Archiefdocument
Origineel
5 november 1941 GEMEENTE AMSTERDAM
$N^{\circ}$ 37/112/1 M. 1941 6/11
AFD. L.M. AMSTERDAM, 5 November 1941.
No. 1030 -1941-
BIJLAGEN
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
De Administrateur mijner Afdeeling ontving bezoek van het Bestuur der "Amsterdamsche Markttuinders", Afdeeling Nederlandsche Tuindersbond met de volgende vragen.
I Met den Rijksinspecteur voor het Vervoerswezen bespraken zij een betere regeling van den aanvoer van tuindersproducten per auto, zoodat de wagens goed vol worden geladen, hetgeen in het algemeen benzine bespaart. Desondanks vreezen zij, dat de benzineverstrekking zal worden stopgezet, terwijl de ombouw der auto's met gasgeneratoren voor het meerendeel der tuinders te duur is. Zij vreezen dus dat hier een gevaar dreigt voor de voedselvoorziening der Gemeente.
II Tevens klaagden de bestuursleden er over dat de tuinders zoowel in dezen zomer als nu, een lagen prijs voor hun producten ontvangen, terwijl de winkelprijs zeer veel hooger is (5 cent per kg andijvie, tegenover 20 cent in den winkel, in Augustus; $\frac{1}{2}$ cent per krop sla, 4 à 5 cent in den winkel). De tusschenhandel krijgt dus te veel winst ten nadeele zoowel van producent als vooral van den consument.
Ik zou hierover gaarne spoedig van U de resultaten van een grondig onderzoek ontvangen, met zoo noodig Uw voorstellen tot verbetering.
III Ten slotte was het Bestuur niet tevreden over de leiding der veiling. Deze zou volgens hem op oogenblikken van grooten aanvoer van een bepaald artikel, geen hoeveelheid voor export/afzonderen, doch de geheele te groote hoeveelheid veilen, met het gevolg, dat de prijs voor de tuinders abnormaal laag werd. Zoo zou sla 50 cent per 100 krop, d.i. $\frac{1}{2}$ cent per krop hebben opgebracht, terwijl de maximum prijs $2\frac{1}{2}$ cent is.
Zij wezen hierbij op het groote gevaar, dat de tuinders bij een te lagen prijs hun bedrijven zouden gaan omzetten voor meer
Aan
den heer Directeur van den
Dienst van het Marktwezen.
[Handgeschreven aantekening links:] 1 maal betaald(?)
[Handgeschreven aantekening rechtsonder:] 37/59
--- Dit document is een ambtelijke brief waarin drie prangende knelpunten binnen de Amsterdamse tuinbouwsector worden geagendeerd:
- Brandstofschaarste: Door de oorlogsomstandigheden is benzine schaars. De tuinders proberen transporten te efficiënteren, maar vrezen een totale stopzetting. Het alternatief, gasgeneratoren (houtgas), is voor kleine producenten financieel onhaalbaar.
- Prijsverschillen: Er wordt gewezen op een enorme kloof tussen de lage prijzen die de teler krijgt en de hoge consumentenprijzen. De "tussenhandel" wordt beschuldigd van onevenredige winstmaximalisatie.
- Veilingbeleid: Er is kritiek op het marktbeheer. Bij overschotten wordt de prijs niet beschermd door bijvoorbeeld exportafzondering, waardoor de veilingprijzen ver onder het door de overheid vastgestelde maximum duiken, wat de continuïteit van de tuinbouwbedrijven in gevaar brengt.
De brief eindigt abrupt (halverwege een zin), wat suggereert dat er een tweede pagina bij hoort.
--- Het document dateert van november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De context van de oorlogseconomie is overal voelbaar:
* Distributie en Schaarste: De schaarste aan benzine was een direct gevolg van de Duitse opeisingen voor de oorlogsvoering. De genoemde "gasgeneratoren" waren een typerend beeld in het straatbeeld van de oorlogsjaren voor civiel vervoer.
* Voedselvoorziening: De gemeente Amsterdam was zeer bezorgd over de voedselvoorziening. Lage prijzen voor tuinders konden leiden tot staking van de productie of verschuiving naar de zwarte markt, wat de officiële voedselketen in gevaar bracht.
* Prijsbeheersing: In deze periode probeerde de bezetter via de Prijsbeheersing de inflatie en woekerwinsten in toom te houden, maar uit dit document blijkt dat dit systeem (met name de controle op de tussenhandel) in de praktijk verre van waterdicht was.