Openbare kennisgeving (besluit van Burgemeester en Wethouders).
Origineel
Openbare kennisgeving (besluit van Burgemeester en Wethouders). 18 december 1939. [Linksboven, paarse stempel:] № 20/43/2
[Bovenaan midden, stempel:] M. 1939 12/19
[Bovenaan midden, gedrukt:] GEMEENTE AMSTERDAM
[Rechtsboven, handgeschreven:] Marktb.
[Midden boven:] No. 1567.
[Linksboven, paarse stempel:] Gezien [paraaf]
[Rechtsboven, handgeschreven:] 20 ex. Fn. de Haan. 1 ex. Wachtkamer
[Rechtsonder de vorige notitie, handgeschreven:] M. Mijller t.h.
OPENBARE KENNISGEVING
AANWIJZING TIJDELIJKE HULPMARKTEN.
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam brengen ter openbare kennis, dat zij hebben besloten:
A. met ingang van 1 Januari 1940 voor den tijd van ten hoogste één jaar aan te wijzen als tijdelijke hulpmarkt van de algemeene dagmarkt:
I. uitsluitend voor den Zaterdag, de Noordermarkt, onder bepaling, dat het hoofdgedeelte van deze markt, behalve door de Noorderkerk, begrensd zal worden door de lijnen, getrokken in de verlengden van den Noordelijken en den Westelijken gevel dier kerk, door de lijnen getrokken in het verlengde van den rand van het verhoogde voetpad aan de Noordzijde van de Westerstraat en door den rand (aan de marktzijde) van de klinkerbestrating van den openbaren weg langs de Prinsengracht; het overige gedeelte van het marktterrein der Noordermarkt wordt gevormd door een langs de Prinsengracht, ter hoogte van die markt gelegen strook, breed 3 meter, gemeten uit den wal;
II. uitsluitend voor den Zaterdag de Ten Katestraat van de Bellamystraat tot de Jan Hanzenstraat;
III. de Hasebroekstraat van de Ten Katestraat tot de Nicolaas Beetsstraat en de Nicolaas Beetsstraat van de Hasebroekstraat tot de Kinkerstraat, met dien verstande, dat aldaar geen versche visch ter markt zal mogen worden gebracht;
IV. uitsluitend voor den Zaterdag het Mosplein en wel het geheele straatgedeelte, Oostelijk van het in het midden van het Mosplein gelegen plantsoen met inbegrip van de beide voetpaden gelegen tusschen den Noordelijken en Zuidelijken rijweg van het Mosveld;
V. uitsluitend voor den Zaterdag de Sumatrastraat tusschen de Bankastraat en den Insulindeweg, onder bepaling, dat aldaar uitsluitend levensmiddelen en bloemen ter markt mogen worden gebracht;
VI. uitsluitend voor den Zaterdag de Jan Evertsenstraat van de Admiralengracht tot het Mercatorplein, onder bepaling, dat aldaar uitsluitend levensmiddelen en bloemen ter markt mogen worden gebracht;
VII. het verhoogde middengedeelte van het Waterlooplein gelegen tusschen den rijweg, welke langs de Mozes en Aäronkerk ligt en den rijweg liggende voor den speeltuin, benevens den openbaren weg tusschen het z.g. fruitpleintje en het eerste plein van het Waterlooplein;
VIII. de Ten Katestraat van de Bellamystraat tot de Jan Hanzenstraat van des Maandags tot en met des Vrijdags, met dien verstande, dat op deze dagen aldaar uitsluitend versche visch ter markt zal mogen worden gebracht;
B. te bepalen, dat voor zoover de onder A II, IV, V en VI genoemde markten betreft met den Zaterdag gelijkgesteld zullen worden: de dag vóór Hemelvaartsdag, de dag voor Kerstmis en de Oudejaarsdag;
C. met ingang van 1 Januari 1940 voor den tijd van ten hoogste één jaar aan te wijzen als tijdelijke hulpmarkt van de brandstoffenmarkt:
1. de Beitelhaven;
2. het Motorkanaal over een lengte van 8 meter gemeten uit den walmuur langs de Meeuwenlaan;
3. de Distelhaven;
4. de Singel (Zuidzijde) van de Beulingstraat tot voor perceel Singel 454;
5. de Amstel (Oostzijde) van de Overamstelstraat tot de Jan Bernardusstraat;
6. de Raamgracht (Noordzijde);
7. de Hugo de Grootgracht (Noordzijde) tusschen de Van Houweningenstraat en de brug vóór de Frederik Hendrikstraat;
8. de Uilenburgergracht (Zuidzijde).
Amsterdam, 18 December 1939.
Burgemeester en Wethouders voornoemd,
[Signatuur/Paraaf]
de Secretaris,
[Handtekening: van Kier?] Dit document is een officieel gemeentebesluit waarin diverse locaties in Amsterdam worden aangewezen als 'tijdelijke hulpmarkt' voor het jaar 1940. Het besluit is onderverdeeld in drie hoofdonderdelen:
1. Sectie A (I t/m VIII): De aanwijzing van locaties voor de algemene dagmarkt, vaak specifiek voor de zaterdag. Er worden strikte geografische grenzen en beperkingen gesteld aan het type waar (bijv. uitsluitend levensmiddelen en bloemen, of juist een verbod op verse vis op bepaalde locaties). Bekende locaties zijn de Noordermarkt, Ten Katestraat en het Waterlooplein.
2. Sectie B: Een gelijkstelling van bepaalde feestdagen (of de dagen ervoor) met de zaterdagregeling voor specifieke markten.
3. Sectie C (1 t/m 8): De aanwijzing van locaties voor de 'brandstoffenmarkt'. Dit betreft voornamelijk kades langs grachten en kanalen (zoals de Amstel, Singel en Hugo de Grootgracht), waar waarschijnlijk steenkool of hout werd aangevoerd en verhandeld.
Het document getuigt van een strakke stedelijke organisatie waarbij marktactiviteiten tot op de meter nauwkeurig worden gereguleerd. De datum van het document, 18 december 1939, is historisch zeer relevant. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was in de Tweede Wereldoorlog (die in september 1939 in de rest van Europa was uitgebroken), was de dreiging groot en was de mobilisatie in volle gang.
De aanwijzing van 'tijdelijke hulpmarkten' en specifiek de 'brandstoffenmarkt' kan worden gezien in het licht van de oorlogseconomie en distributie. De overheid bereidde zich voor op schaarste en mogelijke verstoringen van de reguliere handel. Door extra locaties aan te wijzen voor brandstoffen (kolen waren essentieel voor verwarming), probeerde de gemeente de distributie naar de burgerbevolking te waarborgen. Het feit dat deze aanwijzingen voor "ten hoogste één jaar" gelden, onderstreept het tijdelijke en onzekere karakter van de situatie aan de vooravond van 1940.