Archief 745
Inventaris 745-354
Pagina 471
Dossier 55
Jaar 1941
Stadsarchief

Doorslag van een ambtelijke brief (Bladzijde 2).

23 april 1941. Van: Directeur van het Marktwezen (Amsterdam).

Origineel

Doorslag van een ambtelijke brief (Bladzijde 2). 23 april 1941. Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). Bladzijde 2 van brief No. 37/37/2 M. d.d. 23 April 1941 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.

Het naast elkaar bestaan van een kleinhandels-veiling op de Centrale Markt en een grossiershandel, die beiden aan eenzelfde categorie verkoopen, namelijk kleinhandelaren, acht ik inderdaad niet juist met het oog op de ongelijke concurrentieverhoudingen, die hierdoor worden geschapen.

De veiling verkoopt namelijk tegen commissie en is derhalve niet gebonden aan inkoopsprijzen, zooals de grossiers. De bezwaren daartegen deden zich reeds in normale tijden voelen, doch deze bezwaren gelden thans in versterkte mate, nu voor verschillende artikelen maximumprijzen worden gesteld bij den verkoop op veilingen. Deze maximumprijzen gelden ook voor den verkoop op de Amsterdamsche veiling. De grossiers echter, die hun producten op de veilingen in de productie-centra moeten koopen, betalen daar veelal dezelfde prijzen, als waarvoor de veiling op de Centrale Markt rechtstreeks aan den kleinhandel verkoopt. Deze verhouding nu schept een sfeer van onzekerheid en geeft een groote mate van risico voor den grossier. Het is in het belang van de ontwikkeling van den handel op de Centrale Markt dergelijke risico's zooveel mogelijk weg te nemen.

De poging om langs den weg van een contract, zooals thans met de N.V. Nederlandsche Veiling is gesloten, groothandelsveilingen te Amsterdam tot stand te brengen, moet als mislukt worden beschouwd. Zelfs de groothandelsveilingen voor zuidvruchten (door de Importeurs), waarop het onderhavige contract in de allereerste plaats betrekking heeft, hebben zich meer en meer naar Rotterdam verplaatst.

Er is naar mijn meening dan ook alle aanleiding om te trachten thans andere wegen in te slaan. De mogelijkheid daartoe wordt wel zeer sterk bevorderd door de maatregelen, welke door de Rijksoverheid worden getroffen ten aanzien van de verplichting voor markttuinders om al hun producten te veilen. Deze maatregelen zullen vrij zeker binnen afzienbaren tijd in het geheele land worden ingevoerd. Een en ander houdt onder meer verband met het instellen van maximumprijzen op de veilingen. Deze maximumprijzen gelden thans namelijk ook voor de Amsterdamsche markttuinders, die tot nu toe hun producten rechtstreeks aan den kleinhandel verkoopen, maar de contrôle daarop door denbetrokken Rijkscontrôle-dienst is bij het huidige systeem van verkoop zeer moeilijk.

