Notities/notulen van een ambtelijke vergadering.
Origineel
Notities/notulen van een ambtelijke vergadering. 13 november 1941. N o t i t i e s van een bespreking op 13 November 1941 van den directeur van het Marktwezen, den heer C.F. Sixma, den directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening, den heer J. Smeets, den Gemeentelijke Adviseur voor voedings- en distributie-aangelegenheden, den heer F. van Meurs, den bedrijfschef van de Centrale Markt, den heer J. Broerse met de grossiers der Centrale Markt, de heeren Dijkstra, Draaisma en Kramer. Secretaris: den heer H.A. van Duinhoven.
O n d e r w e r p : winteropslag 1941/1942.
De Directeur memoreert, dat in het bekende contract van den vorigen winter een bepaling was opgenomen inzake de bepaling der prijzen van de opgeslagen producten. Thans heeft de heer Dijkstra een plan ontworpen om te komen tot een gecentraliseerden verkoop der opgeslagen goederen; een en ander om te komen tot een juiste verdeeling onder de kleinhandelaren en te voorkomen, dat de producten boven de vastgestelde maximumprijzen zullen worden verkocht. Het is gewenscht, in verband met het af te sluiten contract, dit plan thans in behandeling te nemen.
De heer Dijkstra deelt mede, dat hij een bespreking heeft gevoerd met het Bureau Velders inzake de mogelijkheid tot het verkrijgen van artikelen voor den winteropslag. Toevalligerwijs was de heer Valstar hierbij tegenwoordig. Het plan tot gecentraliseerden verkoop werd zeer toegejuicht. Hierbij is in de eerste plaats gebleken, waarvoor de handel reeds vreesde, dat dit Bureau een dure commissionnair belooft te worden. Men dacht ongeveer ƒ 30,- per wagon voor administratiekosten in rekening te brengen. De handel heeft het Bureau echter noodig, omdat anders is te vreezen, dat Amsterdam niet over voldoende artikelen, van een kwaliteit, welke voor langeren opslag geschikt is, de beschikking zal kunnen verkrijgen.
Tevens is gebleken, dat de artikelen, welke voor directe consumptie noodig zijn, door den handel slechts via het Bureau Velders in voldoende mate te verkrijgen zullen zijn.
Spreker heeft er echter op aangedrongen om, wat den winteropslag betreft, slechts producten beschikbaar te stellen, van een zoodanige kwaliteit, dat de houdbaarheid absoluut vaststaat. Dat beteekent derhalve, dat rapen uit Friesland moeten worden geleverd en wortelen en uien uit Zeeland. De heer Valders heeft ten deze alle medewerking toegezegd en verzekerd, dat de producten, die voor den winteropslag moeten dienen, beschikbaar zullen zijn vóór het tijdstip, dat ze moeten zijn opgeslagen (15 December).
Het kistenvraagstuk heeft groote zorgen gebaard in verband met de schaarschte op dit gebied. Er is thans echter een aanbieding van de Veiling Utrecht om 15.000 kisten in huur te geven tegen ƒ 1,- statiegeld en een huurprijs van ƒ 0,15 per kist. Het transport moet dan door de Grossierscombinatie geschieden. Hieraan zijn derhalve groote kosten verbonden. Zonder kisten is echter een goede bewaring van wortelen en uien niet mogelijk.
De uien zullen in de emballageloods worden opgeslagen; deze loods is aan alle zijden echter open, zoodat de Combinatie voor bewaking zal moeten zorgdragen. Kosten geraamd op ƒ 0,40 per uur = ƒ 9,60 per dag, is voor 2 maanden ± ƒ 600,-. Bovendien wijst de Combinatie op het volgende. In het algemeen zijn de maximumprijzen juist gecalculeerd, doch er is in geen enkel opzicht rekening gehouden met risico's bij bewaring, zoodat de handel bij de gestelde winstmarges, deze risico's beslist niet voor hare rekening kan nemen. Ook in dit opzicht ligt de verhouding derhalve anders dan verleden jaar, toen de handel nog niet zoo was gebonden aan de prijzen.
De Combinatie is uiteindelijk gekomen tot het opstellen van het hieronder opgenomen raam van onkosten, welke ten laste van de Gemeente zullen moeten komen, waarbij de bedragen nog niet konden worden vermeld.
Men stelt zich voor, dat moet worden opgeslagen:
25 x 10.000 kg rapen ) in drie tjalken
15 x 10.000 kg wortelen ) ) in kisten, in luchtige vorstvrije
10 x 10.000 kg uien ) ) pakhuizen Dit document biedt een gedetailleerd inkijkje in de logistieke en economische uitdagingen van de voedselvoorziening in oorlogstijd. De kernpunten zijn:
- Regulering en Centrale Regie: Er is een duidelijke verschuiving zichtbaar van een vrije markt naar een strak gereguleerd systeem. Men spreekt over "gecentraliseerde verkoop" om woekerprijzen (boven het maximum) te voorkomen en een eerlijke verdeling onder winkeliers te waarborgen.
- Kwaliteit en Herkomst: Er is een strikte selectie op basis van houdbaarheid. Men eist rapen uit Friesland en uien/wortelen uit Zeeland, gebieden die bekend stonden om hun goede landbouwproducten.
- Schaarschte aan Materialen: Het "kistenvraagstuk" illustreert het gebrek aan basismiddelen. Zelfs voor eenvoudige houten kisten moet statiegeld en huur worden betaald, en ze moeten van ver (Utrecht) komen.
- Financiële Risico's: De grossiers uiten hun zorgen over de winstmarges. Omdat de overheid maximumprijzen heeft vastgesteld, kunnen zij de risico's van bederf (opslaan van versproducten is risicovol) niet meer zelf dragen. Ze proberen deze kosten door te schuiven naar de gemeente.
- Beveiliging: De noodzaak om een open loods 24 uur per dag te bewaken (tegen diefstal in een tijd van toenemende schaarste) brengt aanzienlijke kosten met zich mee. In november 1941 was de Duitse bezetting van Nederland anderhalf jaar onderweg. De schaarste begon nijpend te worden en het distributiesysteem werd steeds fijnmaziger en dwingender. De genoemde ambtenaren, zoals C.F. Sixma, speelden een cruciale rol in het draaiende houden van de stad Amsterdam.
Het genoemde "Bureau Velders" (mogelijk een verwijzing naar het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd of een specifieke inkooporganisatie) fungeerde als een tussenstation dat extra kosten met zich meebracht, wat tot frustratie leidde bij de handelaren. De genoemde hoeveelheden (in totaal 500.000 kg aan producten) lijken groot, maar voor een stad als Amsterdam was dit slechts een strategische reserve om de wintermaanden door te komen. Het gebruik van "tjalken" (historische zeilschepen) voor de opslag van rapen toont aan hoe men creatief moest omspringen met beschikbare ruimte en transportmiddelen. C.F. Sixma (Directeur Marktwezen) J. Smeets (Directeur Centrale Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening) F. van Meurs (Gemeentelijk Adviseur) J. Broerse (Bedrijfschef Centrale Markt) grossiers Dijkstra Draaisma en Kramer en secretaris H.A. van Duinhoven.