Ambtelijk schrijven / Verslag (Pagina 4 van een brief).
Origineel
Ambtelijk schrijven / Verslag (Pagina 4 van een brief). De Directeur van het Marktwezen. De Wethouder voor de Levensmiddelen (waarschijnlijk te Amsterdam, gezien de referentie naar de "Centrale Markt"). Bladz. 4 van brief no. 37/91/5 M d.d. 30 October 1941 van den Direc-
teur van het Marktwezen aan den heer Wethouder voor de Levensmid-
delen, alhier.-
6, 7 en 8. Houden blijkbaar verband met de invoering van
het stelsel, beschreven onder punt 1. Invoering van dit verbod zou
tot gevolg hebben, dat men elders in de omgeving zou gaan wachten.
Iedere kleinhandelaar wil gaarne als eerste de Centrale Markt be-
treden. Er is bij den ingang van de Centrale Markt steeds voldoende
politie aanwezig, die de geheele verkeersregeling in handen heeft.
Opstopping van het openbare verkeer wordt door de politie steeds
voorkomen.
-
Houdt verband met standaardiseering; zie punt 4.
-
Bij de jongste wijziging winkelsluitingswet, is nadruk-
kelijk voorgeschreven, dat de winkels tot 18 uur geopend moeten
zijn. -
De wijze, waarop de contrôle moet worden ingericht is
mijns inziens een zaak, welke behoort bij de instanties, die de con-
trôle hebben op de voorschriften namelijk Centrale Crisis Contrôle
Dienst, Bureau Prijsbeheersching en de Politie. -
Het hier ontwikkelde beginsel zou mijns inziens slechts
kunnen worden doorgevoerd op grond van eenige wettelijke regeling
(wijziging Vestigingswet) en uiteraard dan ook andere bedrijven
moeten betreffen dan den handel in groenten, fruit en aardappelen.
De maatregel zou slechts effect kunnen hebben, indien tegelijkertijd
de bevolking van elke buurt zou worden verboden elders te koopen
dan in de buurt, waar zij gevestigd is. Ten einde de maatregel te
handhaven zou een uitgebreid contrôle-apparaat noodig zijn. Het is
zeer de vraag, of de dwang, die het publiek en den kleinhandelaren
zal worden opgelegd het voor de kleinhandelaren gewenschte gevolg
zal hebben, omdat tegenover een eventueelen winst aan afzet in de
eigen buurt het verlies van afzet aan bewoners van andere buurten
zal staan. -
Kortelings is een wijziging van de Ventverordening uit-
gevaardigd, waarbij het is verboden des Zondags voor 10 uur voor-
middag te venten met luider stem.
Overigens merk ik op, dat het niet uitsluitend Joden zijn,
die op Zondag plegen te venten en luidkeels te roepen. -
Voor zoover mij bekend is, hebben voor wat de markten
betreft, de Joden geen gezaghebbende functie.
16, 17, 18, 19 zou eventueel ter sprake kunnen komen,
indien het stelsel van verdeeling, bedoeld onder punt 1, werd
ingevoerd.
De Directeur, * Administratieve focus: De tekst betreft een reactie van de Directeur van het Marktwezen op een reeks voorstellen (punten 1 t/m 19). De discussie draait om logistiek bij de Centrale Markt, openingstijden van winkels, en de effectiviteit van controle-instanties zoals de Centrale Crisis Contrôle Dienst (CCD).
* Economische sturing: In punt 13 uit de directeur scepsis over een voorgestelde maatregel om bewoners te dwingen enkel in hun eigen buurt te winkelen. Hij wijst op de noodzaak van een complex controle-apparaat en de nadelige economische gevolgen voor kleine handelaren (verlies van klanten uit andere wijken).
* Antisemitisme in de administratie: Zeer opvallend zijn de punten 14 en 15. In de context van oktober 1941 — de periode waarin de Jodenvervolging in Nederland door de bezetter werd geïntensiveerd — weerspiegelt dit document hoe anti-Joodse sentimenten of klachten doordrongen in de ambtelijke correspondentie. De directeur nuanceert klachten over lawaaiige straathandel (venten) door op te merken dat dit niet "uitsluitend" door Joden gebeurt, en hij stelt expliciet dat Joden geen "gezaghebbende functie" op de markten bekleden. Dit document is geschreven tijdens de Tweede Wereldoorlog onder het bewind van de Duitse bezetter. De distributie van levensmiddelen was in 1941 een kritiek punt vanwege toenemende schaarste en de invoering van het bonnenstelsel. De genoemde instanties zoals het 'Bureau Prijsbeheersching' en de 'Centrale Crisis Contrôle Dienst' waren belast met het handhaven van distributieregels en het bestrijden van de zwarte markt.
De expliciete vermelding van Joden in punt 14 en 15 is tekenend voor de tijdgeest: de bezetter voerde stelselmatig verordeningen in om Joden uit het economische leven te weren (de 'arisering' van de economie). Ambtenaren moesten zich in hun rapportages verhouden tot deze nieuwe, racistische realiteit. De "Centrale Markt" waarnaar verwezen wordt, is zeer waarschijnlijk de Centrale Markthallen in Amsterdam-West, destijds het logistieke hart van de voedselvoorziening in de regio. Marktwezen Politie