Ambtelijke brief (doorslag/kopie).
Origineel
Ambtelijke brief (doorslag/kopie). De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een aanverwante gemeentelijke dienst). Den Heer Stadsingenieur, Voorzitter Kleine Benzinecommissie, Raadhuis, Amsterdam (afgeleid uit de term 'Alhier' en 'Centrale Markt'). [Handgeschreven aantekeningen rechtsboven, deels onleesbaar:]
Hr. v. Duinhoven
i.o. [onleesbaar]
k.b. [onleesbaar]
[Getypte tekst:]
VD/HG.
den Heer Stadsingenieur,
Voorzitter Kleine Benzinecommissie,
Raadhuis,
A l h i e r .
37/19/40 M.
25 October 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 14 dezer S.I. 5396/111
F I heb ik de eer U te berichten, dat de Fa.Springer en Groenteman
bij mijn dienst bekend staat als expediteur van goederen, die op de
Centrale Markt worden verhandeld.
De Directeur, De brief dient als een officiële verklaring van de identiteit en de noodzaak van een onderneming. De directeur van (waarschijnlijk) de Centrale Markt bevestigt aan de 'Kleine Benzinecommissie' dat de firma Springer en Groenteman inderdaad werkzaam is als vervoerder van marktgoederen.
De tekst is kort, zakelijk en uiterst formeel ("heb ik de eer U te berichten"). De aanwezigheid van de Benzinecommissie wijst direct op de schaarste-economie van de bezettingsjaren, waarbij elke druppel brandstof officieel verantwoord moest worden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was benzine in Nederland zeer schaars door de Duitse vordering van voorraden en de stopzetting van de import. Brandstof was uitsluitend beschikbaar via een streng distributiesysteem onder toezicht van commissies (zoals de hier genoemde 'Kleine Benzinecommissie').
Bedrijven moesten bewijzen dat hun activiteiten 'economisch onmisbaar' waren om in aanmerking te komen voor toewijzingen (bonnen). Omdat de firma Springer en Groenteman instond voor het transport van levensmiddelen van de Centrale Markt (te Amsterdam), was hun werk van vitaal belang voor de voedselvoorziening van de stad. Deze brief diende als bewijsstuk in hun aanvraagproces voor brandstof.
Samenvatting
De brief dient als een officiële verklaring van de identiteit en de noodzaak van een onderneming. De directeur van (waarschijnlijk) de Centrale Markt bevestigt aan de 'Kleine Benzinecommissie' dat de firma Springer en Groenteman inderdaad werkzaam is als vervoerder van marktgoederen.
De tekst is kort, zakelijk en uiterst formeel ("heb ik de eer U te berichten"). De aanwezigheid van de Benzinecommissie wijst direct op de schaarste-economie van de bezettingsjaren, waarbij elke druppel brandstof officieel verantwoord moest worden.
Historische Context
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was benzine in Nederland zeer schaars door de Duitse vordering van voorraden en de stopzetting van de import. Brandstof was uitsluitend beschikbaar via een streng distributiesysteem onder toezicht van commissies (zoals de hier genoemde 'Kleine Benzinecommissie').
Bedrijven moesten bewijzen dat hun activiteiten 'economisch onmisbaar' waren om in aanmerking te komen voor toewijzingen (bonnen). Omdat de firma Springer en Groenteman instond voor het transport van levensmiddelen van de Centrale Markt (te Amsterdam), was hun werk van vitaal belang voor de voedselvoorziening van de stad. Deze brief diende als bewijsstuk in hun aanvraagproces voor brandstof.