Archief 745
Inventaris 745-357
Pagina 33
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke notitie of memorandum (met kanttekeningen en doorhalingen).

Origineel

Handgeschreven ambtelijke notitie of memorandum (met kanttekeningen en doorhalingen). [Marginale aantekening linksboven:]
L waarom de groothandel 1. 2. 7. evenals aamp. herhaald te kunnen doen op de middenstandsbank
L op de m.w. zorgvuldig belang dikte

[Hoofdtekst:]

Er is ter zake reeds contact gelegd met de Nevel. Middenstandsbank.

Ik merk t.a.v. de centrale inname van emballage nog op, dat hiermede belangrijke kapitalen zijn gemoeid.
[Doorgestreept: Ik acht dit echter van centrale belang zowel als centrale emballage inname voor de verdere gang van zaken en bovenal voor de handel.]

Wanneer belanghebbenden opnieuw niet tot overeenstemming zouden komen, over maatregelen van gemeentewege in overweging te nemen. Binnenkort hoop ik derhalve nader op deze onderwerpen te kunnen terugkomen.

6, 7 en 8. Houden blijkbaar verband met de invoering van het stelsel, beschreven onder punt 1.
[Doorgestreept: Zuivering van dit stelsel zou tot gevolg hebben dat men elders wachten.] Iedere kleinhandelaar wil gaarne als eerste de C.M. betreden.

  1. Er is bij den ingang van de C.M. voldoende politie aanwezig, die de geheele verkeersregeling in handen heeft. Opstopping van het openbare verkeer wordt door de politie steeds voorkomen.

  2. Houdt verband met standaardisering; zie punt 4.

[Marginale aantekening midden links:]
L in de omgeving geen markt
X

  1. Winkelsluitingswet, waarin nadrukkelijk is voorgeschreven, dat de winkels tot 18 uur geopend moeten zijn.

  2. Berust bij de instanties, die de contrôle hebben op de voorschriften nl. C.C.C.D., Bureau Prijsbeheersing en de Politie.

[Groot doorgestreept blok:]
13. [In de marge:] T de wijze waarop de controle moet worden ingericht en in welke takken
[Tekst:] Dit acht ik onuitvoerbaar, tenzij wettelijke bepalingen worden getroffen. Bepalingen hieromtrent zouden niet alleen voor groenten moeten gelden, doch ook voor andere levensmiddelen; een en ander zou eventueel gepaard moeten gaan met een verbod voor de bevolking om buiten de beurten, waar men gevestigd, te koopen.

[Onderste blok, deels doorgestreept:]
Overigens wijs ik nogmaals op het bestaan van de Vestigingswet en speciaal wat de erkenning betreft, op de noodzaak om in het bezit te zijn van een erkenning der N.G.C. om een zaak te kunnen drijven. Deze erkenningen worden slechts uitgereikt, wanneer men tenminste 2 jaar in het bedrijf werkzaam is.

[Marginale aantekening linksonder:]
L Het hier ontwikkelde tegemoet aan info: echter zou onder de dwingende op groenten van een dergelijke regeling (overige regelen) en anderzijds zijn ook voor andere bedrijfstakken behoefte bestaan aan dergelijke vormen des handel van punt 4 aardappelen enz. Dit document is een ambtelijk werkstuk waarin een beleidsmedewerker reageert op een reeks voorstellen of punten (genummerd 5 t/m 13). De kernpunten zijn:

  1. Financieel: De centrale inname van emballage (statiegeld/verpakkingen) wordt gezien als een kapitaalintensieve kwestie waarbij de Middenstandsbank betrokken is.
  2. Logistiek: Er wordt gesproken over de "C.M." (waarschijnlijk de Centrale Markt). De auteur stelt dat de verkeerspolitie de doorstroming goed beheert, ondanks de drang van kleinhandelaren om als eerste binnen te zijn.
  3. Wettelijk kader: Er wordt verwezen naar de Winkelsluitingswet (verplichte opening tot 18:00 uur) en de Vestigingswet. Vooral de eis van twee jaar praktijkervaring voor een erkenning van de N.G.C. (Nederlandse Groothandels Combinatie of een vergelijkbaar orgaan) wordt benadrukt.
  4. Handhaving: De controle op naleving van regels ligt bij de politie en de C.C.C.D. (Centrale Crisis Controle Dienst), wat wijst op een periode van schaarste of strikte overheidsregulering.

De tekst bevat veel doorhalingen, wat wijst op een conceptfase waarbij de schrijver worstelt met de uitvoerbaarheid van bepaalde maatregelen (zoals de restricties op waar de bevolking mag kopen in punt 13). De terminologie in het document plaatst het zeer waarschijnlijk in de periode van de Nederlandse wederopbouw (laat 1940, begin 1950). De C.C.C.D. was een dienst die toezag op de distributie en prijsvorming, die vooral tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog cruciaal was. De discussie over de Vestigingswet en de Winkelsluitingswet was in die tijd actueel, aangezien de overheid probeerde de wildgroei aan kleine winkels te reguleren en de markt te saneren ("middenstandsbeleid"). Het document reflecteert de spanning tussen overheidssturing (maatregelen van gemeentewege) en de belangen van de individuele handelaar.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk werkstuk waarin een beleidsmedewerker reageert op een reeks voorstellen of punten (genummerd 5 t/m 13). De kernpunten zijn:

  1. Financieel: De centrale inname van emballage (statiegeld/verpakkingen) wordt gezien als een kapitaalintensieve kwestie waarbij de Middenstandsbank betrokken is.
  2. Logistiek: Er wordt gesproken over de "C.M." (waarschijnlijk de Centrale Markt). De auteur stelt dat de verkeerspolitie de doorstroming goed beheert, ondanks de drang van kleinhandelaren om als eerste binnen te zijn.
  3. Wettelijk kader: Er wordt verwezen naar de Winkelsluitingswet (verplichte opening tot 18:00 uur) en de Vestigingswet. Vooral de eis van twee jaar praktijkervaring voor een erkenning van de N.G.C. (Nederlandse Groothandels Combinatie of een vergelijkbaar orgaan) wordt benadrukt.
  4. Handhaving: De controle op naleving van regels ligt bij de politie en de C.C.C.D. (Centrale Crisis Controle Dienst), wat wijst op een periode van schaarste of strikte overheidsregulering.

De tekst bevat veel doorhalingen, wat wijst op een conceptfase waarbij de schrijver worstelt met de uitvoerbaarheid van bepaalde maatregelen (zoals de restricties op waar de bevolking mag kopen in punt 13).

Historische Context

De terminologie in het document plaatst het zeer waarschijnlijk in de periode van de Nederlandse wederopbouw (laat 1940, begin 1950). De C.C.C.D. was een dienst die toezag op de distributie en prijsvorming, die vooral tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog cruciaal was. De discussie over de Vestigingswet en de Winkelsluitingswet was in die tijd actueel, aangezien de overheid probeerde de wildgroei aan kleine winkels te reguleren en de markt te saneren ("middenstandsbeleid"). Het document reflecteert de spanning tussen overheidssturing (maatregelen van gemeentewege) en de belangen van de individuele handelaar.

Kooplieden in dit dossier 100

Gerelateerde Documenten 6