Archiefdocument
Origineel
15 december 1941 Waarschijnlijk een afdelingshoofd van een gemeentelijke dienst (mogelijk de Dienst der Marktwezen of een logistieke afdeling) te Amsterdam. VD/HG. extra
37/112/3 M.
15 December 1941.
Klachten "Amsterdamsche
markttuiners". den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 5 November jl.
No.1030 L.M.1941 heb ik de eer U het volgende te berichten.
I Tot voor kort werd vanwege mijn dienst bij de be-
trokken rijksinstanties bemiddeling verleend voor de ver-
krijging van benzine alleen ten behoeve van grossiers en
expediteurs. De tuinders gaven er de voorkeur aan voor hun
vervoer naar de Centrale Markt en voor dat buiten de Centrale
Markt (onder andere mestvervoer) zelf contadt te onderhouden
met de Rijksverkeersinspectie voor het vervoer te land en de
Bevrachtingscommissie voor het vervoer te water. Aanvankelijk
trad voor de tuinders op de Heer N.J.Dinkgreve, die, met
medewerking van de Rijksverkeersinspectie, voor wat het ad-
vervoer betreft, sedert enkele maanden vervangen is door den
heer W.Bol, daar een door dezen aan de Rijksverkeersinspec-
tie overgelegd vervoersplan doelmatiger werd geacht dan het
bestaande.
Nu de heer Bol zich, vreezende, dat de benzinever-
strekking stopgezet zal worden, tot U heeft gewend, heb ik
aanleiding gevonden terzake contact te zoeken zoowel met de
Rijksverkeersinspectie als met de Bevrachtingscommissie, het-
geen tengevolge heeft gehad, dat bij de benzineverstrekking
aan de tuinders thans mijn dienst is ingeschakeld. Het is tot
nog toe gelukt voorloopig nog de beschikking over voldoende
benzine te krijgen. Echter wordt thans een plan voorbereid,
dat rekening houdt met de mogelijkheid, dat binnenkort geen
benzine zal kunnen worden verstrekt. Dit houdt onder meer in
het geschikt maken van tuindersauto's voor gas als motor-
brandstof en het omschakelen, zooveel mogelijk en noodig van
vervoer te water op vervoer per as. Zoolang nog niet voldoen-
de automateriaal zal zijn omgebouwd zal, indien noodig, door
medewerking van het Bureau V.V.O. afdeeling Vervoer, zooals
reeds meer is geschied, tot tijdelijke vordering van auto-
materiaal worden overgegaan. Op dit punt kom ik te zijner
tijd terug. Deze ambtelijke correspondentie werpt licht op de logistieke uitdagingen van de voedselvoorziening in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:
- Brandstofschaarste: Er is een dreigend tekort aan benzine. Waar voorheen de tuinders via tussenpersonen (Dinkgreve, Bol) hun zaken regelden met rijksinstanties, dwingt de crisis de gemeentelijke overheid tot een directere bemoeienis ("mijn dienst is ingeschakeld").
- Professionalisering en Centralisatie: Het vervoersplan van de heer Bol wordt door de Rijksverkeersinspectie als doelmatiger beschouwd dan de oude werkwijze, wat past in de trend van oorlogseconomische centralisatie.
- Technologische Aanpassing: Er wordt geanticipeerd op een totale stop van benzineverstrekking. De oplossing wordt gezocht in het ombouwen van vrachtwagens naar houtgasgeneratoren ("gas als motorbrandstof").
- Dwangmaatregelen: Indien de vrijwillige ombouw of regulier transport tekortschieten, wordt gedreigd met de "vordering van automateriaal" (inbeslagname voor algemeen nut) via het Bureau V.V.O. (Vervoersorganisatie).
- Logistieke Verschuiving: Er is sprake van een opmerkelijke transitie van vervoer te water naar vervoer "per as" (over de weg). Dit kan duiden op een behoefte aan snellere, beter controleerbare distributielijnen, ondanks de brandstofproblematiek. Het document dateert van december 1941, een periode waarin de Duitse bezettingsmacht de greep op de Nederlandse economie en distributie steeds verder verstevigde. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had de zware taak om de stad van voedsel te blijven voorzien terwijl grondstoffen en brandstoffen door de bezetter werden geconfisqueerd of simpelweg uitgeput raakten.
De genoemde instanties zoals de Rijksverkeersinspectie en de Bevrachtingscommissie waren instrumenten van de centrale overheid om de schaarse transportcapaciteit te beheren. Het Bureau V.V.O. (Bureau voor de Vervoersorganisatie) speelde een cruciale rol bij het coördineren en eventueel vorderen van voertuigen voor essentieel transport. De overstap op gasgeneratoren was een wijdverbreid fenomeen tijdens de latere oorlogsjaren voor voertuigen die niet direct voor militaire doeleinden werden gebruikt.