Getypte ambtelijke brief.
Origineel
Getypte ambtelijke brief. 7 november 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een overkoepelende gemeentelijke dienst). Den Heer Chef van het Bevolkingsregister, Plantage Kerklaan, Amsterdam-Centrum. [Handgeschreven in paars:] Verzonden 7/11
[Rechtsboven:] HG.
[Rechtsboven, geadresseerde:]
den Heer Chef van het
Bevolkingsregister,
Plantage Kerklaan,
Amsterdam-Centrum.
[Middenregel:]
37/15/20 M. [ruimte] 1 [ruimte] 7 November 1941.
[Body tekst:]
In verband met de plannen voor de ariseering der Centrale
Markt heb ik de eer U in bijlage dezes te doen toekomen een lijst van
koopers der Centrale Markt, woonachtig te Amsterdam, met beleefd ver-
zoek daarin te doen aanteekenen, wie van deze personen als Jood in
den zin der Verordening no. 4/1940 van den Rijkscommissaris moet wor-
den aangemerkt.
[Onderaan:]
De Directeur, * Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands, typerend voor de vroege bezettingsjaren.
* Kernbegrip: Het document draait om de "ariseering" (arisering) van de Centrale Markt in Amsterdam. Arisering was het proces waarbij Joodse eigenaren en ondernemers uit het economische leven werden verdreven en hun bezittingen werden onteigend of overgedragen aan niet-Joden.
* Wettelijke basis: De brief verwijst expliciet naar Verordening no. 4/1940 van de Rijkscommissaris (Arthur Seyss-Inquart). Deze verordening verplichtte de aanmelding van Joodse ondernemingen en vormde de juridische basis voor de economische uitsluiting van Joden in Nederland.
* Methodiek: Het document toont de actieve medewerking van het ambtelijke apparaat aan de Jodenvervolging. Er wordt een lijst met namen van marktkooplui gestuurd naar het Bevolkingsregister met de expliciete vraag om te controleren wie van hen volgens de nazistische definities "als Jood moet worden aangemerkt". Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de 'bureaucracie van de Shoah' in Nederland. Het illustreert hoe de uitsluiting van Joodse burgers niet alleen door de bezetter werd opgelegd, maar door lokale instanties werd uitgevoerd via reguliere administratieve weg.
De Centrale Markt in Amsterdam (gelegen aan de Jan van Galenstraat) was een vitaal economisch knooppunt. Door te vragen naar de afkomst van de kopers, werd de weg vrijgemaakt om Joodse handelaren hun vergunningen te ontnemen en hen de toegang tot de markt te ontzeggen.
Het Bevolkingsregister, indertijd gevestigd aan de Plantage Kerklaan (nabij Artis), was voor de Duitsers een cruciale bron van informatie. Omdat de Nederlandse administratie zeer nauwkeurig was, konden Joodse burgers met grote precisie worden opgespoord. In 1943 zou het verzet een beroemde aanslag plegen op dit gebouw om de administratie te vernietigen, maar in 1941 was het nog een volledig functionerend onderdeel van het identificatieproces.