Archief 745
Inventaris 745-357
Pagina 145
Dossier 7
Jaar 1941
Stadsarchief

Doorslag van een ambtelijke brief/nota.

13 december 1941 (met handgeschreven aantekening: "Verzonden 16/12"). Van: Onbekend (waarschijnlijk een hoofd van een gemeentelijke dienst, gelet op de terminologie "mijn dienst").

Origineel

Doorslag van een ambtelijke brief/nota. 13 december 1941 (met handgeschreven aantekening: "Verzonden 16/12"). Onbekend (waarschijnlijk een hoofd van een gemeentelijke dienst, gelet op de terminologie "mijn dienst"). vD/HG.

37/112/3 M.

Verzonden 16/12 (handgeschreven)

13 December 1941.

Klachten "Amsterdamsche markttuinders".

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 5 November jl. No. 1030 T.M. 1941 heb ik de eer U het volgende te berichten.

I. Tot voor kort werd vanwege mijn dienst bij de betrokken rijksinstanties bemiddeling verleend voor de verkrijging van benzine alleen ten behoeve van grossiers en expediteurs. De tuinders gaven er de voorkeur aan voor hun vervoer naar de Centrale Markt en voor dat buiten de Centrale Markt (onder andere mestvervoer) zelf contact te onderhouden met de Rijksverkeersinspectie voor het vervoer te land en de Bevrachtingscommissie voor het vervoer te water. Aanvankelijk trad voor de tuinders op de Heer H.J. Dinkgreve, die, met medewerking van de Rijksverkeersinspectie, voor wat het wegvervoer betreft, sedert enkele maanden vervangen is door den heer W. Bol, daar een door dezen aan de Rijksverkeersinspectie overgelegd vervoersplan doelmatiger werd geacht dan het bestaande.

Nu de heer Bol zich, vreezende, dat de benzineverstrekking stopgezet zal worden, tot U heeft gewend, heb ik aanleiding gevonden terzake contact te zoeken zoowel met de Rijksverkeersinspectie als met de Bevrachtingscommissie, hetgeen tengevolge heeft gehad, dat bij de benzineverstrekking aan de tuinders thans mijn dienst is ingeschakeld. Het is tot nog toe gelukt voorloopig nog de beschikking over voldoende benzine te krijgen. Echter wordt thans een plan voorbereid, dat rekening houdt met de mogelijkheid, dat binnenkort geen benzine zal kunnen worden verstrekt. Dit houdt onder meer in het geschikt maken van tuindersauto's voor gas als motorbrandstof en het omschakelen, zooveel mogelijk en noodig van vervoer te water op vervoer per as. Zoolang nog niet voldoende automateriaal zal zijn omgebouwd zal, indien noodig, door medewerking van het Bureau V.V.O. afdeeling Vervoer, zooals reeds meer is geschied, tot tijdelijke vordering van automateriaal worden overgegaan. Op dit punt kom ik te zijner tijd terug. * Kernproblematiek: Het document beschrijft de toenemende schaarste aan brandstof (benzine) voor de Amsterdamse tuinders tijdens de bezettingsjaren. Er is sprake van een reorganisatie van de bemiddeling voor brandstoftoewijzingen.
* Logistieke verschuivingen: Er wordt gesproken over een overstap van benzine naar "gas als motorbrandstof" (waarschijnlijk houtgasgeneratoren, die veelvuldig werden gebruikt tijdens de oorlog) en een verschuiving tussen vervoer over water en vervoer "per as" (over de weg).
* Organisaties: Er worden verschillende instanties genoemd die betrokken zijn bij de oorlogseconomie en distributie:
* De Rijksverkeersinspectie: verantwoordelijk voor het wegvervoer.
* De Bevrachtingscommissie: verantwoordelijk voor de binnenvaart.
* Bureau V.V.O. afdeeling Vervoer: Waarschijnlijk gerelateerd aan de Voedselvoorziening in Oorlogstijd.
* Belanghebbenden: De tuinders, vertegenwoordigd door de heren Dinkgreve en later Bol, proberen hun transport naar de Centrale Markt in Amsterdam veilig te stellen. Dit document stamt uit december 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de schaarste aan grondstoffen en brandstoffen nijpend. De bezetter vorderde steeds meer middelen voor de eigen oorlogsvoering, waardoor de civiele voedselvoorziening in de knel kwam.

De wethouder voor Levensmiddelen in Amsterdam in 1941 was de NSB'er Jan Feitsma (die ook locoburgemeester was). Het document illustreert de bureaucratische strijd om de stad van voedsel te blijven voorzien terwijl de middelen (auto's, benzine) steeds schaarser werden en de overheid overging tot ingrijpende maatregelen zoals het "vorderen" van voertuigen en het verplicht ombouwen van motoren naar alternatieve brandstoffen. Er worden verschillende instanties genoemd die betrokken zijn bij de oorlogseconomie en distributie:

Samenvatting

  • Kernproblematiek: Het document beschrijft de toenemende schaarste aan brandstof (benzine) voor de Amsterdamse tuinders tijdens de bezettingsjaren. Er is sprake van een reorganisatie van de bemiddeling voor brandstoftoewijzingen.
  • Logistieke verschuivingen: Er wordt gesproken over een overstap van benzine naar "gas als motorbrandstof" (waarschijnlijk houtgasgeneratoren, die veelvuldig werden gebruikt tijdens de oorlog) en een verschuiving tussen vervoer over water en vervoer "per as" (over de weg).
  • Organisaties: Er worden verschillende instanties genoemd die betrokken zijn bij de oorlogseconomie en distributie:
    • De Rijksverkeersinspectie: verantwoordelijk voor het wegvervoer.
    • De Bevrachtingscommissie: verantwoordelijk voor de binnenvaart.
    • Bureau V.V.O. afdeeling Vervoer: Waarschijnlijk gerelateerd aan de Voedselvoorziening in Oorlogstijd.
  • Belanghebbenden: De tuinders, vertegenwoordigd door de heren Dinkgreve en later Bol, proberen hun transport naar de Centrale Markt in Amsterdam veilig te stellen.

Historische Context

Dit document stamt uit december 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de schaarste aan grondstoffen en brandstoffen nijpend. De bezetter vorderde steeds meer middelen voor de eigen oorlogsvoering, waardoor de civiele voedselvoorziening in de knel kwam.

De wethouder voor Levensmiddelen in Amsterdam in 1941 was de NSB'er Jan Feitsma (die ook locoburgemeester was). Het document illustreert de bureaucratische strijd om de stad van voedsel te blijven voorzien terwijl de middelen (auto's, benzine) steeds schaarser werden en de overheid overging tot ingrijpende maatregelen zoals het "vorderen" van voertuigen en het verplicht ombouwen van motoren naar alternatieve brandstoffen.

Organisaties

Er worden verschillende instanties genoemd die betrokken zijn bij de oorlogseconomie en distributie:

Kooplieden in dit dossier 100

Gerelateerde Documenten 6