Archief 745
Inventaris 745-354
Pagina 146
Dossier 39
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

20 november 1941 Van: Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar/directeur van de markt)

Origineel

20 november 1941 Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar/directeur van de markt) VD/HG.
[handgeschreven: later]

37/15/22 N.
20 November 1941.

Ariseering
Centrale Markt.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Naar aanleiding van een telefoongesprek, dat ik gisterenmorgen met den heer Van Meurs, Gemeentelijk Adviseur, had, heb ik de eer U, ingevolge Uw opdracht, het plan inzake de ariseering der Centrale Markt voor te leggen, welk plan, zooals U bekend is, met vertegenwoordigers van de Joodsche groothandelaren is besproken. (Het verslag van deze bespreking doe ik U in bijlage dezes toekomen).

Op bijgaande situatieschets is in rood aangegeven op welk terreinsgedeelte het voor den Joodschen handel in te richten marktgedeelte zal worden gevestigd. Dit terrein zal dus van het overige marktgedeelte door een omheining worden gescheiden en slechts toegankelijk zijn door het (momenteel niet in gebruik zijnde) ingangshek aan de Keucheniusstraat.

Dit terrein is echter niet bestraat, terwijl er evenmin eenige ruimte voor het opbergen van goederen aanwezig is. Omtrent de inrichting van dit terreinsgedeelte tot Joodsche markt zal dezerzijds overleg worden gepleegd met den Dienst der Publieke Werken. Het uitgewerkte plan en de daaraan verbonden kosten zal ik U dan te zijner tijd doen toekomen. Ik merk hierbij op, dat met de uitvoering van een en ander eenige tijd zal zijn gemoeid.

De vertegenwoordigers der Joodsche groothandelaren hebben mij gisteren medegedeeld, dat zij bereid zijn op dit terrein, wanneer het als markt zal zijn ingericht, hun handel te drijven. Zij achten het echter onmogelijk, reeds thans aldaar hun zaken te vestigen, omdat, zooals ik reeds vermeldde, het terrein onbestraat is en er ook verder geen enkele beschutting of ruimte voor het opslaan van goederen aanwezig is. Vooral in verband met den komenden winter is dit een overwegend bezwaar.

Ik zou mij er dan ook mede kunnen vereenigen, dat, in afwachting van de inrichting van bovenbedoeld terreinsgedeelte de Joodsche handelaren worden geplaatst op een terrein, dat ik op bijgaande situatieschets in blauw heb aangegeven. Dit terrein zou, wellicht op provisorische wijze van het Dit document betreft de fysieke segregatie van Joodse handelaren op de Centrale Markt in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De term "ariseering" (arisering) wordt hier gebruikt in de context van het verwijderen van Joden uit het reguliere economische verkeer en het afzonderen van hun bedrijfsactiviteiten.

Kernpunten uit de brief:
1. Fysieke afscheiding: Er wordt een plan gepresenteerd om een specifiek deel van het marktterrein te omheinen voor Joodse handelaren. Dit gedeelte krijgt een eigen ingang aan de Keucheniusstraat, waardoor Joodse en niet-Joodse handelaren volledig van elkaar gescheiden zouden worden.
2. Slechte omstandigheden: De schrijver erkent dat het aangewezen terrein (rood op de schets) ongeschikt is: het is onbestraat en er zijn geen opslagfaciliteiten.
3. Provisorische oplossing: Vanwege de naderende winter en de onbruikbaarheid van het terrein, wordt voorgesteld om de handelaren tijdelijk op een ander terrein (blauw op de schets) te plaatsen totdat de aanpassingen (bestrating en omheining) gereed zijn.
4. Overleg met de getroffenen: Er is gesproken met de vertegenwoordigers van de Joodse groothandelaren, die onder de druk van de omstandigheden schoorvoetend akkoord lijken te gaan met de verhuizing, mits het terrein enigszins werkbaar wordt gemaakt. De brief dateert van november 1941. Dit was een kritieke fase in de Jodenvervolging in Nederland. Sinds de zomer van 1941 werden de maatregelen om Joden uit de samenleving te isoleren in hoog tempo opgevoerd. De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat waren het logistieke hart van de voedselvoorziening in Amsterdam.

