Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag/kopie voor het archief).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag/kopie voor het archief). 12 december 1941. De Directeur (van de Centrale Markt, Amsterdam). Den Heer Directeur der Publieke Werken, Raadhuis, Alhier (Amsterdam). den Heer Directeur
der Publieke Werken,
Raadhuis,
Alhier.
37/15/25 M 12 December 1941.
Hiermede heb ik de eer U beleefd te verzoeken een
ter zaken kundigen ambtenaar van Uw dienst aan te wyzen, die
zich met my in verbinding kan stellen omtrent de uitvoering
der plannen inzake de stichting van een Joodsche markt op de
Centrale Markt.
De Directeur, De brief is een formeel administratief schrijven tussen twee gemeentelijke diensten in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De directeur van de Centrale Markt verzoekt zijn collega bij Publieke Werken om een deskundige ambtenaar af te vaardigen. Het doel van dit overleg is de technische of ruimtelijke uitvoering van plannen voor een aparte "Joodsche markt" op het terrein van de Centrale Markt.
De toon is uiterst hoffelijk en ambtelijk ("heb ik de eer U beleefd te verzoeken"), wat destijds de standaard was voor dergelijke correspondentie, ongeacht de aard van het onderwerp. Het gebruik van de "y" in "wyzen" en "my" is typerend voor de toenmalige spelling. Dit document dateert van december 1941, een periode waarin de anti-Joodse maatregelen van de Duitse bezetter in Nederland steeds stringenter werden. Een essentieel onderdeel van deze politiek was de segregatie: het volledig scheiden van de Joodse bevolking van het openbare leven.
Vanaf september 1941 werden Joden in Amsterdam verbannen van de reguliere markten. Om de voedselvoorziening (onder strikte controle) voor de Joodse bevolking te handhaven en hen verder te isoleren, werden er op diverse plekken in de stad specifieke "Joodse markten" ingesteld (zoals op het Waterlooplein en de Gaaspstraat).
De Centrale Markt in Amsterdam-West was de centrale plek voor de groothandel in levensmiddelen. Deze brief toont aan dat de plannen voor segregatie zich uitstrekten tot op het niveau van de groothandel en de fysieke inrichting van marktterreinen. Het illustreert hoe het reguliere gemeentelijke apparaat (Publieke Werken) werd ingezet om de discriminerende maatregelen van de bezetter technisch en organisatorisch te faciliteren.