Archiefdocument
Origineel
17 juni 1941 Amster, 17 Juni 1941
Ingevolge de hierbij gaande brief heb ik op Zaterdag 26 April 1941 mij in verbinding gesteld met de politie gewestraad van de Admiraal de Ruyterweg en in overleg en samenwerking een onderzoek ingesteld naar goederen van de Centrale Markt afkomstig in de woonwagen van Tandie en in de brandweerkazerne maar er werd niets verdachts aangetroffen.
Waarop heb ik mij in verbinding gesteld met den Heer Inspecteur Posthuma, die mij ook niet veel raad kon verschaffen. Eerst moet ik de dieven hebben, dan kan hij de zaak verder behandelen. Ik heb mij daarna in verbinding gesteld met den Commandant van de Brandweer en hem de brief laten lezen.
Het handschrift is toen vergeleken met het schrift van de hulpbrandweermannen post Centrale Markt, doch daaruit was geen conclusie te trekken. De commandant van de brandweer heeft daarop strenge orders uitgevaardigd inzake bewegingsvrijheid van de post C.M. De brief is door den commandant in handen gesteld van de politie. De Heer Tandie met woonwagen is enige dagen later na de Centrale Markt verwijderd. Het geheele onderzoek heeft tot heden geen voldoende resultaat opgeleverd.
Ik bleef echter voortzoeken. Op 26 Mei jl kwam mij ter ore dat enkele brandweerlieden na de post Centrale Markt ’s nachts waren gezien met aardappels. Ik stelde mij dadelijk in verbinding met den Commandant van de brandweerpost C.M de Heer Hey en vernam, ook, dat inderdaad waar was, maar de betrokken hulpbrandweerlieden hielden vol, dat zij de aardappelen gekregen hadden van een schipper.
Ik heb toen dadelijk het onderzoek zelf ter hand genomen, en na verhoor bleek mij dat drie hulpbrandweerlieden, te weten Eijlers – de Roo en van Breevliet ’s nachts aardappels uit de wagons stalen. Het document is een verslag van een interne opsporingsactie tijdens de Duitse bezetting in Nederland. De kern van de zaak is de diefstal van schaarse goederen (aardappelen) bij de Centrale Markt in Amsterdam.
Opvallende punten:
1. Aanleiding: Het onderzoek startte naar aanleiding van een anonieme brief (vermoedelijk een verklikking), die leidde tot huiszoekingen in een woonwagen en de kazerne.
2. Onderzoeksmethodiek: Men hanteerde voor die tijd gebruikelijke methoden, zoals grafologische vergelijking (handschriftanalyse) om de schrijver van de brief te achterhalen, wat echter mislukte.
3. Doorzettingsvermogen: Ondanks een aanvankelijk gebrek aan bewijs en een negatief advies van Inspecteur Posthuma, bleef de rapporteur (vermoedelijk een controleur of rechercheur van de markt zelf) doorzoeken.
4. Resultaat: De diefstal werd uiteindelijk opgelost door 'veldonderzoek' (geruchten over brandweerlieden met aardappels). De verdachten probeerden zich eerst nog te verschuilen achter een smoes (gekregen van een schipper), maar bekenden uiteindelijk de diefstal uit wagons. Dit document stamt uit juni 1941, een periode waarin de schaarste in Nederland onder de Duitse bezetting begon toe te nemen. De Centrale Markt in Amsterdam was het zenuwcentrum voor de voedselvoorziening van de stad. Diefstal van voedsel werd in deze tijd zwaar opgenomen vanwege de distributieregels.
De rol van de "Hulpbrandweer" is hierin interessant. Tijdens de oorlog werd het brandweerkorps aanzienlijk uitgebreid met hulppersoneel vanwege het verhoogde risico op branden door bombardementen. Deze hulpbrandweerlieden hadden toegang tot terreinen die voor burgers verboden waren, zoals de Centrale Markt ’s nachts, wat hen in de gelegenheid stelde om goederen te ontvreemden. De genoemde politiestatus van de "Admiraal de Ruyterweg" duidt op het lokale politiebureau in Amsterdam-West dat toezicht hield op dit gebied.