Archiefdocument
Origineel
13 december 1941 Directeur van het Marktwezen Wethouder voor de Levensmiddelen (Amsterdam) Behoort bij brief No.37/112/3 M. d.d. 13 December 1941 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.
II Het vaststellen van de maximumprijzen, zoowel voor de veiling, als voor grossier en kleinhandelaar geschiedt door het Bureau van den Gemachtigde voor de Prijzen. De Gemeente kan hierop geenerlei invloed uitoefenen. Contrôle op de handhaving van de vastgestelde prijzen van ieder der 3 genoemde categorieën geschiedt onder leiding van voornoemd Bureau door den Centralen Crisis Contrôle Dienst en door de door dit Bureau aangewezen Rijks- en Gemeentepolitie.
Dit wil nog niet zeggen, dat overtreding der maximumprijzen ook nimmer voorkomt. Het staat echter vast, dat de voor de veiling geldende maximumprijzen worden gehandhaafd, omdat de verkoop door een neutraal lichaam, de veiling, geschiedt. In tijden van geringen aanvoer van bepaalde producten op de veilingen, trachten de grossiers en kleinhandelaren deze producten tegen hoogere prijzen rechtstreeks van den teler te betrekken. Het gevolg hiervan is, dat uiteindelijk de kleinhandelaar, die zijn product te duur heeft ingekocht, dit ook boven den gestelden maximumprijs moet verkoopen. Hierdoor wordt het verschil tusschen veilingprijs en den veel hoogeren prijs in den winkel verklaard. Tegen een en ander wordt echter momenteel, zooals U bekend zal zijn, met grooten kracht door den Gemachtigde voor de Prijzen opgetreden en men is er zelfs kortgeleden toe overgegaan om eenige grossierszaken op de Centrale Markt voor langen duur te sluiten (één firma zelfs voor goed!) Dezerzijds wordt hieromtrent bij voortduring overleg gepleegd met den Inspecteur voor de Prijzen te Amsterdam en ik meen te mogen aannemen, dat door de genomen strenge maatregelen en de voortdurende strenge contrôle aan een en ander paal en perk zal worden gesteld.
Overigens is mij uit door de N.V. Nederlandsche Veiling van Land- en Tuinbouwproducten "Amsterdam" over de maand Augustus verstrekte cijfers omtrent den aanvoer en den opbrengst van sla en andijvie gebleken, dat de door het Bestuur der "Amsterdamsche Markttuinders" genoemde cijfers een onjuist beeld geven, voor wat betreft de door de tuinders op de veiling gemaakte prijzen. Van andijvie is in die maand ter veiling aangevoerd 500.714 kg., welke hebben opgebracht ƒ 51.055,61, dat is dus gemiddeld per kg. 10 1/5 cent en niet 5 cent, zooals in den brief is vermeld. Voor sla zijn deze cijfers: aanvoer 470.980 kroppen; opbrengst ƒ 17.168,72 = gemiddeld 3 65/100 cent per krop en niet 1/2 cent per krop.
III Erkend moet worden, dat er van den aanvoer ter veiling op bepaalde dagen niet voldoende voor export is afgezonderd, waardoor het inderdaad op enkele dagen is voorgekomen, dat van bepaalde exportartikelen, zooals sla, bij zeer grooten aanvoer de prijs ter veiling beneden den maximumprijs is gedaald; dit behoorde echter tot de uitzonderingen.
Hierbij moet worden opgemerkt, dat de tuinders op 5 Mei jl. werden verplicht om te gaan veilen, waardoor zij automatisch onder de exportplicht vielen. Het was voor de Dit document vormt een ambtelijke verantwoording over de werking van de voedselvoorziening en prijsbeheersing in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren. De kernpunten zijn:
- Bevoegdheden: De directeur benadrukt dat de gemeente geen zeggenschap heeft over de prijzen; dit ligt bij de landelijke 'Gemachtigde voor de Prijzen'.
- Zwarte handel: Er wordt uitgelegd hoe prijsstijgingen in winkels ontstaan door het omzeilen van de veiling (directe inkoop bij de teler), wat illegale prijzen tot gevolg heeft. De overheid reageert hierop met harde sancties, zoals de definitieve sluiting van bedrijven.
- Correctie van feiten: De directeur weerspreekt eerdere klachten of rapporten van de 'Amsterdamsche Markttuinders'. Aan de hand van veilingcijfers uit augustus 1941 toont hij aan dat de gemiddelde prijzen voor sla en andijvie aanzienlijk hoger lagen dan door de tuindersorganisatie werd beweerd.
-
Marktregulatie: Er wordt gesproken over de 'veilingplicht' en de 'exportplicht', instrumenten die werden gebruikt om de goederenstroom volledig te controleren. In december 1941 bevond Nederland zich in de tweede winter van de Duitse bezetting. De schaarste nam toe en de economie werd strak gereguleerd via een distributiestelsel.
-
CCCD: De Centralen Crisis Contrôle Dienst was de instantie die toezag op de naleving van de economische voorschriften en de bestrijding van de zwarte handel.
- Prijsbeheersing: Om inflatie te voorkomen en te zorgen dat de Duitse bezetter voldoende producten kon opeisen (export), werden maximumprijzen strikt gehandhaafd.
- Spanningen: Het document weerspiegelt de spanning tussen de producenten (tuinders), die klaagden over lage opbrengsten, en het bureaucratische apparaat dat probeerde aan te tonen dat het prijsbeleid correct werd uitgevoerd. De vermelding van de exportplicht herinnert eraan dat een groot deel van de Nederlandse landbouwproductie in deze periode gedwongen naar Duitsland ging.