Archiefdocument
Origineel
10 juni 1941. Dienst der Publieke Werken Amsterdam, Bureau Stadsingenieur (namens de Voorzitter Kleine Benzinecommissie). Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. DIENST DER PUBLIEKE WERKEN
AMSTERDAM
RAADHUIS, KAMER 198
Bureau Stadsingenieur.
S.I. 3332/111 F I
AMSTERDAM, 10 Juni 1941 ~~193X~~
No. 37/19/23 M. 1941 11/6 [handgeschreven]
[handgeschreven aantekening rechtsboven: met h. Beverwijk]
Aan den Heer Directeur van het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
A m s t e r d a m.
Ten vervolge op mijn schrijven dd. 30 Mei 1941 S.I..4167/
F II bericht ik U, dat een aanvrage voor het betrekken van
samengeperst lichtgas binnengekomen is van A.A.J. Ruhe, Os-
dorperweg 531, alhier.
Ik verzoek U ook over dit geval zoo spoedig mogelijk Uw
advies te willen uit brengen.
P
De Stadsingenieur,
Voorzitter Kleine Benzinecommissie,
[handtekening: C.W. Keemink] Dit document is een ambtelijke brief uit de vroege bezettingstijd (juni 1941). De Stadsingenieur van Amsterdam, tevens voorzitter van de "Kleine Benzinecommissie", verzoekt de Directeur van het Marktwezen om advies over een specifieke aanvraag voor het gebruik van samengeperst lichtgas.
De aanvrager is A.A.J. Ruhe, gevestigd aan de Osdorperweg 531. De brief is formeel van toon en verwijst naar eerdere correspondentie van slechts tien dagen daarvoor, wat duidt op een lopend proces voor het toewijzen van brandstofalternatieven. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontstond er in Nederland al snel een groot tekort aan vloeibare brandstoffen zoals benzine en diesel, omdat deze door de Duitse bezetter werden gevorderd voor de oorlogsvoering. Als gevolg hiervan moesten burgers en bedrijven overstappen op alternatieven om hun voertuigen rijdend te houden.
Een veelgebruikt alternatief was "lichtgas" (ook wel stadsgas of kolengas genoemd). Dit gas kon in grote zakken op het dak van een auto worden meegevoerd of, zoals in deze brief vermeld, onder hoge druk worden samengeperst in cilinders. De "Kleine Benzinecommissie" hield toezicht op de distributie en vergunningverlening van deze schaarse alternatieve brandstoffen.
De betrokkenheid van de Directeur van het Marktwezen suggereert dat de aanvrager, de heer Ruhe, mogelijk werkzaam was in de voedselvoorziening of transportsector gerelateerd aan de markten (de Jan van Galenstraat was de locatie van de Centrale Markthallen). In dergelijke vitale sectoren kregen ondernemers eerder toestemming voor het gebruik van vervangende brandstoffen.