Brief (pagina 4 van een officieel schrijven).
Origineel
Brief (pagina 4 van een officieel schrijven). 23 april 1941. De Directeur van het Marktwezen. Bladzijde 4 van brief No.37/37/2 M. d.d. 23 April 1941 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.
georganiseerd verband worden gebracht. Dit zal namelijk het doorvoeren van de verschillende maatregelen ter verbetering van de orde en den regel op de Centrale Markt bevorderen. Ik maak hierbij echter het voorbehoud, dat een dergelijke organisatie onder goede leiding moet staan, zooals deze bijvoorbeeld thans in de Vereeniging "Onderling Belang" aanwezig is.
Het scheppen van normen bij de toelating als groothandelaar op de Centrale Markt is zeer gewenscht. De bona fide handel moet worden beschermd. In dit verband moge ik er op wijzen, dat in afwachting van het tot stand komen van maatregelen voor de toekomst, reeds bij de voorbereiding van de plannen voor de Centrale Markt, een groot aantal jaren geleden derhalve, reeds werd besloten, de markt niet voor iedereen open te stellen (zie de bovenaangehaalde voordracht blz. 2052), terwijl bij het vaststellen van de op de Centrale Markt geldende huren en plaatstarieven reeds van een minimum te betalen bedrag werd uitgegaan; dit minimum werd gesteld op één kalendermaand. Er is echter alle aanleiding om de eischen van toelating steeds scherper te stellen. Ik acht het logisch, dat dit gebeurt in overleg met de betrokkenen. De te treffen maatregelen worden bovendien mijns inziens reeds in de hand gewerkt door de plannen, die van Rijkswege bestaan ten aanzien van de organisatie van het bedrijfsleven. Ik moge in dit verband wijzen op het besluit van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij betreffende den opbouw van een organisatie voor de voedselvoorziening, welk besluit is opgenomen in het Gemeenteblad 1941 Afd.4 Volgno.214. Ook de op de Centrale Markt bestaande categorieën van handelaren zullen zich te zijner tijd in deze organisatie zien opgenomen.
Punt 3 van den brief luidt: "Het aanvoeren der goederen op de Centrale Markt geschiedt alleen door het daarvoor aangewezen beroepsvervoer".
Ook deze maatregel beoogt het stellen van de concurrentieverhoudingen op redelijke basis. Er is derhalve alle aanleiding te trachten voor dit vraagstuk een oplossing te vinden. Een en ander wordt thans wel zeer in de hand gewerkt, door de toenemende moeilijkheden, die het verkeer onder de huidige tijdsomstandigheden ondervindt. Het eigen vervoer van den grossier individueel, dat met het oog op de beperkte hoeveelheden, die vervoerd moeten worden, voornamelijk is aangewezen op autotractie, ondervindt steeds meer bezwaren tengevolge van het benzinegebrek. Het beroepsvervoer daarentegen is het verzamelvervoer voor verschillende grossiers tegelijk en kan derhalve per vaartuig (eventueel in stoom sleepdienst) of per wagon gebeuren.
Aan den anderen kant mag verwacht worden, dat successievelijk scherpe sociale maatregelen ten aanzien van de werktijden van het personeel in het transportbedrijf zullen worden genomen, waardoor de maatschappelijk niet te verantwoorden voordeelen, verbonden aan het eigen vervoer, verloren zullen gaan. Er is naar mijn meening alle aanleiding ook deze aangelegenheid met de bestuurders van de grossiers-vereeniging "Onderling Belang" te behandelen. * Kernboodschap: De Directeur van het Marktwezen pleit voor een strengere regulering van wie als groothandelaar op de Centrale Markt mag opereren en hoe het transport van goederen moet plaatsvinden.
* Toelating: Er wordt gestreefd naar een 'gesloten' markt om de "bona fide" handel te beschermen tegen ongecontroleerde wildgroei. Toelatingseisen moeten worden aangescherpt in overleg met de branchevereniging "Onderling Belang".
* Transport: Er wordt aangedrongen op een verbod op eigen vervoer door individuele grossiers ten gunste van "beroepsvervoer" (verzamelvervoer).
* Argumentatie voor transportwijziging:
1. Efficiency: Verzamelvervoer is efficiënter dan individueel vervoer.
2. Schaarste: Door de oorlogsomstandigheden is er een groot tekort aan benzine ("benzinegebrek"), waardoor transport per schip of trein noodzakelijk wordt.
3. Sociaal-economisch: Het voorkomen van oneerlijke concurrentie door strengere controle op werktijden, wat bij collectief beroepsvervoer makkelijker te handhaven is dan bij eigen vervoer. * Tijdsbeeld: Het document dateert van april 1941, bijna een jaar na de Duitse inval in Nederland. De invloed van de bezetting is duidelijk merkbaar:
* Schaarste: Het genoemde "benzinegebrek" dwong de overheid en het bedrijfsleven om over te stappen op vervoer over water en spoor.
* Centralisatie: Onder invloed van de bezetter werd het Nederlandse bedrijfsleven gereorganiseerd in een corporatieve structuur (de zogenaamde 'Organisatie-Woltersom'). De verwijzing naar de plannen van de Secretaris-Generaal van Landbouw en Visscherij past in deze trend van overheidsgestuurde ordening van de voedselvoorziening en economie.
* Marktwezen: De Centrale Markt (waarschijnlijk die aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam) was van vitaal belang voor de voedselvoorziening van de stad onder het regime van distributie en rantsoenering. Het beheersen van de logistieke stromen was essentieel om zwarte handel tegen te gaan en de controle te behouden.