Notulen of verslag van een vergadering.
Origineel
Notulen of verslag van een vergadering. -3-
Spreker zegt vervolgens, dat het Abattoir door onderling overleg niet meer is te redden; de zaak is daar zoo grondig bedorven, dat eerstdaags een commissaris voor alle slachthuizen in Nederland zal worden benoemd. Het is een verblijdend teeken, dat dit op de Centrale Markt nog niet noodig is en dat hier alle aspecten aanwezig zijn voor een goede samenwerking. Daarvoor is echter in de eerste plaats noodig, dat de bevoegdheden van den Directeur van het Marktwezen worden opgevoerd en moeten worden gedeeld met de bedrijfscommissie.
De Directeur stelt in eerste instantie vast, dat het dus in de bedoeling ligt de betrekkingen te regelen tusschen de werkgevers en werknemers. Spreker wijst erop, dat voorloopig reeds van Rijkswege regelen zijn gesteld voor de stichting van bedrijfsraden op het gebied van de voedselvoorziening; het is te verwachten, dat deze regelen zich in den geest zullen ontwikkelen als door den heer Holtrop is geschetst. Spreker verwacht, dat na den oorlog de baan vrij zal komen voor de nieuwe sociaal-economische inzichten waardoor de sociale verbeteringen, waartoe de verbetering van de economie van het productieproces in steeds sterkere mate de mogelijkheid schept, ook meer en meer zullen worden doorgevoerd. Hij ontwikkelt hierover nader zijn gedachten. Wij zitten thans nog in de oorlogseconomie met haar bijzondere maatregelen, waarbij men zich uiteraard moet aanpassen.
De heer Holtrop verklaart, het met deze inzichten eens te zijn.
De heer Sixma gaat vervolgens over tot de bespreking van de door den heer Holtrop naar voren gebrachte punten. De toelating tot de Centrale Markt is geen speciale personeelszaak. Het gaat ook om het vestigen van zaken op de Centrale Markt.
De heer Holtrop antwoordt hierop, dat het erom gaat om van alle groepen te bekijken, of zij geschikt zijn om tot de Centrale Markt te worden toegelaten. Voor dit gedeelte van het programma kan wellicht de Commissie worden beperkt tot twee personen met den Directeur, bijvoorbeeld een vertegenwoordiger van werkgeverszijde en een van werknemerszijde, die tezamen met den Directeur zullen bespreken, welke personen toegang tot de Centrale Markt moet worden verleend.
De heer Dijkstra licht dit punt nog nader toe. Het komt thans voor, dat een aantal grossiers, voornamelijk die, welke buiten Amsterdam woonachtig zijn, soms gezinsleden meenemen naar de Centrale Markt, die daar dan in het bedrijf gaan helpen. Er zijn nog werkgevers op de Centrale Markt, die het zonde vinden om arbeidsloon uit te betalen. Dit is echter alleen hierom, om te kunnen concurreeren. Dit is een van de excessen, die moet worden uitgeroeid.
De Directeur zegt, dat juist ingevolge herhaalden aandrang van den handel in de laatste jaren een zekere tegemoetkoming is betracht ten aanzien van de toelating van derden op de markt. Er zullen thans strengere maatregelen worden getroffen. Hij zal te dezer zake gaarne verder overleg plegen met de Commissie. Hij meent, dat het vraagstuk der verordenende bevoegdheid door Burgemeester en Wethouders zal moeten [einde pagina] In dit document worden de bestuurlijke en sociale uitdagingen van de Amsterdamse Centrale Markt besproken. De tekst benadrukt een contrast tussen het "Abattoir" (het slachthuis), waar de situatie onhoudbaar is, en de Centrale Markt, waar men nog streeft naar constructieve samenwerking.
Belangrijke discussiepunten zijn:
1. Bestuurlijke macht: Er wordt gepleit voor een uitbreiding van de bevoegdheden van de Directeur, mits deze gedeeld worden met een bedrijfscommissie.
2. Sociaal-economische visie: Men spreekt over de overgang van de huidige "oorlogseconomie" naar een naoorlogse periode waarin nieuwe sociaal-economische inzichten en verbeterde arbeidsverhoudingen (bedrijfsraden) centraal moeten staan.
3. Toelatingsbeleid: Er wordt nagedacht over wie toegang krijgt tot de markt en wie er zaken mag vestigen. Hierbij wordt voorgesteld een kleine commissie van werkgevers en werknemers te vormen.
4. Arbeidsexcessen: De heer Dijkstra wijst op een specifiek probleem waarbij grossiers gezinsleden onbetaald laten werken om de loonkosten te drukken en zo de concurrentie aan te gaan. Dit wordt expliciet als een uit te roeien "exces" benoemd. Het document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Dit is af te leiden uit termen als "oorlogseconomie", "Rijkswege regelen" en de specifieke focus op "voedselvoorziening", wat tijdens de oorlog een cruciaal en streng gereguleerd onderdeel van het openbaar leven was. De Centrale Markthallen in Amsterdam-West fungeerden in die tijd als het kloppend hart van de voedseldistributie voor de stad en de omliggende regio. De discussie over de verhouding tussen overheid (Directeur/B&W) en het bedrijfsleven (de grossiers en hun werknemers) weerspiegelt de corporatistische inslag van de toenmalige economische ordening. De tekst toont ook aan dat men, ondanks de oorlog, al bezig was met de sociaal-economische inrichting van het land na de bevrijding.