Archiefdocument
Origineel
21/4/2 M
1
extra [handgeschreven]
VP/G.
6 Februari 1939.
den Heer B.Roof,
Brouwersgracht 97 huis,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 9.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 27 Januari jl.
zend ik U hierby een afschrift van een U bereids gezonden
formulier, houdende opgave van op de brandstoffenmarkten
hier ter stede voor het kalenderjaar 1939 door U verschul-
digd marktgeld. Onder overlegging van dit formulier kunt U
ten kantore van den Havendienst vermindering van havengeld
verzoeken.
Voor de goede orde wys ik U erop, dat U terzake
voormeld ƒ 367,- schuldig is, welk bedrag U in kwartaalter-
mynen van ƒ 91,75 (en niet van ƒ 91,68) kunt betalen. Myner-
zyds bestaat geen bezwaar, dat U den op 1 Januari jl. ver-
vallen termyn betaalt als volgt: 6 Februari ƒ 31,75, 20 Fe-
bruari ƒ 30,- en 13 Maart ƒ 30,-.
De Directeur, De brief is een administratieve afhandeling van een betalingskwestie betreffende gemeentelijke belastingen of leges. De kernpunten zijn:
- Marktgeld: De heer Roof moet voor het jaar 1939 in totaal ƒ 367,- aan marktgeld betalen voor zijn activiteiten op de Amsterdamse brandstoffenmarkten.
- Koppeling met Havengeld: Het formulier voor het marktgeld dient tevens als bewijsstuk om bij de Havendienst een vermindering van het havengeld aan te vragen. Dit wijst op een onderlinge verrekening of kortingsregeling tussen verschillende gemeentelijke diensten.
- Betalingsregeling: De directeur toont zich coulant door een afwijkende betalingsregeling toe te staan voor de reeds vervallen termijn van 1 januari. Deze mag in drie delen worden voldaan in de maanden februari en maart.
- Nauwkeurigheid: Er wordt expliciet gecorrigeerd op een bedrag (ƒ 91,75 in plaats van ƒ 91,68), wat de nadruk legt op de administratieve precisie van die tijd. De brief is geschreven in de late jaren '30, een periode waarin Amsterdam nog een zeer actieve binnenhaven had waar veel overslag van brandstoffen (voornamelijk kolen) plaatsvond. De Brouwersgracht, waar de geadresseerde woonde, lag destijds midden in dit logistieke hart.
Het document weerspiegelt de ambtelijke toon van het interbellum: formeel, beleefd ("den Heer", "U", "mijnerzijds") maar beslist over de financiële verplichtingen. De referentie naar "brandstoffenmarkten" herinnert aan een tijd waarin kolen de voornaamste bron van energie waren voor de stad. B. Roof Roof moet (De heer) Marktwezen