Archiefdocument
Origineel
1 april 1941 De Directeur (vermoedelijk van een distributiedienst of gemeentelijke instantie) De N.V. Nederlandsche Vliegtuigenfabriek Fokker, Papaverweg 31, Amsterdam-Noord Extra [handgeschreven]
D/HG.
de N.V. Nederlandsche Vliegtuigen-
fabriek Fokker,
Papaverweg 31,
Amsterdam-Noord.
37/22/2 M.
1 April 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 24 dezer Afd. Personeels-
zaken deJ/R bericht ik U, dat aan het daarin vervatte verzoek niet
kan worden voldaan.
U zult de benoodigde hoeveelheden aardappelen en groente
moeten betrekken van den kleinhandel in die artikelen.
De Directeur, Dit document is een officiële, zakelijke brief gedateerd op 1 april 1941, gericht aan de vliegtuigfabriek Fokker in Amsterdam-Noord. De toon is kort en bureaucratisch. De kern van de brief is de afwijzing van een verzoek dat door de afdeling Personeelszaken van Fokker was ingediend op 24 maart 1941.
Fokker had blijkbaar gevraagd om een directe toewijzing of levering van aardappelen en groenten, waarschijnlijk voor de eigen bedrijfskantine of voor distributie onder het personeel. De afzender (een niet nader genoemde directeur, waarschijnlijk van een distributiebureau) wijst dit verzoek resoluut af en stelt dat de fabriek deze producten via de reguliere weg (de kleinhandel) moet zien te verkrijgen.
Dit duidt op een strikte handhaving van de distributieregels, waarbij zelfs een groot en strategisch belangrijk bedrijf als Fokker geen uitzonderingspositie kreeg voor de voedselvoorziening van haar personeel. De datum van de brief, april 1941, plaatst het document in het eerste jaar van de Duitse bezetting van Nederland. De voedseldistributie was kort na de inval in mei 1940 ingevoerd en werd gaandeweg steeds strenger naarmate de tekorten opliepen.
De Fokker-fabriek aan de Papaverweg in Amsterdam-Noord stond tijdens de bezetting onder Duits toezicht (een Verwalter) omdat de productie van groot belang was voor de Duitse oorlogsindustrie (de Luftwaffe). Desondanks laat deze brief zien dat het bedrijf voor de dagelijkse behoeften van het personeel, zoals basisvoedsel, afhankelijk was van de normale civiele distributiekanalen en geen voorkeursbehandeling kreeg van de lokale autoriteiten op dit gebied.
Het document illustreert de dagelijkse administratieve realiteit van de oorlog: de constante strijd om basisbehoeften en de bureaucratische controle die de bezettingsjaren kenmerkte.