Archief 745
Inventaris 745-354
Pagina 456
Dossier 93
Jaar 1941
Stadsarchief

Notulen/verslag van een vergadering.

Ongedateerd op deze pagina (context suggereert de periode van de Duitse bezetting, 1940-1945).

Origineel

Notulen/verslag van een vergadering. Ongedateerd op deze pagina (context suggereert de periode van de Duitse bezetting, 1940-1945). -3-

Spreker zegt vervolgens, dat het Abattoir door onderling overleg
niet meer is te redden; de zaak is daar zoo grondig bedorven, dat
eerstdaags een commissaris voor alle slachthuizen in Nederland zal
worden benoemd. Het is een verblijdend teeken, dat dit op de Cen-
trale Markt nog niet noodig is en dat hier alle aspecten aanwezig
zijn voor een goede samenwerking. Daarvoor is echter in de eerste
plaats noodig, dat de bevoegdheden van den Directeur van het Markt-
wezen worden opgevoerd en moeten worden gedeeld met de bedrijfs-
commissie.

De Directeur stelt in eerste instantie vast, dat het dus in de bedoeling ligt de
betrekkingen te regelen tusschen de werkgevers en werknemers. Spre-
ker wijst erop, dat voorloopig reeds van Rijkswege regelen zijn ge-
steld voor de stichting van bedrijfsraden op het gebied van de
voedselvoorziening; het is te verwachten, dat deze regelen zich in
den geest zullen ontwikkelen als door den heer Holtrop is geschetst.
Spreker verwacht, dat na den oorlog de baan vrij zal komen voor de
nieuwe sociaal-economische inzichten waardoor de sociale verbete-
ringen, waartoe de verbetering van de economie van het productie-
proces in steeds sterkere mate de mogelijkheid schept, ook meer en
meer zullen worden doorgevoerd. Hij ontwikkelt hierover nader zijn
gedachten. Wij zitten thans nog in de oorlogseconomie met haar bij-
zondere maatregelen, waarbij men zich uiteraard moet aanpassen.

De heer Holtrop verklaart, het met deze inzichten eens te zijn.

De heer Sixma gaat vervolgens over tot de bespreking van de door den heer Holtrop
naar voren gebrachte punten. De toelating tot de Centrale Markt is
geen speciale personeelszaak. Het gaat ook om het vestigen van zaken
op de Centrale Markt.

De heer Holtrop antwoordt hierop, dat het erom gaat om van alle groepen te be-
kijken, of zij geschikt zijn om tot de Centrale Markt te worden toe-
gelaten. Voor dit gedeelte van het programma kan wellicht de Commis-
sie worden beperkt tot twee personen met den Directeur, bijvoorbeeld
een vertegenwoordiger van werkgeverszijde en een van werknemerszijde
die tezamen met den Directeur zullen bespreken, welke personen toe-
gang tot de Centrale Markt moet worden verleend.

De heer Dijkstra licht dit punt nog nader toe. Het komt thans voor, dat een aan-
tal grossiers, voornamelijk die, welke buiten Amsterdam woonachtig
zijn, soms gezinsleden meenemen naar de Centrale Markt, die daar dan
in het bedrijf gaan helpen. Er zijn nog werkgevers op de Centrale
Markt, die het zonde vinden om arbeidsloon uit te betalen. Dit is
echter alleen hierom, om te kunnen concurreeren. Dit is een van de
excessen, die moet worden uitgeroeid.

De Directeur zegt, dat juist ingevolge herhaalden aandrang van den handel in de
laatste jaren een zekere tegemoetkoming is betracht ten aanzien van
de toelating van derden op de markt. Er zullen thans strengere maat-
regelen worden getroffen. Hij zal te dezer zake gaarne verder over-
leg plegen met de Commissie. Hij meent, dat het vraagstuk der ver-
ordenende bevoegdheid door Burgemeester en Wethouders zal moeten Het document is een verslag van een zakelijke bijeenkomst, waarschijnlijk binnen de context van de gemeente Amsterdam (gezien de referentie naar de Centrale Markt en het Abattoir). De toon is formeel en beleidsmatig.

