Archief 745
Inventaris 745-354
Pagina 129
Dossier 93
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke notitie / memorandum.

Origineel

Handgeschreven ambtelijke notitie / memorandum. Pier B.

Het pakhuis op pier B bevat het grootste aantal afdeelingen, waarvan de meeste verhuurd zijn, nl. 4 van de 15 zijn [doorstreept: onverhuurd], als ik acht derhalve dit complex het meest geschikt voor het concentreeren der Joodsche grossiers.
De afdelingen 12, 13, 14 en 15 zijn onverhuurd; in dit pakhuiscomplex zijn voorts reeds 4 Joodsche grossiers gevestigd nl. in de afdelingen 3, 5, 6 en 7. Ik acht het mogelijk bij het afloopen van de desbetreffende contracten en wellicht door ruiling, de 2 Joodsche firma’s, die thans of in pakhuis A zijn gevestigd, de ene Joodsche grossier in pakhuiscomplex C en de ene Joodsche grossier van complex D, te doen huren in complex B.
Er zouden dan 8 Joodsche grossiers in B. zijn gevestigd; de overige 7 afdelingen worden dan voorshands door niet-Joodsche grossiers bezet; er blijven dan ten slotte nog 10 Joodsche grossiers in pakhuis E gevestigd. Naar mijn meening zullen in de naaste toekomst wel enkele Joodsche fruitgrossiers door gebrek aan Handelswaar van de markt verdwijnen, zoodat het binnen afzienbaren tijd mogelijk zal blijken alle Joodsche grossiers op pier B. te concentreeren. De mogelijkheid om de 7 niet Joodsche grossiers dan naar andere pakhuizen over te plaatsen zal daarbij onder het oog worden gezien. Er zijn n.l. nog in de hal en op de piers A en C pakhuizen open.

[Marginale notities linkerzijde:]
1 (dennemys door vergroote export & anderzijds door belemmerde import zodat op de duur de opbrengst van fruit op pier B voorloopig klein blijven)
Eventueel door inkrimping der samenwerking mogelijk te maken is v.w. het verplaatse[n] de pakh B & E en de andere [onleesbaar] * Kerninhoud: Het document beschrijft een logistiek plan om Joodse groothandelaren (grossiers), specifiek in de fruitsector, te concentreren in één specifiek pakhuiscomplex: Pier B.
* Logistiek: De auteur inventariseert de beschikbare ruimte (15 afdelingen) en stelt voor om Joodse ondernemers uit de pakhuizen A, C, D en E te verplaatsen naar B.
* Toekomstverwachting: De schrijver merkt cynisch op dat de "concentratie" makkelijker zal worden omdat verwacht wordt dat Joodse grossiers van de markt zullen verdwijnen door gebrek aan handelswaar (een direct gevolg van de economische uitsluiting door de bezetter).
* Terminologie: Het gebruik van "Joodsche grossiers" en "niet-Joodsche grossiers" duidt op de strikte rassensegregatie die tijdens de bezetting werd doorgevoerd. Dit document is een direct bewijsstuk van de economische isolatie en "Entjudung" (ontjoding) van de Nederlandse handel tijdens de Tweede Wereldoorlog. In opdracht van de Duitse bezetter (via instanties zoals de Wirtschaftsprüfstelle) werden Joodse ondernemers eerst geregistreerd, daarna gesegregeerd en uiteindelijk onteigend.

De tekst verwijst waarschijnlijk naar de situatie in de haven van Amsterdam (de Markthallen of het Westelijk Havengebied) of Rotterdam. Het concentreren van Joodse handelaren op één fysieke locatie ("Pier B") diende twee doelen: het vrijmaken van andere locaties voor "Arische" ondernemers en het makkelijker maken van toezicht op en uiteindelijke liquidatie van Joodse handelsactiviteiten. De opmerking dat zij "van de markt zullen verdwijnen" is een kille referentie aan de verstikking van de Joodse economie die voorafging aan de deportaties.

Samenvatting

  • Kerninhoud: Het document beschrijft een logistiek plan om Joodse groothandelaren (grossiers), specifiek in de fruitsector, te concentreren in één specifiek pakhuiscomplex: Pier B.
  • Logistiek: De auteur inventariseert de beschikbare ruimte (15 afdelingen) en stelt voor om Joodse ondernemers uit de pakhuizen A, C, D en E te verplaatsen naar B.
  • Toekomstverwachting: De schrijver merkt cynisch op dat de "concentratie" makkelijker zal worden omdat verwacht wordt dat Joodse grossiers van de markt zullen verdwijnen door gebrek aan handelswaar (een direct gevolg van de economische uitsluiting door de bezetter).
  • Terminologie: Het gebruik van "Joodsche grossiers" en "niet-Joodsche grossiers" duidt op de strikte rassensegregatie die tijdens de bezetting werd doorgevoerd.

Historische Context

Dit document is een direct bewijsstuk van de economische isolatie en "Entjudung" (ontjoding) van de Nederlandse handel tijdens de Tweede Wereldoorlog. In opdracht van de Duitse bezetter (via instanties zoals de Wirtschaftsprüfstelle) werden Joodse ondernemers eerst geregistreerd, daarna gesegregeerd en uiteindelijk onteigend.

De tekst verwijst waarschijnlijk naar de situatie in de haven van Amsterdam (de Markthallen of het Westelijk Havengebied) of Rotterdam. Het concentreren van Joodse handelaren op één fysieke locatie ("Pier B") diende twee doelen: het vrijmaken van andere locaties voor "Arische" ondernemers en het makkelijker maken van toezicht op en uiteindelijke liquidatie van Joodse handelsactiviteiten. De opmerking dat zij "van de markt zullen verdwijnen" is een kille referentie aan de verstikking van de Joodse economie die voorafging aan de deportaties.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Cosman Waterlooplein "
A. Cosman Waterlooplein "
A. Poortje Uilenburg
A. Poortje Uilenburg
A. Poortje Uilenburg
A.v. Velzen Uilenburg "
A.v. Velzen Uilenburg "
B.A.Bouw
Barend Barend Uilenburg
Barend Barend Uilenburg
B. Barend Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Meents Uilenburg
B. Meents Uilenburg
B. Moffie Waterlooplein "
B. Moffie Waterlooplein "
B. Nebig Uilenburg
B. Nebig Uilenburg
B. Nebig Uilenburg
P. Langendijkstr Uilenburg 7
B. van Thijn Waterlooplein "
B. van Thijn Waterlooplein "
B. van Thijn Waterlooplein "
B. Wittenburg Uilenburg
C.Pas
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6