De segregatie op de markt was een directe uitvoering van de antisemitische politiek van de bezetter, uitgevoerd door het Nederlandse ambtelijk apparaat (in dit geval de gemeente Amsterdam). "Arisering" betekende doorgaans het onteigenen van Joodse bedrijven, maar in deze context gaat het om de eerste stap: het letterlijk in een getto-achtige setting plaatsen van hun handelsactiviteiten. Veel van deze handelaren zouden later hun bedrijf kwijtraken of gedeporteerd worden. De genoemde "Keucheniusstraat" verwijst naar de noordzijde van het marktterrein. De zakelijke, bijna ambtelijke toon van de brief over de kosten en bestrating maskeert de menselijke tragedie en de grootschalige discriminatie die hier werd georganiseerd.

Samenvatting

Dit document betreft de fysieke segregatie van Joodse handelaren op de Centrale Markt in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De term "ariseering" (arisering) wordt hier gebruikt in de context van het verwijderen van Joden uit het reguliere economische verkeer en het afzonderen van hun bedrijfsactiviteiten.

Kernpunten uit de brief:
1. Fysieke afscheiding: Er wordt een plan gepresenteerd om een specifiek deel van het marktterrein te omheinen voor Joodse handelaren. Dit gedeelte krijgt een eigen ingang aan de Keucheniusstraat, waardoor Joodse en niet-Joodse handelaren volledig van elkaar gescheiden zouden worden.
2. Slechte omstandigheden: De schrijver erkent dat het aangewezen terrein (rood op de schets) ongeschikt is: het is onbestraat en er zijn geen opslagfaciliteiten.
3. Provisorische oplossing: Vanwege de naderende winter en de onbruikbaarheid van het terrein, wordt voorgesteld om de handelaren tijdelijk op een ander terrein (blauw op de schets) te plaatsen totdat de aanpassingen (bestrating en omheining) gereed zijn.
4. Overleg met de getroffenen: Er is gesproken met de vertegenwoordigers van de Joodse groothandelaren, die onder de druk van de omstandigheden schoorvoetend akkoord lijken te gaan met de verhuizing, mits het terrein enigszins werkbaar wordt gemaakt.

Historische Context

De brief dateert van november 1941. Dit was een kritieke fase in de Jodenvervolging in Nederland. Sinds de zomer van 1941 werden de maatregelen om Joden uit de samenleving te isoleren in hoog tempo opgevoerd. De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat waren het logistieke hart van de voedselvoorziening in Amsterdam.

De segregatie op de markt was een directe uitvoering van de antisemitische politiek van de bezetter, uitgevoerd door het Nederlandse ambtelijk apparaat (in dit geval de gemeente Amsterdam). "Arisering" betekende doorgaans het onteigenen van Joodse bedrijven, maar in deze context gaat het om de eerste stap: het letterlijk in een getto-achtige setting plaatsen van hun handelsactiviteiten. Veel van deze handelaren zouden later hun bedrijf kwijtraken of gedeporteerd worden. De genoemde "Keucheniusstraat" verwijst naar de noordzijde van het marktterrein. De zakelijke, bijna ambtelijke toon van de brief over de kosten en bestrating maskeert de menselijke tragedie en de grootschalige discriminatie die hier werd georganiseerd.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Cosman Waterlooplein "
A. Cosman Waterlooplein "
A. Poortje Uilenburg
A. Poortje Uilenburg
A. Poortje Uilenburg
A.v. Velzen Uilenburg "
A.v. Velzen Uilenburg "
B.A.Bouw
Barend Barend Uilenburg
Barend Barend Uilenburg
B. Barend Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Meents Uilenburg
B. Meents Uilenburg
B. Moffie Waterlooplein "
B. Moffie Waterlooplein "
B. Nebig Uilenburg
B. Nebig Uilenburg
B. Nebig Uilenburg
P. Langendijkstr Uilenburg 7
B. van Thijn Waterlooplein "
B. van Thijn Waterlooplein "
B. van Thijn Waterlooplein "
B. Wittenburg Uilenburg
C.Pas
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6