Ambtelijk memorandum of interne notitie.
Origineel
Ambtelijk memorandum of interne notitie. [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 37/19/3 1941
DOORGEZONDEN: 28/3-141.
[Handgeschreven notitie rechtsboven]
voor 100 %
accoord
[Paraaf] 29/3 -41
[Handgeschreven notitie midden]
bespreken met
Th Brouwer
[Hoofdtekst]
Winkeliers Sommer en Jansen zijn niet voor 100 %
aanbevolen. Moet dit voor Barends wel
gebeuren? Is deze werkelijk veel groter
dan den normalen winkelier en maakt
men bij gunstig advies geen „ schele oogen ”?
Mr. Jansonius der Commissie legt zeer strenge
eischen aan en alleen de allergrootste zoals
Looyen krijgen vergunning!
[Paraaf] 1/4 '41
[Voetnoot linksonder]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016
--- * Inhoud: Het document betreft de beraadslaging over het verlenen van vergunningen aan specifieke winkeliers (Sommer, Jansen, Barends en Looyen). De auteur van de notitie plaatst vraagtekens bij de mogelijke bevoordeling van Barends ten opzichte van anderen.
* Kernpunten:
* Er is sprake van een selectieproces waarbij niet alle winkeliers een volledige aanbeveling krijgen.
* Men vreest voor "schele oogen" (jaloezie of een gevoel van onrechtvaardigheid) als de regels niet consistent worden toegepast.
* Er wordt verwezen naar een "Mr. Jansonius" van een commissie die een zeer restrictief beleid voert: alleen de allergrootste ondernemingen (zoals Looyen) komen in aanmerking voor een vergunning.
* Stijl: Formeel-ambtelijk maar met een waarschuwende ondertoon wat betreft de publieke opinie of onderlinge verhoudingen tussen winkeliers.
--- Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog (maart/april 1941). Tijdens deze periode werden economische activiteiten steeds strenger gereguleerd door zowel de bezetter als de Nederlandse bureaucratie die onder toezicht stond.
De tekst verwijst waarschijnlijk naar de uitvoering van de Vestigingswet of specifieke distributie- en saneringsmaatregelen. De bezetter streefde naar een 'sanering' van de middenstand, waarbij kleine winkeliers vaak gedwongen werden te sluiten ten gunste van grotere, 'efficiëntere' bedrijven. De "Commissie" waar Mr. Jansonius deel van uitmaakt, heeft de taak om te beslissen wie mag blijven voortbestaan in een tijd van toenemende schaarste en regulering. Het document biedt een inkijkje in de ambtelijke worsteling met de uitvoering van dit vaak impopulaire beleid. M. No
Samenvatting
- Inhoud: Het document betreft de beraadslaging over het verlenen van vergunningen aan specifieke winkeliers (Sommer, Jansen, Barends en Looyen). De auteur van de notitie plaatst vraagtekens bij de mogelijke bevoordeling van Barends ten opzichte van anderen.
- Kernpunten:
- Er is sprake van een selectieproces waarbij niet alle winkeliers een volledige aanbeveling krijgen.
- Men vreest voor "schele oogen" (jaloezie of een gevoel van onrechtvaardigheid) als de regels niet consistent worden toegepast.
- Er wordt verwezen naar een "Mr. Jansonius" van een commissie die een zeer restrictief beleid voert: alleen de allergrootste ondernemingen (zoals Looyen) komen in aanmerking voor een vergunning.
- Stijl: Formeel-ambtelijk maar met een waarschuwende ondertoon wat betreft de publieke opinie of onderlinge verhoudingen tussen winkeliers.
Historische Context
Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog (maart/april 1941). Tijdens deze periode werden economische activiteiten steeds strenger gereguleerd door zowel de bezetter als de Nederlandse bureaucratie die onder toezicht stond.
De tekst verwijst waarschijnlijk naar de uitvoering van de Vestigingswet of specifieke distributie- en saneringsmaatregelen. De bezetter streefde naar een 'sanering' van de middenstand, waarbij kleine winkeliers vaak gedwongen werden te sluiten ten gunste van grotere, 'efficiëntere' bedrijven. De "Commissie" waar Mr. Jansonius deel van uitmaakt, heeft de taak om te beslissen wie mag blijven voortbestaan in een tijd van toenemende schaarste en regulering. Het document biedt een inkijkje in de ambtelijke worsteling met de uitvoering van dit vaak impopulaire beleid.