Brief/rapport (waarschijnlijk een ambtelijk advies of verslag van de marktmeester/directeur van het marktwezen).
Origineel
Brief/rapport (waarschijnlijk een ambtelijk advies of verslag van de marktmeester/directeur van het marktwezen). 23 april 1941. [Linkerbovenhoek:]
Bladz.
~~XXXX~~ 3
37/37/2
Amsterdam.
[Rechterbovenhoek:]
23 April z 41
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
[Hoofdtekst:]
maximumprijs aan den kleinhandel rechtstreeks, terwijl de grossier zijn prijzen nog moet verhoogen met zijn winstmarge en zijn verdere onkosten.
Hoewel het denkbaar is, dat de tuinders een vei-ling zouden stichten buiten de Centrale Markt, moet getracht worden deze veiling te vestigen op deze markt, waar reeds een geheele accommodatie voor het veilen aanwezig is. Echter zal in dit verband de positie der voornoemde veiling en haar verhouding met de Gemeente geheel moeten worden herzien. Te zijner tijd zal ik hierop nader terugkomen.
[Marginale notitie links:]
∠N.V. Neder-landsche
Ten aanzien van de voorziening van de bevolking van Amsterdam met aardappelen, groenten en fruit merk ik op, dat de grossiers daarin een vooraanstaande plaats innemen. Wat de voorziening met fruit betreft, wordt ± 97% geleverd door de grossiers en ± 3% door de thans bestaande veiling. Ten aanzien van groente zijn deze percentages als volgt: ± 62% wordt door de grossiers geleverd, ± 30% door de tuinders en ± 8% door de huidige veiling en ten aanzien van aardappelen wordt ± 98% door grossiers geleverd en ± 2% door de bestaande veiling. Bij invoering van de regeeringsmaatregelen, komt dus het tuindersproduct via de veiling in handen van den groothandel, die het daarna aan den kleinhandel verkoopt. De bestaande veiling ontvangt thans ook producten van inzenders, die ver buiten Amsterdam woonachtig zijn (voornamelijk fruit). Ook deze producten zullen in de toekomst uitsluitend moeten worden geveild aan de op de Centrale Markt gevestigde grossiers.
De maatregelen ten aanzien van het veilen door de tuinders opent groote mogelijkheden voor den export en beteekent derhalve een verbetering van de afzetmogelijkheid van het tuinbouwbedrijf rondom onze gemeente. Een gedeelte van de tuinders maakt nog bezwaar tegen een wijziging van het stelsel van verkoop. Een ander gedeelte ziet echter de belangrijke voordeelen voor de ontwikkeling van het tuindersbedrijf onder meer, doordat de tuinders zich beter op de productie zullen kunnen concentreeren.
Op grond van het bovenstaande ben ik van meening, dat er alle aanleiding bestaat krachtig mede te werken aan de verwezenlijking van den onder punt 1 door den groothandel gestelden wensch, omdat hierdoor verschillende belangen worden gediend. Ik merk nog op, dat reeds in de voordracht tot het stichten van een nieuwe markt met markthal d.d. 22 December 1922 (vide Gemeenteblad Afd. I Volgno. 1148 op bladz. 2052) over het veilen van de producten der tuinders aan den groothandel wordt gesproken.
Punt 2 van den brief luidt: "De groothandel op de Centrale Markt mag alleen uitgeoefend worden door georganiseerde grossiers, de plaatsen of pakhuizen op de markt worden door het Marktwezen uitgegeven in overleg met de organisatie".
Ten aanzien van dit punt merk ik op, dat het inderdaad gewenscht is te achten, dat alle grossiers in * Kern van het document: Dit document is een ambtelijk advies over de herstructurering van de voedseldistributie in Amsterdam. De kern is de verplichting om producten (groenten, fruit, aardappelen) via een centrale veiling op de Centrale Markt aan de groothandel (grossiers) aan te bieden, in plaats van rechtstreekse verkoop door tuinders aan de kleinhandel.
* Belangengroepen: Er is sprake van een spanningsveld tussen de tuinders (waarvan een deel tegen de nieuwe regels is), de grossiers (die hun positie willen verstevigen via een organisatiegraad) en de gemeente/overheid (die streeft naar centrale controle en efficiëntie).
* Statistieken: Het document geeft een interessant inzicht in de marktaandelen van 1941: de groothandel domineerde de markt voor aardappelen (98%) en fruit (97%), terwijl bij groenten de tuinders nog een aanzienlijk deel (30%) rechtstreeks leverden.
* Argumentatie: De auteur beargumenteert dat centralisatie goed is voor de export en dat tuinders zich door de ontlasting van de verkoop beter op de productie kunnen richten. Ook wordt verwezen naar plannen uit 1922 om aan te tonen dat dit beleid een lange voorgeschiedenis heeft. * Tijdsbeeld (Tweede Wereldoorlog): De datum april 1941 is cruciaal. Nederland was bezet door Nazi-Duitsland. Tijdens de bezetting werd de voedselvoorziening streng gereguleerd via distributiestelsels en centrale marktorganen. "Regeeringsmaatregelen" in deze context verwijzen vaak naar verordeningen die door de bezetter of de onder druk staande Nederlandse departementen werden opgelegd om controle over de voedselstroom te krijgen (mede ten behoeve van de Duitse oorlogseconomie).
* Centrale Markt: Dit betreft de Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam-West, die in 1934 waren geopend om de verspreide markten in de stad te centraliseren. De discussie in dit document gaat over de verdere institutionalisering van deze locatie als hét knooppunt voor voedseldistributie.
* Wethouder voor de Levensmiddelen: In oorlogstijd was dit een van de belangrijkste en zwaarste portefeuilles in het gemeentebestuur vanwege de dreigende schaarste en de complexe logistiek van de voedselvoorziening voor de groeiende stad. N.V. Neder Marktwezen