Ambtelijke brief/correspondentie.
Origineel
Ambtelijke brief/correspondentie. 5 mei 1941. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst of politieafdeling). Den Heer Stadsingenieur, Voorzitter Kleine Benzinecommissie, Raadhuis, Amsterdam (gelet op de straatnamen). Verzonden 5/5 [handgeschreven]
VB/HG.
den Heer Stadsingenieur,
Voorzitter Kleine Benzinecommissie,
Raadhuis,
A l h i e r .
Wijk 3.
37/19/17 M. 5 Mei 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 25 April jl. No.S.I.2652/
111 F I heb ik de eer U mede te deelen, dat de winkelier W.P.Lit,
wonende Madurastraat 20 hs, alhier eigenaar is van een vrachtauto
met aanhangwagen nummer G.Z.7301. Hij vervoert hiermede groenten
van de Centrale Markt naar zijn zaak, terwijl hij ook voor andere
in zijn buurt gevestigde winkeliers groenten medeneemt. Eveneens
is hij leverancier van het Juliana-Ziekenhuis in de Ter Haarstraat.
De winkelier J.F.Hoopman is na herhaalde oproepingen niet
verschenen, zoodat ik U over deze persoon geen inlichtingen kan
verstrekken.
De Directeur, * Onderwerp: Rapportage over de noodzaak van benzinetoewijzing voor specifieke middenstanders.
* Personen:
* W.P. Lit: Winkelier, wonende aan de Madurastraat 20 huis. Hij beschikt over een vrachtwagencombinatie (kenteken G.Z.7301). Zijn werkzaamheden worden als essentieel beschouwd (bevoorrading vanaf de Centrale Markt en levering aan het Juliana-Ziekenhuis).
* J.F. Hoopman: Een andere winkelier die niet is komen opdagen na oproepen, waardoor over hem geen gunstig advies kan worden uitgebracht.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk taalgebruik ("heb ik de eer U mede te deelen", "naar aanleiding van").
* Locatie: De genoemde locaties (Madurastraat, Centrale Markt, Juliana-Ziekenhuis in de Ter Haarstraat) bevestigen dat dit document betrekking heeft op Amsterdam. Dit document stamt uit de begindagen van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Door de oorlogsomstandigheden en de vorderingen door de bezetter ontstond er al snel een groot tekort aan brandstoffen. Benzine was 'op de bon' en werd streng gerantsoeneerd.
De "Kleine Benzinecommissie" was een ambtelijk orgaan dat verzoeken om brandstoftoewijzing toetste. Om voor een toewijzing in aanmerking te komen, moest men aantonen dat de werkzaamheden van algemeen belang waren (zoals voedselvoorziening of medische zorg). In dit geval wordt de aanvraag van W.P. Lit ondersteund omdat hij niet alleen voor zichzelf rijdt, maar ook voor andere winkeliers en een ziekenhuis bevoorraadt. Het niet verschijnen van Hoopman illustreert de strenge controle: wie niet meewerkte aan het onderzoek, kreeg geen brandstof. * W.P. Lit: Winkelier wonende aan de Madurastraat 20 huis. Hij beschikt over een vrachtwagencombinatie (kenteken G.Z.7301). Zijn werkzaamheden worden als essentieel beschouwd (bevoorrading vanaf de Centrale Markt en levering aan het Juliana-Ziekenhuis).