Ambtsbrief / Begeleidend schrijven.
Origineel
Ambtsbrief / Begeleidend schrijven. 31 maart 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een gerelateerde gemeentelijke dienst). [Rechtsboven, handgeschreven:] W. Duffels [?]
[Daaronder getypt:] HG.
37/27/1 M.
n 12
31 Maart 1941.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen geworden:
1 contract in duplo betreffende pakhuisafdeeling No. H 5 van
de hal op de Centrale Markt;
2 contracten in duplo betreffende de pakhuisafdeelingen no.'s
C 2 en 10 van pier C op de Centrale Markt;
3 contracten in duplo betreffende de pakhuisafdeelingen no.'s
E 8, 15 en 21 van pier E op de Centrale Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken wel te willen bevorderen,
dat deze contracten door den heer Regeeringscommissaris voor
Amsterdam worden geteekend. Daarna gelieve U ze mij te doen
terugzenden, teneinde voor registratie te kunnen zorgdragen.
De Directeur, Dit document is een formele administratieve mededeling betreffende het beheer van de Centrale Markt in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De directeur van de betreffende dienst stuurt zes contracten (in tweevoud) naar de Wethouder voor de Levensmiddelen. Het gaat om de verhuur of toewijzing van specifieke pakhuisruimtes (secties H, C en E) op het marktterrein.
Opvallend is de vermelding van de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" als de autoriteit die de contracten moet ondertekenen. Dit wijst op de bestuurlijke transitie die kort daarvoor had plaatsgevonden. De toon is uiterst zakelijk en hoffelijk ("heb ik de eer U te doen geworden", "Ik moge U beleefd verzoeken"), passend bij de ambtelijke etiquette van die tijd. De datum, 31 maart 1941, plaatst dit document in een cruciale periode van de Duitse bezetting van Nederland. Slechts een maand eerder had de Februari-staking plaatsgevonden, waarna het nazi-regime het Amsterdamse gemeentebestuur drastisch reorganiseerde. De democratisch gekozen gemeenteraad en burgemeester werden buitenspel gezet.
Op 4 maart 1941 werd Edward Voûte door de bezetter benoemd tot Regeringscommissaris (feitelijk regeringsburgemeester) van Amsterdam. In deze hoede nam hij de bevoegdheden van zowel het college als de raad over. De brief weerspiegelt hoe de reguliere ambtelijke molen — in dit geval het beheer van de vitale voedseldistributie via de Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat — doordraaide onder dit nieuwe, autoritaire gezag. De Wethouder voor de Levensmiddelen had in deze periode de zware taak om de voedselvoorziening in de stad te managen onder de steeds nijpender wordende omstandigheden van schaarste en distributie.