Archief 745
Inventaris 745-354
Pagina 393
Dossier 22
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

5 maart 1941 (met latere aantekeningen tot 26 maart 1941)

Origineel

5 maart 1941 (met latere aantekeningen tot 26 maart 1941) [Bovenaan gecentreerd]
Nº 37/26/1 M. 1941 $^{27}/_{3}$

[Eerste sectie]
De Tuinder
E.W.J. Blom Bos en Lommerweg 375 A
geb 5-3-1909 Amsterdam (west)
Leg. Kaart 43 (1939) Jaarkaart 5115 (1939)
heeft in 1939 een tuindersplaats bezet.
In dat jaar is hij inzender Veiling
geworden, terwijl hij voor zijn
jaarplaats nog
fl. 72,- schuldig was.
Van deze schuld is in 1940 en 1941
niets afbetaald.

A’dam, 5 Maart ’41

[Middelste sectie, onder de horizontale lijn]
No 352 LM 1935
(64/72 m 19/35 m/s)
Krachtens besluit van 15/3. 1935 konden tuinders
kwijtschelding krijgen wegens veilen op de centr. markt.
Dit besluit is ingetrokken met besluit 27/10 ’39 no 765 - 4 m

Om de kwijtschelding te kunnen bepalen is het
nodig, dat van de Veiling opgaaf wordt
gevraagd van de datum waarop Blom met
veilen is begonnen.

26 MAART 1941 [Stempel]

[Onderaan, ander handschrift]
Th. Broerse
Blom is in 1939 s.v.p. met Veiling
op 12 April begonnen behandelen
zijn producten in te 27/3 -’41 [Paraaf]
zenden naar de Ned. Veiling. G. [onleesbaar]

[Linker marge, verticaal potlood]
90
72
--
18 * Inhoud: Dit document betreft de financiële status van de tuinder E.W.J. Blom. Hij had een schuld van 72 gulden voor zijn jaarplaats in 1939. Er wordt onderzocht of hij recht heeft op kwijtschelding van dit bedrag op basis van een besluit uit 1935, dat stelt dat tuinders die hun producten via de centrale veiling verkopen, in aanmerking komen voor financiële tegemoetkomingen.
* Besluitvorming: Er is sprake van een complicerende factor: het besluit tot kwijtschelding is in oktober 1939 ingetrokken. Om te bepalen of Blom nog recht had op de regeling voordat deze verviel, moet worden vastgesteld wanneer hij precies is begonnen met veilen.
* Bevinding: Onderaan wordt door Th. Broerse bevestigd dat Blom op 12 april 1939 is begonnen met het inzenden van producten naar de Nederlandse Veiling. Dit suggereert dat hij voor een deel van het jaar 1939 mogelijk aanspraak kon maken op de regeling.
* Marginalia: De rekensom in de kantlijn (90 - 72 = 18) duidt mogelijk op een verrekening van pacht of leges. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (maart 1941). De bureaucratie rondom de voedselvoorziening en de Amsterdamse markten ging in deze periode door, waarbij strikte administratie werd bijgehouden van tuinders en hun verplichtingen. De "centrale markt" en de "Ned. Veiling" (waarschijnlijk de Centrale Markt in Amsterdam-West) speelden een cruciale rol in de distributie van groenten en fruit. De Bos en Lommerweg, waar de tuinder woonde, grensde direct aan de toenmalige tuinbouwgebieden van de Sloterpolder, die in die tijd de stad van voedsel voorzagen.

Samenvatting

  • Inhoud: Dit document betreft de financiële status van de tuinder E.W.J. Blom. Hij had een schuld van 72 gulden voor zijn jaarplaats in 1939. Er wordt onderzocht of hij recht heeft op kwijtschelding van dit bedrag op basis van een besluit uit 1935, dat stelt dat tuinders die hun producten via de centrale veiling verkopen, in aanmerking komen voor financiële tegemoetkomingen.
  • Besluitvorming: Er is sprake van een complicerende factor: het besluit tot kwijtschelding is in oktober 1939 ingetrokken. Om te bepalen of Blom nog recht had op de regeling voordat deze verviel, moet worden vastgesteld wanneer hij precies is begonnen met veilen.
  • Bevinding: Onderaan wordt door Th. Broerse bevestigd dat Blom op 12 april 1939 is begonnen met het inzenden van producten naar de Nederlandse Veiling. Dit suggereert dat hij voor een deel van het jaar 1939 mogelijk aanspraak kon maken op de regeling.
  • Marginalia: De rekensom in de kantlijn (90 - 72 = 18) duidt mogelijk op een verrekening van pacht of leges.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (maart 1941). De bureaucratie rondom de voedselvoorziening en de Amsterdamse markten ging in deze periode door, waarbij strikte administratie werd bijgehouden van tuinders en hun verplichtingen. De "centrale markt" en de "Ned. Veiling" (waarschijnlijk de Centrale Markt in Amsterdam-West) speelden een cruciale rol in de distributie van groenten en fruit. De Bos en Lommerweg, waar de tuinder woonde, grensde direct aan de toenmalige tuinbouwgebieden van de Sloterpolder, die in die tijd de stad van voedsel voorzagen.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Cosman Waterlooplein "
A. Cosman Waterlooplein "
A. Poortje Uilenburg
A. Poortje Uilenburg
A. Poortje Uilenburg
A.v. Velzen Uilenburg "
A.v. Velzen Uilenburg "
B.A.Bouw
Barend Barend Uilenburg
Barend Barend Uilenburg
B. Barend Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Meents Uilenburg
B. Meents Uilenburg
B. Moffie Waterlooplein "
B. Moffie Waterlooplein "
B. Nebig Uilenburg
B. Nebig Uilenburg
B. Nebig Uilenburg
P. Langendijkstr Uilenburg 7
B. van Thijn Waterlooplein "
B. van Thijn Waterlooplein "
B. van Thijn Waterlooplein "
B. Wittenburg Uilenburg
C.Pas
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6