Indien alle tuindersproducten moeten worden geveild, dan is het technisch onmogelijk, dat dit in de kleinhandelsveiling gebeurt, met het oog op het groote aantal verkavelingen waarin het aangevoerde zou moeten worden gesplitst als op het zeer groote aantal koopers. Alleen reeds om deze reden is het noodzakelijk, dat de veiling op de Centrale Markt wordt gereorganiseerd tot groothandelsveiling. Het invoeren van de veilingsplicht voor de markttuinders heeft tevens het groote voordeel, dat ook de ongelijke concurrentieverhoudingen tusschen tuinders en grossiers ophouden te bestaan. De tuinders immers zijn aan dezelfde prijzen voor den verkoop op de Centrale Markt gebonden als waarvoor de grossiers in het land op de veilingen inkoopen. De tuinder verkoopt dus zoo noodig tegen den * Kernproblematiek: Er is een scheve concurrentieverhouding tussen de directe kleinhandelsveiling en de private grossiers (groothandelaren). Omdat de veiling op commissiebasis werkt en gebonden is aan maximumprijzen, kunnen grossiers hun marge niet meer maken wanneer zij in productiecentra tegen diezelfde maximumprijzen moeten inkopen.
* Beleidsadvies: De Directeur van het Marktwezen adviseert de kleinhandelsveiling op de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) op te heffen of om te vormen tot een groothandelsveiling.
* Logistieke argumentatie: Bij een volledige "veilingsplicht" (waarbij tuinders niet meer direct aan de winkel mogen verkopen) wordt het volume aan producten te groot voor een kleinschalige veiling met veel kleine kavels en kopers. Schaalvergroting naar groothandelsniveau is daarom technisch noodzakelijk.
* Handhaving: De voorgestelde centralisatie dient ook de Rijkscontroledienst; het controleren van de maximumprijzen is op een centrale veiling eenvoudiger dan bij directe verkoop door tuinders aan winkeliers. * Tijdsbeeld: Het document dateert van april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De economie werd in deze periode in toenemende mate een 'geleide economie'.
* Prijsbeheersing: De genoemde "maximumprijzen" en de rol van de "Rijksoverheid" (vaak onder directie van de bezetter of gelijkschakelende instanties) waren cruciaal om inflatie en zwarte handel in levensmiddelen te beperken, althans in theorie.
* Locatie: De brief heeft betrekking op de Centrale Markthallen in Amsterdam-West, die in 1934 waren geopend om de voedseldistributie voor de stad te centraliseren.
* Economische transitie: Het document illustreert de verschuiving van een vrije markt met veel tussenpersonen naar een strak gereguleerd systeem waarbij de overheid grip probeert te krijgen op de gehele keten, van tuinder tot consument.

Samenvatting

  • Kernproblematiek: Er is een scheve concurrentieverhouding tussen de directe kleinhandelsveiling en de private grossiers (groothandelaren). Omdat de veiling op commissiebasis werkt en gebonden is aan maximumprijzen, kunnen grossiers hun marge niet meer maken wanneer zij in productiecentra tegen diezelfde maximumprijzen moeten inkopen.
  • Beleidsadvies: De Directeur van het Marktwezen adviseert de kleinhandelsveiling op de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) op te heffen of om te vormen tot een groothandelsveiling.
  • Logistieke argumentatie: Bij een volledige "veilingsplicht" (waarbij tuinders niet meer direct aan de winkel mogen verkopen) wordt het volume aan producten te groot voor een kleinschalige veiling met veel kleine kavels en kopers. Schaalvergroting naar groothandelsniveau is daarom technisch noodzakelijk.
  • Handhaving: De voorgestelde centralisatie dient ook de Rijkscontroledienst; het controleren van de maximumprijzen is op een centrale veiling eenvoudiger dan bij directe verkoop door tuinders aan winkeliers.

Historische Context

  • Tijdsbeeld: Het document dateert van april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De economie werd in deze periode in toenemende mate een 'geleide economie'.
  • Prijsbeheersing: De genoemde "maximumprijzen" en de rol van de "Rijksoverheid" (vaak onder directie van de bezetter of gelijkschakelende instanties) waren cruciaal om inflatie en zwarte handel in levensmiddelen te beperken, althans in theorie.
  • Locatie: De brief heeft betrekking op de Centrale Markthallen in Amsterdam-West, die in 1934 waren geopend om de voedseldistributie voor de stad te centraliseren.
  • Economische transitie: Het document illustreert de verschuiving van een vrije markt met veel tussenpersonen naar een strak gereguleerd systeem waarbij de overheid grip probeert te krijgen op de gehele keten, van tuinder tot consument.

Locaties

De brief heeft betrekking op de Centrale Markthallen in Amsterdam-West die in 1934 waren geopend om de voedseldistributie voor de stad te centraliseren.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Cosman Waterlooplein "
A. Cosman Waterlooplein "
A. Poortje Uilenburg
A. Poortje Uilenburg
A. Poortje Uilenburg
A.v. Velzen Uilenburg "
A.v. Velzen Uilenburg "
B.A.Bouw
Barend Barend Uilenburg
Barend Barend Uilenburg
B. Barend Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Meents Uilenburg
B. Meents Uilenburg
B. Moffie Waterlooplein "
B. Moffie Waterlooplein "
B. Nebig Uilenburg
B. Nebig Uilenburg
B. Nebig Uilenburg
P. Langendijkstr Uilenburg 7
B. van Thijn Waterlooplein "
B. van Thijn Waterlooplein "
B. van Thijn Waterlooplein "
B. Wittenburg Uilenburg
C.Pas
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6