordt gevreesd voor "hiaten" in de markthallen die de zaken van niet-Joodse handelaren zouden schaden.
5. Vrees voor decentralisatie: De auteur waarschuwt dat Joodse handelaren de markt mogelijk zouden verlaten om vanuit externe pakhuizen te opereren, waardoor de gemeente de controle (en inkomsten) verliest.

Historische Context

Dit document dateert van april 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland en slechts enkele weken na de Februaristaking. Het illustreert de kille, bureaucratische wijze waarop de uitsluiting van Joodse burgers werd besproken binnen het Amsterdamse ambtenarenapparaat.

Terwijl de bezetter steeds strengere anti-Joodse verordeningen uitvaardigde, probeerden Nederlandse functionarissen deze soms te stroomlijnen of te vertragen, niet noodzakelijkerwijs uit humanitaire overwegingen, maar om de economische orde en gemeentelijke financiën te beschermen. De term "Joodsche element" en de plannen voor afrastering tonen aan hoe genormaliseerd de segregatie op dat moment al was in de ambtelijke correspondentie. Kort na deze periode zouden de maatregelen tegen Joodse ondernemers verder verscherpen, uitmondend in de volledige onteigening van hun zaken via de zogeheten "Omnia-Treuhand".

Kooplieden in dit dossier 100

A. Cosman Waterlooplein "
A. Cosman Waterlooplein "
A. Poortje Uilenburg
A. Poortje Uilenburg
A. Poortje Uilenburg
A.v. Velzen Uilenburg "
A.v. Velzen Uilenburg "
B.A.Bouw
Barend Barend Uilenburg
Barend Barend Uilenburg
B. Barend Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Meents Uilenburg
B. Meents Uilenburg
B. Moffie Waterlooplein "
B. Moffie Waterlooplein "
B. Nebig Uilenburg
B. Nebig Uilenburg
B. Nebig Uilenburg
P. Langendijkstr Uilenburg 7
B. van Thijn Waterlooplein "
B. van Thijn Waterlooplein "
B. van Thijn Waterlooplein "
B. Wittenburg Uilenburg
C.Pas
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6