Archiefdocument
Origineel
23 april 1941 (verzonden op 24 april 1941, blijkens handgeschreven notitie). De Directeur (naam niet vermeld). [Handgeschreven:] Verzonden 24/4
HG.
den Heer Stadsingenieur,
Voorzitter Kleine Benzinecommissie,
Raadhuis,
A l h i e r .
37/19/13 M.
23 April 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 18 dezer S.I.2463/111 F I
heb ik de eer U te berichten, dat de onderhavige aanvrager behoort
tot de grossierscombinatie in aardappelen; de betreffende auto zal
worden gebruikt voor den afvoer van aardappelen van de Centrale
Markt naar de kleinhandelaren in de stad; hieromtrent werd dezer-
zijds reeds met Uwen heer Jassonius overleg gepleegd.
Ik geef U beleefd in overweging den verzoeker de door hem
gevraagde vergunning voor het ombouwen van zijn vrachtauto voor
gebruik van geperst gas, te verleenen.
De Directeur, Deze ambtelijke correspondentie betreft een aanbeveling voor een vergunningsaanvraag. De directeur van een niet nader genoemde afdeling (waarschijnlijk gerelateerd aan de voedselvoorziening of de markt) adviseert de voorzitter van de "Kleine Benzinecommissie" om een vrachtwagenchauffeur toestemming te geven zijn voertuig om te bouwen.
De argumentatie steunt op het cruciale belang van de werkzaamheden: het transport van aardappelen vanaf de Centrale Markt naar de detailhandel in de stad. De brief bevestigt dat de aanvrager lid is van een erkende grossierscombinatie. Er is reeds vooroverleg geweest tussen de afdelingen via een zekere heer Jassonius. De toon is formeel en beleefd ("heb ik de eer U te berichten", "geef U beleefd in overweging"). Het document dateert uit april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er een nijpend tekort aan vloeibare brandstoffen zoals benzine, die door de bezetter werden gevorderd voor de oorlogsvoering.
Om de vitale voedselvoorziening (zoals de aardappeldistributie) op gang te houden, werden vrachtwagens vaak omgebouwd om op alternatieve brandstoffen te rijden. In dit geval wordt gesproken over "geperst gas". Andere veelvoorkomende alternatieven waren houtgasgeneratoren (de bekende "gasgeneratoren" achterop of aan de zijkant van auto's). De "Kleine Benzinecommissie" was een lokaal orgaan dat dergelijke aanvragen toetste en brandstof of vergunningen rantsoeneerde. De term "Alhier" in combinatie met "Centrale Markt" duidt waarschijnlijk op een grote gemeente zoals Amsterdam of Rotterdam.
Samenvatting
Deze ambtelijke correspondentie betreft een aanbeveling voor een vergunningsaanvraag. De directeur van een niet nader genoemde afdeling (waarschijnlijk gerelateerd aan de voedselvoorziening of de markt) adviseert de voorzitter van de "Kleine Benzinecommissie" om een vrachtwagenchauffeur toestemming te geven zijn voertuig om te bouwen.
De argumentatie steunt op het cruciale belang van de werkzaamheden: het transport van aardappelen vanaf de Centrale Markt naar de detailhandel in de stad. De brief bevestigt dat de aanvrager lid is van een erkende grossierscombinatie. Er is reeds vooroverleg geweest tussen de afdelingen via een zekere heer Jassonius. De toon is formeel en beleefd ("heb ik de eer U te berichten", "geef U beleefd in overweging").
Historische Context
Het document dateert uit april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er een nijpend tekort aan vloeibare brandstoffen zoals benzine, die door de bezetter werden gevorderd voor de oorlogsvoering.
Om de vitale voedselvoorziening (zoals de aardappeldistributie) op gang te houden, werden vrachtwagens vaak omgebouwd om op alternatieve brandstoffen te rijden. In dit geval wordt gesproken over "geperst gas". Andere veelvoorkomende alternatieven waren houtgasgeneratoren (de bekende "gasgeneratoren" achterop of aan de zijkant van auto's). De "Kleine Benzinecommissie" was een lokaal orgaan dat dergelijke aanvragen toetste en brandstof of vergunningen rantsoeneerde. De term "Alhier" in combinatie met "Centrale Markt" duidt waarschijnlijk op een grote gemeente zoals Amsterdam of Rotterdam.