Dienstbrief / Administratieve correspondentie.
Origineel
Dienstbrief / Administratieve correspondentie. 8 januari 1942. Marktwezen Amsterdam (Jan van Galenstraat 14). [Briefhoofd]
MARKTWEZEN - AMSTERDAM.
[Rechtsboven]
Amsterdam, 8 Januari 1942.
Jan van Galenstraat 14.
[Linksboven]
No. 32/6/2 M.
[Midden]
Aan Z.O.Z.
[Gecentreerd]
CENTRALE MARKT
[Inhoud]
In verband met de ariseeringsplannen voor de Centrale Markt alhier, heb ik de eer U in bijlage dezes te doen toekomen aanvragen voor inlichtingen uit het Bevolkingsregister ten name van personen, wien toegang tot die markt is verleend, met beleefd verzoek te doen nagaan wie van hen als Jood in den zin der Verordening No. 4/1940 van den Rijkscommissaris moeten worden aangemerkt.
Het voor deze inlichtingen verschuldigde bedrag werd heden aan U overgemaakt.
[Ondertekening]
De Directeur,
[Stempels en aantekeningen]
* Grote blauwe stempel rechtsonder: 1942
* Administratieve tabelstempel (paars):
* INKOOPBOEK No. 2.
* BETAALD OP 14 JAN. 1942
* GIROBILJET No. 59/4
* [Handgeschreven parafen en codes bij FACTUUR ACC. en CR. BK. REK.]
* Kleine stempel linksonder: FIAT BETALING / DE DIRECTEUR V. H. MARKTWEZEN. * Doel van de brief: De directeur van het Amsterdamse Marktwezen verzoekt informatie bij het Bevolkingsregister (vermoedelijk de afdeling 'Zaken op de Zuidas' of een interne afkorting) om vast te stellen welke personen op de Centrale Markt als 'Jood' aangemerkt moeten worden.
* Verordening 4/1940: In de tekst wordt expliciet verwezen naar Verordening No. 4/1940 van de Rijkscommissaris (Seyss-Inquart). Dit was de "Verordening betreffende het aangeven van ondernemingen", de eerste stap in het proces van onteigening en uitsluiting van Joodse ondernemers uit het economische leven.
* Bancaire afhandeling: De brief bevat een administratieve stempel die aantoont dat de kosten voor dit onderzoek naar de afkomst van de marktkooplieden op 14 januari 1942 per giro zijn betaald.
* Taalgebruik: De brief hanteert een uiterst beleefde, ambtelijke toon ("heb ik de eer", "met beleefd verzoek"), wat in schril contrast staat met de discriminerende en destructieve aard van de opdracht. Dit document is een direct bewijsstuk van de actieve medewerking van de gemeente Amsterdam (via de dienst Marktwezen) aan de Holocaust. Onder het eufemisme "ariseeringsplannen" (ariseren: het zuiveren van bedrijven van Joodse invloeden) werd de Joodse bevolking systematisch uit de handel gestoten.
De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was de spil van de voedselvoorziening in de stad. Door deze controle uit te voeren, werden Joodse handelaren geïdentificeerd, hun vergunningen ingetrokken en hun bedrijven later geliquideerd of overgedragen aan 'Ariërs'. Het document illustreert de bureaucratische 'banaliteit van het kwaad': de uitsluiting van een bevolkingsgroep werd afgehandeld als een routineuze administratieve taak, inclusief facturatie en betalingsbewijzen.