Ambtelijke brief (doorslag/kopie).
Origineel
Ambtelijke brief (doorslag/kopie). 4 april 1941 (met handgeschreven aantekening "verzonden 5/4"). De Directeur (waarschijnlijk van een gemeentelijke distributiedienst of Openbare Werken). Den Heer Stadsingenieur, Voorzitter Kleine Benzinecommissie, Raadhuis, Alhier. (Handgeschreven, bovenaan in blauw krijt/potlood):
verzonden 5/4
(Getypt):
D/HG.
den Heer Stadsingenieur,
Voorzitter Kleine Benzinecommissie,
Raadhuis,
A l h i e r .
37/19/4 M. 1. 4 April 1941.
Naar aanleiding van Uw brief van 27 Maart jl. S.I.1958/111 F.I. heb ik de eer U te berichten, dat J.F.Barends behoort tot de grootste winkeliers in aardappelen, groente en fruit te dezer stede, zoodat hij naar mijn meening voor het ombouwen van zijn vrachtauto voor gebruik van geperst gas in aanmerking kan komen.
Het onderhavige verzoek doe ik U in bijlage dezes weder toekomen.
De Directeur,
(Handgeschreven onderaan in rood/bruin):
Th. Brouwer
Is Ros een grooter winkelier dan bijv. Janssen en ( zie desbetr. verv. opgaaf ) - en is hij niet zoo groot als J. Barends en F. Roozen?
15/4 '41 Het document is een officieel advies in het kader van de brandstofdistributie tijdens de Duitse bezetting. Vanwege de schaarste aan benzine moesten transportmiddelen voor de voedselvoorziening worden omgebouwd naar alternatieve brandstoffen, in dit geval "geperst gas" (meestal lichtgas of houtgas).
De directeur adviseert de "Kleine Benzinecommissie" positief over de aanvraag van J.F. Barends. De rechtvaardiging hiervoor is dat Barends een van de "grootste winkeliers" in de stad is, wat hem een prioriteitspositie geeft in de cruciale voedselvoorziening. De handgeschreven notitie onderaan (waarschijnlijk van een commissielid of ambtenaar genaamd Th. Brouwer) toont de interne discussie: er wordt een vergelijking getrokken met andere handelaren (Ros, Janssen, Roozen) om te bepalen of zij een vergelijkbaar recht op brandstofvoorzieningen hebben. Tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland (1940-1945) werden benzine en andere brandstoffen direct na de inval door de bezetter gevorderd of streng gerantsoeneerd. Voor het civiele wegverkeer betekende dit dat alleen noodzakelijke diensten en vitale sectoren, zoals de distributie van aardappelen, groente en fruit, nog over transportmiddelen mochten beschikken.
Om te kunnen blijven rijden, werden vrachtwagens uitgerust met grote gasflessen op het dak of houtgasgeneratoren. De "Kleine Benzinecommissie" speelde een sleutelrol in de lokale toewijzing van deze middelen. Dergelijke documenten geven inzicht in de bureaucratische complexiteit van de overlevingseconomie en de hiërarchie van de voedseldistributie in oorlogstijd.