Belangrijke thema's zijn:
1. Crisisbeheersing: Het Abattoir wordt omschreven als een "bedorven" zaak waarvoor een landelijke commissaris moet worden aangesteld.
2. Bestuurlijke Vernieuwing: Er wordt gesproken over de uitbreiding van de macht van de Directeur van het Marktwezen en de instelling van bedrijfscommissies/-raden.
3. Sociale Rechtvaardigheid: Er wordt kritiek geuit op grossiers die gezinsleden onbetaald laten werken om de loonkosten te drukken (oneerlijke concurrentie), wat als een "exces" wordt bestempeld dat "uitgeroeid" moet worden.
4. Toelatingsbeleid: Er is discussie over wie toegang krijgt om handel te drijven op de markt, waarbij gestreefd wordt naar een strenger selectieproces. Dit document stamt uit de periode van de Tweede Wereldoorlog ("oorlogseconomie"). De tekst weerspiegelt de spanning tussen de dagelijkse praktijk onder bezetting en de visie op de toekomst ("na den oorlog").

Tijdens de bezetting werd de voedselvoorziening strak gereguleerd door de overheid (van "Rijkswege"). De genoemde bedrijfsraden en de centrale sturing van markten pasten in de corporatistische economische ordening die in die tijd werd ingevoerd of voorbereid. Tegelijkertijd spreekt uit de tekst een hoop op sociaal-economische verbetering en een rationalisatie van het productieproces zodra de vrede zou aanbreken. De vermelding van het Abattoir en de Centrale Markt duidt op de cruciale rol van Amsterdam in de nationale voedseldistributie.

Samenvatting

Het document is een verslag van een zakelijke bijeenkomst, waarschijnlijk binnen de context van de gemeente Amsterdam (gezien de referentie naar de Centrale Markt en het Abattoir). De toon is formeel en beleidsmatig.

Belangrijke thema's zijn:
1. Crisisbeheersing: Het Abattoir wordt omschreven als een "bedorven" zaak waarvoor een landelijke commissaris moet worden aangesteld.
2. Bestuurlijke Vernieuwing: Er wordt gesproken over de uitbreiding van de macht van de Directeur van het Marktwezen en de instelling van bedrijfscommissies/-raden.
3. Sociale Rechtvaardigheid: Er wordt kritiek geuit op grossiers die gezinsleden onbetaald laten werken om de loonkosten te drukken (oneerlijke concurrentie), wat als een "exces" wordt bestempeld dat "uitgeroeid" moet worden.
4. Toelatingsbeleid: Er is discussie over wie toegang krijgt om handel te drijven op de markt, waarbij gestreefd wordt naar een strenger selectieproces.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Tweede Wereldoorlog ("oorlogseconomie"). De tekst weerspiegelt de spanning tussen de dagelijkse praktijk onder bezetting en de visie op de toekomst ("na den oorlog").

Tijdens de bezetting werd de voedselvoorziening strak gereguleerd door de overheid (van "Rijkswege"). De genoemde bedrijfsraden en de centrale sturing van markten pasten in de corporatistische economische ordening die in die tijd werd ingevoerd of voorbereid. Tegelijkertijd spreekt uit de tekst een hoop op sociaal-economische verbetering en een rationalisatie van het productieproces zodra de vrede zou aanbreken. De vermelding van het Abattoir en de Centrale Markt duidt op de cruciale rol van Amsterdam in de nationale voedseldistributie.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Cosman Waterlooplein "
A. Cosman Waterlooplein "
A. Poortje Uilenburg
A. Poortje Uilenburg
A. Poortje Uilenburg
A.v. Velzen Uilenburg "
A.v. Velzen Uilenburg "
B.A.Bouw
Barend Barend Uilenburg
Barend Barend Uilenburg
B. Barend Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Meents Uilenburg
B. Meents Uilenburg
B. Moffie Waterlooplein "
B. Moffie Waterlooplein "
B. Nebig Uilenburg
B. Nebig Uilenburg
B. Nebig Uilenburg
P. Langendijkstr Uilenburg 7
B. van Thijn Waterlooplein "
B. van Thijn Waterlooplein "
B. van Thijn Waterlooplein "
B. Wittenburg Uilenburg
C.Pas
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6